Bij het volgende verhaal moet je rekening houden met het feit dat de goudprijs vandaag slechts gedeeltelijk de enorme waardevermindering van het papiergeld weerspiegelt.
De goudprijs is met andere woorden historisch gezien fel ondergewaardeerd doch je krijgt toch een idee van hetgeen er zich afgespeeld heeft.
Met de wet van 25 juni 1932 wordt de waarde van de frank als volgt bepaald:
1 Belgische frank = 4,5 gram fijn zilver = 0,290322 gram fijn goud
1 kilogram goud = 15,5 kilogram zilver.
Met de wet van 25 oktober 1926 legt de regering volgende pariteit vast:
1 Belgische frank = 0,0418422 gram goud of een devaluatie van 85%.
Met de wet van 31 maart 1936 wordt de waarde van de frank als volgt omschreven:
1 Belgische frank = 0,0301264 gram goud of een devaluatie van 28%.
Op 1 mei 1944 bedraagt de waarde van de onze frank nog 0,0202765 gram goud of een devaluatie van 33%.
Met de wet van 22 september 1949 bepaalt de regering de waarde van de frank als volgt:
1 Belgische frank = 0,01777341755 gram goud of een devaluatie van 12%.
Vandaag is onze frank nog 0,0006523 gram goud waard of een waardedaling met 96,33%.
In totaal daalde de waarde van de frank, uitgedrukt in goud, tussen 1832 en heden met 99,77%. Iedereen kent het spreekwoord "eerlijk als goud", degenen die dit wensen te vervangen door "eerlijk als politici en politiek benoemde centrale bankiers" zijn uiteraard vrij om dit te doen.
donderdag 21 februari 2013
zaterdag 16 februari 2013
Waardevastheid geld!
Zoals reeds talloze malen herhaald, is het belangrijk om te begrijpen dat bij de oprichting van de centrale banken het allerbelangrijkste was dat die instellingen garant stonden voor het bewaken van de koopkracht van het geld.
Enkel en alleen als het publiek zou geloven dat het papier van de centrale bank even veilig was als het goud of het zilver, dat het moest vervangen, zouden de mensen bereid zijn om dit papier te aanvaarden als betaalmiddel.
In de tweede helft van de negentiende eeuw hadden de burgers echter nog een gezonde achterdocht tegenover het papier van de Nationale Bank en een groot deel van de Belgen weigerde daarom een betaling in papiergeld, ze eisten een betaling in klinkende munt. Door de wet van 20 juni 1873 werd dit echter onmogelijk gemaakt omdat het papiergeld van de NBB vanaf dat ogenblik door de wetgever tot "wettig betaalmiddel" werd gepromoveerd.
Vanaf dat moment zaten de Belgen met de gebakken peren doch ze hadden in die tijd wel het geluk dat de Nationale Bank nog een fatsoenlijke instelling was die nauwgezet haar plicht vervulde.
Tot en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleef de waarde van onze munt dan ook stabiel.
In eerdere berichten schreef ik hier al hoe de Belgische politici, hand in hand met de commerciële bankiers, in 1926 komaf maakten met de onafhankelijkheid van de NBB en zodoende de zaden voor de huidige financiële crisis een vruchtbare bodem bezorgden.
Dat het normaal en belangrijk is, voor het welzijn van de bevolking, dat het geld zijn waarde behoudt, kun je ook al terugvinden in het Oude Testament en voor de moslims in de sharia.
De sharia gaat het verst door gewoonweg het aanrekenen van intrest te verbieden.
Waarom zou je immers rente aanrekenen? Je leent vandaag tien zilverstukken aan iemand en die persoon betaalt jou volgend jaar terug met tien zilverlingen die nog steeds hetzelfde waard zijn.
De Bijbel is een beetje genuanceerder want daar maakt men duidelijk het verschil tussen professionele geldhandelaars en particulieren die geld uitlenen om iemand uit de nood te helpen.
In het Boek Exodus zegt vers 22:24 het volgende:
"Wanneer ge geld leent aan een arme van mijn volk onder u, zult ge u tegenover hem niet als een geldschieter gedragen, en geen rente van hem vragen".
Het is duidelijk dat zulke wijze richtlijnen enkel kunnen werken als de waardevastheid van het geld gegarandeerd is.
De Bijbel verbiedt het lenen van geld niet expliciet, maar staat dit ook niet expliciet toe. De wijsheid van de Bijbel leert ons dat het gewoonlijk geen goed idee is om schulden aan te gaan.
Schulden maken ons in essentie een slaaf van degene aan wie we iets verschuldigd zijn.
Tegelijkertijd is het aangaan van schulden soms een “noodzakelijk kwaad”. Zo lang als er op een wijze manier met geld wordt omgegaan en de betalingen binnen de perken blijven kan een Christen de last van een financiële schuld op zich nemen als dit noodzakelijk mocht zijn.
Wellicht zou het raadzaam zijn, mochten de politici in Europa, Amerika en Japan zich eens in die lectuur zouden verdiepen.
Enkel en alleen als het publiek zou geloven dat het papier van de centrale bank even veilig was als het goud of het zilver, dat het moest vervangen, zouden de mensen bereid zijn om dit papier te aanvaarden als betaalmiddel.
In de tweede helft van de negentiende eeuw hadden de burgers echter nog een gezonde achterdocht tegenover het papier van de Nationale Bank en een groot deel van de Belgen weigerde daarom een betaling in papiergeld, ze eisten een betaling in klinkende munt. Door de wet van 20 juni 1873 werd dit echter onmogelijk gemaakt omdat het papiergeld van de NBB vanaf dat ogenblik door de wetgever tot "wettig betaalmiddel" werd gepromoveerd.
Vanaf dat moment zaten de Belgen met de gebakken peren doch ze hadden in die tijd wel het geluk dat de Nationale Bank nog een fatsoenlijke instelling was die nauwgezet haar plicht vervulde.
Tot en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleef de waarde van onze munt dan ook stabiel.
In eerdere berichten schreef ik hier al hoe de Belgische politici, hand in hand met de commerciële bankiers, in 1926 komaf maakten met de onafhankelijkheid van de NBB en zodoende de zaden voor de huidige financiële crisis een vruchtbare bodem bezorgden.
Dat het normaal en belangrijk is, voor het welzijn van de bevolking, dat het geld zijn waarde behoudt, kun je ook al terugvinden in het Oude Testament en voor de moslims in de sharia.
De sharia gaat het verst door gewoonweg het aanrekenen van intrest te verbieden.
Waarom zou je immers rente aanrekenen? Je leent vandaag tien zilverstukken aan iemand en die persoon betaalt jou volgend jaar terug met tien zilverlingen die nog steeds hetzelfde waard zijn.
De Bijbel is een beetje genuanceerder want daar maakt men duidelijk het verschil tussen professionele geldhandelaars en particulieren die geld uitlenen om iemand uit de nood te helpen.
In het Boek Exodus zegt vers 22:24 het volgende:
"Wanneer ge geld leent aan een arme van mijn volk onder u, zult ge u tegenover hem niet als een geldschieter gedragen, en geen rente van hem vragen".
Het is duidelijk dat zulke wijze richtlijnen enkel kunnen werken als de waardevastheid van het geld gegarandeerd is.
De Bijbel verbiedt het lenen van geld niet expliciet, maar staat dit ook niet expliciet toe. De wijsheid van de Bijbel leert ons dat het gewoonlijk geen goed idee is om schulden aan te gaan.
Schulden maken ons in essentie een slaaf van degene aan wie we iets verschuldigd zijn.
Tegelijkertijd is het aangaan van schulden soms een “noodzakelijk kwaad”. Zo lang als er op een wijze manier met geld wordt omgegaan en de betalingen binnen de perken blijven kan een Christen de last van een financiële schuld op zich nemen als dit noodzakelijk mocht zijn.
Wellicht zou het raadzaam zijn, mochten de politici in Europa, Amerika en Japan zich eens in die lectuur zouden verdiepen.
woensdag 13 februari 2013
Brooklyn anno 1853
Een nieuw huis in Brooklyn New-York kostte in 1853 ongeveer 2.500 dollar;
Een studio in Brooklyn, met een oppervlakte van 83,55 vierkante meter, kost vandaag 975.000 dollar.
De prijs voor een vierkante meter bouwgrond in hartje Brussel bedroeg 350 frank in 1872 (Gedenkboek ASLK pagina 117).
Vandaag staat er op immovlan.be een stuk bouwgrond te koop te Schaarbeek oppervlakte 242 vierkante meter, vraagprijs 299.000 euro of 49.841 frank per vierkante meter.
Een huis in Brooklyn is uiteraard niet hetzelfde als een studio en een vierkante meter bouwgrond aan het Brouckèreplein is natuurlijk niet te vergelijken met bouwgrond in een achterliggende straat in Schaarbeek doch deze voorbeelden geven duidelijk aan dat een dollar of een frank uit 1870 niet hetzelfde is als vandaag.
De prijs voor een vierkante meter bouwgrond in hartje Brussel bedroeg 350 frank in 1872 (Gedenkboek ASLK pagina 117).
Vandaag staat er op immovlan.be een stuk bouwgrond te koop te Schaarbeek oppervlakte 242 vierkante meter, vraagprijs 299.000 euro of 49.841 frank per vierkante meter.
Een huis in Brooklyn is uiteraard niet hetzelfde als een studio en een vierkante meter bouwgrond aan het Brouckèreplein is natuurlijk niet te vergelijken met bouwgrond in een achterliggende straat in Schaarbeek doch deze voorbeelden geven duidelijk aan dat een dollar of een frank uit 1870 niet hetzelfde is als vandaag.
Inflatie tussen 1835 en 1914
De Nationale Bank van België verschaft ons volgende gegevens betreffende de inflatie tussen 1835 en 1914.
Als we het prijspeil uit 1914 gelijkstellen aan 100 geeft dit volgend beeld: 1835: index 88; 1840: index 96; 1850: index 88; 1860: index 100; 1870: index 101; 1880: index 99; 1890: index 90; 1900: index 89; 1910: index 92; 1914: index 100.
Je ziet hoe de Nationale Bank in die tijd haar taak als behoeder van de koopkracht van de frank nauwgezet invult.
Uiteraard zorgen spanningen, revoluties en dergelijke regelmatig voor fluctuaties, de centrale bank zorgt ervoor dat het effect van eventuele inflatie ongedaan gemaakt wordt.
Deze informatie is cruciaal om te begrijpen waarom er bij de oprichting van de NBB niet voorzien werd in het indexeren van dat eerste dividend van 60 frank.
Waarom zou men rekening moeten houden met een fenomeen dat niet mocht bestaan?
De NBB was immers opgericht om er voor te zorgen dat de frank zijn koopkracht zou behouden. Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog doet de NBB plichtsbewust datgene waarvoor ze opgericht was.
Als we het prijspeil uit 1914 gelijkstellen aan 100 geeft dit volgend beeld: 1835: index 88; 1840: index 96; 1850: index 88; 1860: index 100; 1870: index 101; 1880: index 99; 1890: index 90; 1900: index 89; 1910: index 92; 1914: index 100.
Je ziet hoe de Nationale Bank in die tijd haar taak als behoeder van de koopkracht van de frank nauwgezet invult.
Uiteraard zorgen spanningen, revoluties en dergelijke regelmatig voor fluctuaties, de centrale bank zorgt ervoor dat het effect van eventuele inflatie ongedaan gemaakt wordt.
Deze informatie is cruciaal om te begrijpen waarom er bij de oprichting van de NBB niet voorzien werd in het indexeren van dat eerste dividend van 60 frank.
Waarom zou men rekening moeten houden met een fenomeen dat niet mocht bestaan?
De NBB was immers opgericht om er voor te zorgen dat de frank zijn koopkracht zou behouden. Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog doet de NBB plichtsbewust datgene waarvoor ze opgericht was.
dinsdag 12 februari 2013
Uurlonen bij Barco
Barco werd door vader Jules en zoon Lucien De Puydt in 1933 opgericht als de Belgian American Radio Corporation.
Google Jules en Lucien De Puydt en je krijgt een mooi verhaal over ondernemerschap en de geboorte van een Vlaamse multinational.
In dit interessante verhaal vind je tevens verschillende data over de evolutie van de uurlonen bij Barco in de jaren 1930: In 1933 verdiende een arbeider bij Barco 1 frank per uur; In 1935 ontving een arbeider bij Barco 2,75 frank per uur; In 1936 werd het loon, in een pre-revolutionair klimaat, opgetrokken tot 4 frank per uur; In 1935 nam Lucien De Puydt ingenieur Georges Hansé aan, de aanwerving van Hansé zou het begin worden van een heus ingenieursteam. Het beginsalaris van ingenieur Hansé bedroeg 1.000 frank per maand.
Het brutodividend voor een Nationale Bank aandeel bedroeg in het crisisjaar 1935 exact 98,94 frank. Ter vergelijking: over het boekjaar 1930 keerde de NBB nog een dividend van 160,24 frank bruto uit. Het dividend van de NBB weerspiegelt hier dus duidelijk de impact van de crisis. Terwijl de lonen van arbeiders meer dan verdubbelden, ging het dividend met 38% naar omlaag.
Google Jules en Lucien De Puydt en je krijgt een mooi verhaal over ondernemerschap en de geboorte van een Vlaamse multinational.
In dit interessante verhaal vind je tevens verschillende data over de evolutie van de uurlonen bij Barco in de jaren 1930: In 1933 verdiende een arbeider bij Barco 1 frank per uur; In 1935 ontving een arbeider bij Barco 2,75 frank per uur; In 1936 werd het loon, in een pre-revolutionair klimaat, opgetrokken tot 4 frank per uur; In 1935 nam Lucien De Puydt ingenieur Georges Hansé aan, de aanwerving van Hansé zou het begin worden van een heus ingenieursteam. Het beginsalaris van ingenieur Hansé bedroeg 1.000 frank per maand.
Het brutodividend voor een Nationale Bank aandeel bedroeg in het crisisjaar 1935 exact 98,94 frank. Ter vergelijking: over het boekjaar 1930 keerde de NBB nog een dividend van 160,24 frank bruto uit. Het dividend van de NBB weerspiegelt hier dus duidelijk de impact van de crisis. Terwijl de lonen van arbeiders meer dan verdubbelden, ging het dividend met 38% naar omlaag.
Abonneren op:
Posts (Atom)