zaterdag 7 januari 2012

75 miljoen frank!

In de loop van 1853 wordt de kaap van 75 miljoen frank in biljetten gerond. In gans België zijn er dan voor 75 miljoen frank biljetten in omloop, veertien jaar later is de waarde van de biljetten in omloop gestegen tot een onwaarschijnlijke 120 miljoen frank.

De NBB besteedde veel aandacht aan de veiligheid en kwaliteit van haar drukwerk en de bevolking raakte meer en meer vertrouwd met de biljetten van de NBB die op dat moment nog volledig gedekt waren door metaal.

In de eerste weken van juli 1870 ging het echter bijna mis. Toen de oorlogsdreiging tussen Frankrijk en Pruisen steeds groter werd, verloren zowel de onervaren minister van financiën Pierre Tack als de nieuwe gouverneur van de Bank Eugène Prévinaire hun koelbloedigheid. Uit vrees voor speculatieve aanvallen op de metaalreserves van de Bank werden draconische maatregelen genomen: de discontovoet werd verdubbeld tot 5%, de inwisselbaarheid van biljetten in de agentschappen van de NBB werd opgeschort enzovoort. Als klap op de vuurpijl werden de edelmetaalreserves met veel gedruis in een colonne verhuiswagens afgevoerd van Brussel naar de citadel van Antwerpen. Naar aanleiding van die ongelukkige vertoning, sommigen noemden het een lijkstoet, brak onder de bevolking paniek uit zodat de hoofdzetel van de Bank werd overspoeld door mensen die biljetten wilden omwisselen in munten. Tot grote verontwaardiging van het publiek vond de Bank er niets beters op dan alle loketten, op één na, te sluiten. (De Bank, de frank en de euro pagina 62-63)

Merk op dat men steeds spreekt over de metaalreserves van de Bank die op dat moment nog een 100% private vennootschap was.
Bij een vereffening van de NBB zouden op dat ogenblik 100% van de reserves verdeeld worden onder de privé aandeelhouders, het zou tot 1927 duren alvorens de Staat recht kreeg op een deel van de reserves bij een mogelijke vereffening.

1 maart 1859 kapitaal volstort!

Zoals eerder verteld werd aanvankelijk slechts drievijfde van het kapitaal volstort omdat 25 miljoen frank in die tijd blijkbaar te veel geld was om een centrale bank op te starten. Op 29 juni 1855 besluit de raad van bestuur van de NBB om, op vraag van de minister van financiën, over te gaan tot het volstorten van het kapitaal.

Op 31 december 1856 waren er 14.003 aandelen aan toonder en 10.997 aandelen op naam.
De 10.997 aandelen op naam waren verdeeld onder 212 aandeelhouders, vijf jaar eerder waren er slecht 113 aandeelhouders die samen 11.189 aandelen op naam bezaten.

In die tijd was vierhonderd frank per aandeel, het resterende tweevijfde van het kapitaal dat nog moest volstort worden, nog veel geld en gelet op het feit dat de 25.000 NBB aandelen verspreid waren onder honderden aandeelhouders was men genoodzaakt om het kapitaal in verschillende schijven op te vragen, een eerste op 1 september 1855 en een laatste schijf op 1 maart 1859, zodat alle aandeelhouders een redelijke kans kregen om de nodige franken bijeen te sprokkelen. (jaarverslag 1856 pagina's 8 en 9)

32 miljard frank schuld

Sinds de grote operaties in 1948 heeft de Belgische Staat nog steeds een schuld van 32 miljard frank aan de NBB.

Gladde politici en onafhankelijke directeurs van de NBB hebben ervoor gezorgd dat de NBB jaarlijks ongeveer 800 miljoen frank betaalt aan de Staat omdat de Staat voor 32 miljard frank in het rood staat bij de NBB.

Je kunt het zo gek niet bedenken of bij de NBB kun je het vinden.

In 1948 was overeengekomen dat de Staat die schuld zo snel mogelijk zou terugbetalen doch daar kwam uiteindelijk niks van in huis.

Op de jongste algemene vergadering vertelde de directie dat men stilaan naar een oplossing moest zoeken voor dit probleem.
Laat het duidelijk zijn dat 32 miljard frank uit 1948 niet gelijkstaat met 32 miljard frank vandaag.

Officiël wisselkoersen per 31 december 1948

Jaarverslag NBB 1948 bijlage 5

1 pond sterling = 176,625 BEF
1 USD = 43,83 BEF
1 CAD = 44,01 BEF
1 Franse frank = 16,62 BEF (rekening houdend met de operatie in de jaren '70)
1 Nederlandse gulden = 16,52 BEF
1 Zwitserse frank = 10,12 BEF
1 Deense kroon = 9,13 BEF
1 Noorse kroon = 8,83 BEF

Zo krijg je een beter beeld van de evoluties op langere termijn.

dinsdag 3 januari 2012

De prijs van onroerende goederen in de jaren 1850!

In het jaarverslag over 1851 lezen we het volgende:
"Betreffende de aankoop van lokalen voor de huisvesting van de kassen, kantoeren, ateliers en de huisvesting van de gouverneur heeft de raad van bestuur vanaf de eerste dag zijn speciale aandacht gevestigd op dit punt.
Verschillende elementen waren van het allergrootste belang om de keuze voor zulk een gebouw te bepalen. De gebouwen moesten voldoende ruimte bieden om er op een afdoende manier te kunnen werken, de gebouwen moesten onmiddellijk beschikbaar zijn om er met spoed de nodige verbouwingswerken te kunnen uitvoeren, het terrein moest voldoende groot zijn om de nodige uitbreidingswerken te kunnen uitvoeren, bij voorkeur moesten alle gebouwen en diensten op één en dezelfde plaats samengebracht kunnen worden, bovendien moest de locatie zo centraal mogelijk gelegen zijn in de hoofdstad.
Na talrijke zoektochten, na minutieus alle voor- en nadelen onderzocht te hebben van alle lokalen die werden aangeboden, heeft de raad gedacht dat er geen enkel zo nauw aansloot bij hetgeen we nodig hadden dan l'hôtel de M. le comte Charles de Marnix dat we konden aankopen tegen gematigde voorwaarden en waarover we onmiddellijk konden beschikken.
Deze aankoop werd voltooid op 11 oktober 1850 en de algemene raad heeft deze aankoop goedgekeurd op 23 november tijdens haar eerste vergadering. (jaarverslag 1851 pagina 6 en 7)

De uitgaven gedaan voor de aankoop van gebouwen, materieel en meubilair bedroegen 660.321,99 frank.
De uitgave van 660.321,99 frank omvatte volgende elementen:
1.de aankoopprijs voor het gebouw van graaf Marnix in de Koningsstraat te Brussel;
2.de aanpassingswerken en de constructie van de nieuwe gebouwen op het terrein te Brussel;
3.het gebouw van de bank te Antwerpen;
4.een huis in de Abrikozenstraat aanpalend aan het gebouw in de Koningsstraat.

In totaal werd voor de aankopen en verbouwingswerken 594.154,06 frank uitgegeven;
de uitgaven voor het materieel en de meubelen bedroegen 66.167,86 frank;
de totale kostprijs beliep 660.321,92 frank.
(jaarverslag 1851 pagina's 13 en 14)

Merk op dat de opsteller van het jaarverslag een foutje maakte van 7 centiem!
Dat gebeurde in die tijd regelmatig en om de haverklap vind je in die oude jaarverslagen cijfers die met de hand verbeterd werden.