Als je een leugen maar lang genoeg blijft herhalen, beginnen de mensen ze op termijn als waarheid te beschouwen.
Zo is het onder andere gegaan met de slogan "het goud van de NBB is van de Staat". Zo schreef ik in de jaren negentig zelf brieven naar mijn klanten met daarin duidelijk vermeld dat het goud van de NBB eigendom was van de Staat.
Overal werd deze leugen verkondigd en als dat maar lang genoeg duurt, neem je vanzelf aan dat het zo is tot je toevallig ergens geconfronteerd wordt met een tegenstrijdigheid en je voor alle zekerheid toch maar eens gaat kijken of het wel klopt.
Sinds 30 juli 2012 worden we op de website van De Tijd geconfronteerd met een duidelijk voorbeeld van zulke spelletjes.
Heel wat NBB aandeelhouders herinneren zich de moeite die ik gedaan heb om de onrechtmatige betalingen aan de Staat, die een gevolg waren van de schuld die de Staat had tegenover de NBB, te staken. Na de algemene vergadering van vorig jaar was dit plotseling snel geregeld, wellicht hadden we ergens een materie aangeraakt waaruit problemen zouden kunnen voortvloeien.
De Standaard en De Tijd blokletterden dat minister Vanackere de oorlogsschuld van de NBB aan de Staat kwijtschold. Dit moest uiteraard andersom zijn, het was de Staat die een oorlogsschuld had bij de NBB.
De Standaard zette deze vergissing de dag daarna recht doch De Tijd weigert die om één of andere reden te doen ondanks het feit dat ik hen al herhaalde malen op deze zware fout gewezen heb. Ondertussen krijgt iedereen, die het aandeel NBB aanklikt, op de website van De Tijd nog steeds deze foutieve informatie te lezen.
donderdag 21 februari 2013
De link met het dividend van de NBB
Iedereen kent ondertussen mijn standpunt dat het eerste dividend van een Nationale Bank aandeel, van 60 frank uit 1850, dient aangepast te worden aan de evolutie van de koopkracht.
Als we rekening houden met het verhaal dat ik in mijn vorige bericht schetste betekent dit dat het eerste dividend van 60 frank uit 1850 moet opgetrokken worden naar 26.000 frank (644 euro) vandaag om dezelfde waarde als in 1850 te vertegenwoordigen.
Rekening houdend met het feit dat de goudprijs bijlange niet de evolutie van de koopkracht gevolgd heeft, is mijn vraag, om dit eerste dividend op te trekken tot 600 euro, zoals steeds eerder bescheiden.
De reden voor het achterblijven van de goudprijs moet niet ver gezocht worden.
Wereldwijd werken de centrale banken reeds ongeveer honderd jaar samen om de goudprijs kunstmatig laag te houden zodat snoodaards niet op het idee zouden komen om goud te gaan beschouwen als vervangmiddel voor hun papieren beloftebonnen.
De geschiedenis van de Nationale Bank sedert 1926 is er eentje van bedrog, misleiding, beroving van de privé aandeelhouders en geschiedenisvervalsing. In de loop van de komende jaren zullen we dit bedrog stap voor stap blootleggen.
Daarbij zullen we twee vliegen in één klap slaan: we zullen aantonen op welke onrechtvaardige manier de privé aandeelhouders van de NBB van het grootste deel van hun eigendom beroofd werden en we zullen netjes kunnen uitleggen hoe de huidige financiële crisis geboren werd en hoe ze aangroeide tot een alles verwoestende tsunami.
Als we rekening houden met het verhaal dat ik in mijn vorige bericht schetste betekent dit dat het eerste dividend van 60 frank uit 1850 moet opgetrokken worden naar 26.000 frank (644 euro) vandaag om dezelfde waarde als in 1850 te vertegenwoordigen.
Rekening houdend met het feit dat de goudprijs bijlange niet de evolutie van de koopkracht gevolgd heeft, is mijn vraag, om dit eerste dividend op te trekken tot 600 euro, zoals steeds eerder bescheiden.
De reden voor het achterblijven van de goudprijs moet niet ver gezocht worden.
Wereldwijd werken de centrale banken reeds ongeveer honderd jaar samen om de goudprijs kunstmatig laag te houden zodat snoodaards niet op het idee zouden komen om goud te gaan beschouwen als vervangmiddel voor hun papieren beloftebonnen.
De geschiedenis van de Nationale Bank sedert 1926 is er eentje van bedrog, misleiding, beroving van de privé aandeelhouders en geschiedenisvervalsing. In de loop van de komende jaren zullen we dit bedrog stap voor stap blootleggen.
Daarbij zullen we twee vliegen in één klap slaan: we zullen aantonen op welke onrechtvaardige manier de privé aandeelhouders van de NBB van het grootste deel van hun eigendom beroofd werden en we zullen netjes kunnen uitleggen hoe de huidige financiële crisis geboren werd en hoe ze aangroeide tot een alles verwoestende tsunami.
Het bedrog met het papier!
Bij het volgende verhaal moet je rekening houden met het feit dat de goudprijs vandaag slechts gedeeltelijk de enorme waardevermindering van het papiergeld weerspiegelt.
De goudprijs is met andere woorden historisch gezien fel ondergewaardeerd doch je krijgt toch een idee van hetgeen er zich afgespeeld heeft.
Met de wet van 25 juni 1932 wordt de waarde van de frank als volgt bepaald: 1 Belgische frank = 4,5 gram fijn zilver = 0,290322 gram fijn goud 1 kilogram goud = 15,5 kilogram zilver.
Met de wet van 25 oktober 1926 legt de regering volgende pariteit vast: 1 Belgische frank = 0,0418422 gram goud of een devaluatie van 85%.
Met de wet van 31 maart 1936 wordt de waarde van de frank als volgt omschreven: 1 Belgische frank = 0,0301264 gram goud of een devaluatie van 28%.
Op 1 mei 1944 bedraagt de waarde van de onze frank nog 0,0202765 gram goud of een devaluatie van 33%.
Met de wet van 22 september 1949 bepaalt de regering de waarde van de frank als volgt: 1 Belgische frank = 0,01777341755 gram goud of een devaluatie van 12%.
Vandaag is onze frank nog 0,0006523 gram goud waard of een waardedaling met 96,33%.
In totaal daalde de waarde van de frank, uitgedrukt in goud, tussen 1832 en heden met 99,77%. Iedereen kent het spreekwoord "eerlijk als goud", degenen die dit wensen te vervangen door "eerlijk als politici en politiek benoemde centrale bankiers" zijn uiteraard vrij om dit te doen.
De goudprijs is met andere woorden historisch gezien fel ondergewaardeerd doch je krijgt toch een idee van hetgeen er zich afgespeeld heeft.
Met de wet van 25 juni 1932 wordt de waarde van de frank als volgt bepaald: 1 Belgische frank = 4,5 gram fijn zilver = 0,290322 gram fijn goud 1 kilogram goud = 15,5 kilogram zilver.
Met de wet van 25 oktober 1926 legt de regering volgende pariteit vast: 1 Belgische frank = 0,0418422 gram goud of een devaluatie van 85%.
Met de wet van 31 maart 1936 wordt de waarde van de frank als volgt omschreven: 1 Belgische frank = 0,0301264 gram goud of een devaluatie van 28%.
Op 1 mei 1944 bedraagt de waarde van de onze frank nog 0,0202765 gram goud of een devaluatie van 33%.
Met de wet van 22 september 1949 bepaalt de regering de waarde van de frank als volgt: 1 Belgische frank = 0,01777341755 gram goud of een devaluatie van 12%.
Vandaag is onze frank nog 0,0006523 gram goud waard of een waardedaling met 96,33%.
In totaal daalde de waarde van de frank, uitgedrukt in goud, tussen 1832 en heden met 99,77%. Iedereen kent het spreekwoord "eerlijk als goud", degenen die dit wensen te vervangen door "eerlijk als politici en politiek benoemde centrale bankiers" zijn uiteraard vrij om dit te doen.
zaterdag 16 februari 2013
Waardevastheid geld!
Zoals reeds talloze malen herhaald, is het belangrijk om te begrijpen dat bij de oprichting van de centrale banken het allerbelangrijkste was dat die instellingen garant stonden voor het bewaken van de koopkracht van het geld.
Enkel en alleen als het publiek zou geloven dat het papier van de centrale bank even veilig was als het goud of het zilver, dat het moest vervangen, zouden de mensen bereid zijn om dit papier te aanvaarden als betaalmiddel.
In de tweede helft van de negentiende eeuw hadden de burgers echter nog een gezonde achterdocht tegenover het papier van de Nationale Bank en een groot deel van de Belgen weigerde daarom een betaling in papiergeld, ze eisten een betaling in klinkende munt. Door de wet van 20 juni 1873 werd dit echter onmogelijk gemaakt omdat het papiergeld van de NBB vanaf dat ogenblik door de wetgever tot "wettig betaalmiddel" werd gepromoveerd.
Vanaf dat moment zaten de Belgen met de gebakken peren doch ze hadden in die tijd wel het geluk dat de Nationale Bank nog een fatsoenlijke instelling was die nauwgezet haar plicht vervulde.
Tot en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleef de waarde van onze munt dan ook stabiel.
In eerdere berichten schreef ik hier al hoe de Belgische politici, hand in hand met de commerciële bankiers, in 1926 komaf maakten met de onafhankelijkheid van de NBB en zodoende de zaden voor de huidige financiële crisis een vruchtbare bodem bezorgden.
Dat het normaal en belangrijk is, voor het welzijn van de bevolking, dat het geld zijn waarde behoudt, kun je ook al terugvinden in het Oude Testament en voor de moslims in de sharia.
De sharia gaat het verst door gewoonweg het aanrekenen van intrest te verbieden.
Waarom zou je immers rente aanrekenen? Je leent vandaag tien zilverstukken aan iemand en die persoon betaalt jou volgend jaar terug met tien zilverlingen die nog steeds hetzelfde waard zijn.
De Bijbel is een beetje genuanceerder want daar maakt men duidelijk het verschil tussen professionele geldhandelaars en particulieren die geld uitlenen om iemand uit de nood te helpen.
In het Boek Exodus zegt vers 22:24 het volgende:
"Wanneer ge geld leent aan een arme van mijn volk onder u, zult ge u tegenover hem niet als een geldschieter gedragen, en geen rente van hem vragen".
Het is duidelijk dat zulke wijze richtlijnen enkel kunnen werken als de waardevastheid van het geld gegarandeerd is.
De Bijbel verbiedt het lenen van geld niet expliciet, maar staat dit ook niet expliciet toe. De wijsheid van de Bijbel leert ons dat het gewoonlijk geen goed idee is om schulden aan te gaan.
Schulden maken ons in essentie een slaaf van degene aan wie we iets verschuldigd zijn.
Tegelijkertijd is het aangaan van schulden soms een “noodzakelijk kwaad”. Zo lang als er op een wijze manier met geld wordt omgegaan en de betalingen binnen de perken blijven kan een Christen de last van een financiële schuld op zich nemen als dit noodzakelijk mocht zijn.
Wellicht zou het raadzaam zijn, mochten de politici in Europa, Amerika en Japan zich eens in die lectuur zouden verdiepen.
Enkel en alleen als het publiek zou geloven dat het papier van de centrale bank even veilig was als het goud of het zilver, dat het moest vervangen, zouden de mensen bereid zijn om dit papier te aanvaarden als betaalmiddel.
In de tweede helft van de negentiende eeuw hadden de burgers echter nog een gezonde achterdocht tegenover het papier van de Nationale Bank en een groot deel van de Belgen weigerde daarom een betaling in papiergeld, ze eisten een betaling in klinkende munt. Door de wet van 20 juni 1873 werd dit echter onmogelijk gemaakt omdat het papiergeld van de NBB vanaf dat ogenblik door de wetgever tot "wettig betaalmiddel" werd gepromoveerd.
Vanaf dat moment zaten de Belgen met de gebakken peren doch ze hadden in die tijd wel het geluk dat de Nationale Bank nog een fatsoenlijke instelling was die nauwgezet haar plicht vervulde.
Tot en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleef de waarde van onze munt dan ook stabiel.
In eerdere berichten schreef ik hier al hoe de Belgische politici, hand in hand met de commerciële bankiers, in 1926 komaf maakten met de onafhankelijkheid van de NBB en zodoende de zaden voor de huidige financiële crisis een vruchtbare bodem bezorgden.
Dat het normaal en belangrijk is, voor het welzijn van de bevolking, dat het geld zijn waarde behoudt, kun je ook al terugvinden in het Oude Testament en voor de moslims in de sharia.
De sharia gaat het verst door gewoonweg het aanrekenen van intrest te verbieden.
Waarom zou je immers rente aanrekenen? Je leent vandaag tien zilverstukken aan iemand en die persoon betaalt jou volgend jaar terug met tien zilverlingen die nog steeds hetzelfde waard zijn.
De Bijbel is een beetje genuanceerder want daar maakt men duidelijk het verschil tussen professionele geldhandelaars en particulieren die geld uitlenen om iemand uit de nood te helpen.
In het Boek Exodus zegt vers 22:24 het volgende:
"Wanneer ge geld leent aan een arme van mijn volk onder u, zult ge u tegenover hem niet als een geldschieter gedragen, en geen rente van hem vragen".
Het is duidelijk dat zulke wijze richtlijnen enkel kunnen werken als de waardevastheid van het geld gegarandeerd is.
De Bijbel verbiedt het lenen van geld niet expliciet, maar staat dit ook niet expliciet toe. De wijsheid van de Bijbel leert ons dat het gewoonlijk geen goed idee is om schulden aan te gaan.
Schulden maken ons in essentie een slaaf van degene aan wie we iets verschuldigd zijn.
Tegelijkertijd is het aangaan van schulden soms een “noodzakelijk kwaad”. Zo lang als er op een wijze manier met geld wordt omgegaan en de betalingen binnen de perken blijven kan een Christen de last van een financiële schuld op zich nemen als dit noodzakelijk mocht zijn.
Wellicht zou het raadzaam zijn, mochten de politici in Europa, Amerika en Japan zich eens in die lectuur zouden verdiepen.
woensdag 13 februari 2013
Brooklyn anno 1853
Een nieuw huis in Brooklyn New-York kostte in 1853 ongeveer 2.500 dollar;
Een studio in Brooklyn, met een oppervlakte van 83,55 vierkante meter, kost vandaag 975.000 dollar.
De prijs voor een vierkante meter bouwgrond in hartje Brussel bedroeg 350 frank in 1872 (Gedenkboek ASLK pagina 117).
Vandaag staat er op immovlan.be een stuk bouwgrond te koop te Schaarbeek oppervlakte 242 vierkante meter, vraagprijs 299.000 euro of 49.841 frank per vierkante meter.
Een huis in Brooklyn is uiteraard niet hetzelfde als een studio en een vierkante meter bouwgrond aan het Brouckèreplein is natuurlijk niet te vergelijken met bouwgrond in een achterliggende straat in Schaarbeek doch deze voorbeelden geven duidelijk aan dat een dollar of een frank uit 1870 niet hetzelfde is als vandaag.
De prijs voor een vierkante meter bouwgrond in hartje Brussel bedroeg 350 frank in 1872 (Gedenkboek ASLK pagina 117).
Vandaag staat er op immovlan.be een stuk bouwgrond te koop te Schaarbeek oppervlakte 242 vierkante meter, vraagprijs 299.000 euro of 49.841 frank per vierkante meter.
Een huis in Brooklyn is uiteraard niet hetzelfde als een studio en een vierkante meter bouwgrond aan het Brouckèreplein is natuurlijk niet te vergelijken met bouwgrond in een achterliggende straat in Schaarbeek doch deze voorbeelden geven duidelijk aan dat een dollar of een frank uit 1870 niet hetzelfde is als vandaag.
Abonneren op:
Posts (Atom)