zaterdag 9 mei 2020

Vragen 11 en 12, voor wie van de waarheid houdt!


Vraag 11

De voorbije jaren heb ik via mijn schriftelijke vragen op de algemene vergadering duidelijk de geschiedenis van het goud van de Bank geschetst alsook de manipulatie van de gebruikte terminologie om het goud van de Bank om te toveren in het goud van de Staat.

Het goud is altijd van de Nationale Bank geweest, dat wordt duidelijk aangetoond door de jaarverslagen zodat daarover geen discussie kan bestaan.  Het probleem is uiteraard dat de politiek benoemde directie van de Nationale Bank 82,58% of 1.076 ton van ons goud verkocht heeft aan bodemprijzen om hun politieke bazen te helpen bij het produceren van geflatteerde schuldstatistieken en frauduleuze begrotingen.  Bij deze goudroof werd uitgegaan van de foutieve stelling dat het goud van de Staat was.  Nadat je 82,58% van het goud illegaal onteigend hebt, met als argument dat het goud van de Staat is, wordt het natuurlijk moeilijk om vervolgens toe te geven dat je die 1.076 ton goud per ongeluk verkocht hebt.

Tijdens de algemene vergaderingen van de voorbije vijftien jaar heb ik herhaaldelijk duidelijk aangetoond dat tussen 1851 tot en met 1971 er geen enkele discussie de eigenaar van het goud bestond.  In ieder jaarverslag werd er consequent gesproken over het “Goud- en deviezenbezit van de Nationale Bank”.

In het jaarverslag over 1971 luidt het op pagina 53 na 120 jaar nog steeds:

“Goudvoorraad en netto deviezenpositie van de Nationale Bank van België”.

Tussen 1850 en 1971 wordt op geen enkel moment ergens verwezen naar de mogelijkheid dat het goud van de Staat zou zijn.


Nergens wordt de situatie helderder uitgelegd als in het jaarverslag over 1948.  Daar lezen we op pagina 76 het volgende:

“Beschikbare goudvoorraad fr. 27.333.965.142,07

Onbeschikbaar goudsaldo na herwaardering van de goudvoorraad (besluitwet nr 5 dd. 1 mei 1944).

Per 31 december zijn deze twee rubrieken samengebracht op een enkele rekening <<Goudvoorraad>>, tengevolge van de aanwending van de passiefrekening <<Schatkist: onbeschikbare rekening wegens herwaardering (besluitwet nr 5 van 1 mei 1944>> tot de gedeeltelijke delging van de schuld van de Staat tegenover de Bank.”

Vertaling voor de mensen die deze materie niet volledig beheersen:

Na de opwaardering van de goudprijs in 1944 wordt de daardoor gecreëerde (fictieve) meerwaarde op een onbeschikbare reserverekening geplaatst.  Na de grote operatie om de alle oorlogs-onevenwichten weg te zuiveren blijft de Belgische Staat met een zware openstaande schuld aan de Nationale Bank.  Om deze schuld gedeeltelijk weg te werken wordt de bewuste “onbeschikbare reserverekening” met een saldo van 10.493.184.885 frank overgeheveld naar de “Beschikbare Goudvoorraad” van de Nationale Bank.

Vraag:

Als de Staat in 1948 een deel van zijn schuld aan de Bank aflost door een onbeschikbare reserverekening van 10,93 miljard frank over te hevelen naar de Beschikbare Goudvoorraad van de Nationale Bank:

Is er dan één regent die niet begrijpt wie de eigenaar van het goud van de Nationale Bank is?




Vraag 12

Vanaf boekjaar 1972 begint men verwarring te zaaien over wie de werkelijke eigenaar van het goud is. Op pagina 62 van het jaarverslag over 1972 volgt er een subtiele verandering, het goud en deviezenbezit van de Nationale Bank verandert in:

“NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD- EN DEVIEZENRESERVES”

Op pagina 53 van het jaarverslag over 1971 staat er nog heel duidelijk: “GOUDVOORRAAD EN NETTO DEVIEZENPOSITIE VAN DE NATIONALE BANK VAN BELGIE”.


Zo gaat het altijd wanneer geschiedenis vervalst wordt.  Dat gaat niet brutaal, dat zou immers teveel opvallen.  Het gaat stapje voor stapje.


De jongste jaren, dit jaar op pagina 130  van het jaarverslag, luidt het als volgt:

“De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank”.

Alhoewel verschillende leden van de directie de jongste jaren toegaven dat het goud wel degelijk van de Bank is werd dit nooit schriftelijk toegegeven en werd er op een sublieme manier professioneel rond de pot gedraaid.

Vraag:

Moeten we de verwarringzaaiende versie van de jongste jaren (dit jaar op pagina 130 van het jaarverslag) lezen als:

Het goud en de deviezen zijn eigendom van de Bank en haar aandeelhouders;

De Belgische Staat bezit 50% van de aandelen van de NBB;

Zodoende is de Staat eigenaar van 50% van het goud en de deviezen;

Zodoende beheert de Nationale Bank de goudreserves van de Staat (50%);

De resterende 50% van die goudreserves zijn eigendom van de privé aandeelhouders?

vrijdag 8 mei 2020

Vraag 10, eentje om in te kaderen!


Vraag 10



Dankzij het Corona verhaal kunnen we dit jaar in alle sereniteit een aantal complexe verhalen uitklaren.  Hetgeen nu volgt is een duidelijk voorbeeld van hetgeen al jaren scheefloopt doch nooit rechtgetrokken wordt omdat men zich hult in een geheimzinnig stilzwijgen en vooral omdat men weigert om op belangrijke vragen te antwoorden. Als er na lang aandringen uiteindelijk soms toch een vaag antwoord kwam, werd toch geweigerd om dat antwoord te notuleren zodat de onduidelijkheid bleef en de Regentenraad voor zichzelf de mogelijkheid creëerde om dat antwoord elk jaar aan te passen in functie van de windrichting.  Een lange maar gedetailleerde inleiding met alle nodige en nuttige informatie over de essentie van de zaak met op het eind een aantal korte vragen die een duidelijk antwoord verdienen:



Het verhaal van de jaarlijkse absurde jaarlijkse betaling van 24,4 miljoen euro aan de Staat, omdat de Staat haar verplichtingen tegenover de Bank niet nakwam, gaat ieders verstand te boven.  De directie gaat al jaren akkoord dat deze betaling ongepast is doch blijft ze wel slaafs uitvoeren.



Nu blijkt uit de informatie op de website van de ECB dat de ECB op 4 oktober 2012 een brief ontving van de gouverneur van de Nationale Bank, in naam van minister van Financiën Steven Vanackere, met de vraag of de ECB akkoord ging met het schrappen van die betaling van 24,4 miljoen euro omdat dit niet meer gepast was na de wetswijziging omtrent de winstverdeling in 2009.  Het verhaal is helder en klaar de opmerkingen van de ECB spreken voor zich.  Ziehier de brief van de ECB aan de Nationale Bank van België dd. 29 oktober 2012:



Inleiding en rechtsgrondslag

Op 4 oktober 2012 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Gouverneur van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (NBB), zulks in naam van de Belgische Minister van Financiën om een advies inzake een ontwerp van wet tot intrekking van een regel inzake de winstverdeling tussen de NBB en de Belgische Staat en tot wijziging van de Wet van 28 juli 1948 betreffende de sanering van de balans van de NBB (hierna het ‘wetsontwerp’). De adviesbevoegdheid van de ECB is gebaseerd op artikel 127, lid 4 en artikel 282, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het derde streepje van artikel 2, lid 1 van Beschikking 98/415/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de raadpleging van de Europese Centrale Bank door de nationale autoriteiten over ontwerpen van wettelijke bepalingen1, aangezien het voorstel de NBB betreft. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.

 

Doel van het Voorstel

Het wetsontwerp beoogt de schrapping met ingang van 1 januari 2012 van het derde lid van artikel 3, onder b) van de wet van 29 juli 1948 inzake de sanering van de balans van de NBB, welke bepaling een stand-alone verplichting voor de NBB behelst om de Belgische Staat jaarlijks een bedrag van 986 miljoen Belgische frank (24,4 miljoen EUR) te betalen.  Deze in 1991 ingevoerde verplichting beoogde de neutralisering van meeruitgaven voor de Belgische Staat welke uitgaven voortvloeien uit de eenmalige omzetting van de geconsolideerde vordering van de NBB op de Belgische Staat in vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten, welke vordering 34 miljard Belgische frank beloopt. Op basis van de toen geldende distributieregels diende de Belgische Staat de netto-financiële opbrengsten te ontvangen die 3% van het verschil tussen het gemiddelde bedrag van de rentegevende activa van de NBB en haar op jaarbasis berekende vergoede passiva te boven gingen. Rekening houdend met een aanpassing van 0,1% op deze 3% (vanwege de gedeeltelijke compensatie voor de instandhouding van de bankbiljetten omloop), leidde de toepassing van de voornoemde ‘3%-regel’ op de 34 miljard Belgische franks die overeenkomen met het totaalbedrag van de vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten tot een opname in de balans van de NBB van het bedrag 24,4 miljoen EUR2. Vervolgens werd bij artikel 2 van de Wet van 3 april 2009 tot wijziging van de financiële bepalingen van de Wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (hierna de ‘Organieke Statuten van de NBB’) de 3%-regel ingetrokken. Artikel 3 voerde in artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB een nieuwe winstverdelingsregel in, volgens welke regel de jaarlijkse winsten van de NBB als volgt worden toegedeeld: a) van het overschot van de jaarlijkse NBB-winsten na toekenning aan de aandeelhouders van een eerste dividend van 6% het kapitaal van de NBB, wordt een door het Directiecomité voorgesteld en door haar Regentenraad vastgesteld bedrag onafhankelijk toegekend aan het reservefonds of aan de beschikbare reserves; b) vervolgens wordt van de resterende winst aan de aandeelhouders een tweede door de Regentenraad vastgesteld dividend toegekend van minimaal 50% van de netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen van het reservefonds en de beschikbare reserves; en c) tenslotte wordt het saldo toegekend aan de Staat. De artikelen 2 en 3 van die wet traden op 1 januari 2009 in werking. De ECB werd inzake deze nieuwe winstverdelingsregel geraadpleegd en stelde Advies CON/2009/4 vast.



2. Algemene opmerkingen 

Elke overdracht van middelen van een nationale centrale bank aan een lidstaat, hetzij in de vorm van een winstverdelingsregeling of een equivalent daarvan, dient de dienaangaande door het Verdrag opgelegde beperkingen te respecteren, met name het beginsel van onafhankelijkheid van de centrale bank krachtens artikel 130 van het Verdrag, en het in artikel 123, lid 1 vastgelegde verbod op monetaire financiering.



 3. Specifieke opmerkingen

Het ontwerp van wet trekt de stand-alone verplichting voor de NBB om de Belgische Staat jaarlijks een vast bedrag van 24,4 miljoen EUR te betalen, in. De ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag. Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB. Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd. Zulks zou wederom de algemene financiële onafhankelijkheid van de NBB versterken, omdat de discretionaire bevoegdheid van de NBB niet langer wordt beperkt door de vereisten rekening te houden met vaste jaarlijkse betalingen aan de Belgische Staat.  



 Dit Advies wordt op de website van de ECB gepubliceerd. 

 Gedaan te Frankfurt am Main, 29 oktober 2012.



Uit dit document van de ECB blijkt duidelijk dat de Nationale Bank de ECB voorgelogen heeft.  Volgende passage strookt namelijk niet met de waarheid:

“De ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag.”



Iedereen weet namelijk dat die 24,4 miljoen euro niet rechtstreeks naar de Staat zou gaan en dat daarvan in de huidige context de helft naar de reserves behoort te gaan.



Verder is de ECB duidelijk dat de betaling van die 24,4 miljoen euro niet strookt met de nieuwe wetgeving:

“Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB.”



Doch de ECB kan de absurde situatie toch laten passeren omdat de ECB begrepen heeft dat die onnozelheid ondertussen werd beëindigd op 1 januari 2012:

“Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd.”



Dit document van de ECB toont aan:

  1. Dat de Nationale Bank en minister Vanackere de ECB al dan niet bewust valse informatie toegespeeld hebben;
  2. Dat de ECB in de mening verkeert dat die betaling van die 24,4 miljoen euro op 1 januari 2012 werd stopgezet!





Aangezien de toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere momenteel directeur van de Nationale Bank is kan hij misschien deze onwelriekende zaak toelichten:



Waarom verschafte directeur Vanackere de ECB verkeerde informatie door te stellen dat die betaling van 24,4 miljoen euro sowieso in de Schatkist zou gestort worden via de winstverdeling?



Verschafte directeur Vanackere in zijn hoedanigheid als minister van Financiën die verkeerde informatie omdat hij de ingewikkelde zaak zelf niet helemaal begreep?



Waarom liet U de ECB in de waan dat die betaling vanaf 1 januari 2012 zou stopgezet worden?



Hoe is het mogelijk dat de betaling van die 24,4 miljoen euro, volgens de informatie van de ECB stopgezet op 1 januari 2012, in 2020 nog steeds uitgevoerd werd?

Schriftelijke vragen AV 2020 3 tot 9


Vraag 3



In 2012 beloofde toenmalig minister van Financiën en huidig Nationale Bank directeur Steven Vanackere  dat hij de onrechtvaardige betaling van de inmiddels beruchte 24,4 miljoen euro zou laten schrappen.  In 2014 werd die schrapping opgenomen in het regeerakkoord.  Hoe komt het dat aan zo’n flagrante diefstal geen einde komt als de minister van Financiën zoiets uitdrukkelijk belooft?





Vraag 4



Op pagina 135 onder punt 6.1 wordt de betaling van die 24,4 miljoen als volgt verantwoord:



“als compensatie voor de meeruitgaven die voor de Staat voortvloeien uit de conversie, in 1991, van de geconsolideerde schuld tegenover de Bank in vrije verhandelbare effecten”.



Gelet op het feit dat de Belgische Staat, dankzij de monetaire zelfmoordpolitiek van de ECB, al een hele tijd geen rente meer moet betalen op haar nieuwe schulden:

Wat is de gemiddelde opbrengst van de Belgische staatsleningen in de portefeuille van de Bank?







Vraag 5



Aangezien die 24,4 miljoen euro een rente van 2,9% vertegenwoordigt op de nooit terugbetaalde schuld van 34 miljard frank van de Staat aan de Bank:



Hoeveel rente ontving de Nationale Bank vorig jaar op die 34 miljard frank?

Was dat meer of minder dan 24,4 miljoen euro?





Vraag 6



Welke stappen heeft de Regentenraad vorig jaar gezet om de uitbetaling van die 24,4 miljoen euro stop te doen zetten?





Vraag 7



Aangezien de betaling van die 24,4 miljoen euro gekoppeld was aan de schandalige 3% regel, die door de nieuwe regels van de winstverdeling in 2009 kwam te vervallen, is die 24,4 miljoen sinds boekjaar 2010 niet meer verschuldigd.  In totaal betaalde de Bank zodoende onterecht 244 miljoen aan de Belgische Staat:

Welke stappen heeft de Regentenraad vorig jaar gezet om die 244 miljoen euro terug te vorderen?








Vraag 8



De “onafhankelijke” Regentenraad beslist ieder jaar “in alle onafhankelijkheid” om honderden miljoenen, die aan de reserves kunnen toegevoegd worden, uit te keren aan de Staat.



Als diezelfde Staat weigert om die jaarlijkse diefstal van 24,4 miljoen te schrappen:

Waarom schrapt de “onafhankelijke” Regentenraad dan zolang de uitbetaling van dat saldo van de winst niet door dat saldo toe te voegen aan de reserves?





Vraag 9



Sedert 2012 horen de aandeelhouders op de algemene vergadering steeds hetzelfde verhaal:

“Zolang men de wet niet verandert, kunnen we niks doen”.



Elk jaar heeft de “onafhankelijke”  Regentenraad een bazooka van honderden miljoenen om de wetgever op andere gedachten te brengen.



Waarom doet de Regentenraad dat niet?

Wat zegt dat over de onafhankelijkheid van de Regentenraad?

Hoe ligt die houding van de Regentenraad in lijn met de gelijke behandeling van aandeelhouders en de regels van deugdelijk bestuur?

Schriftelijke vragen 1 + 2 algemene vergadering NBB 18 mei 2020


Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke vragen Erik Geenen.





Vraag 1



Na 19 jaar actief verzet van de minderheidsaandeelhouders van de Nationale Bank, tegen de eindeloze reeks onteigeningen zonder compensatie, willekeur en machtsmisbruik, is het verbijsterend om te moeten vaststellen dat de Regentenraad volhardt in de boosheid.



De willekeur en het machtsmisbruik wordt dit jaar meer dan ooit tentoongespreid door de verlaging van het dividend.  Na de eindeloze discussies die daarover de jongste jaren gevoerd werden is het belangrijk om de zaken even duidelijk op een rij te zetten en daarbij is het belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat de Belgische Staat nooit één cent geïnvesteerd heeft in de Nationale Bank, het volledige kapitaal werd aangebracht door de privé aandeelhouders van de Bank.



Over 2019 brengt de Nationale Bank, inclusief belastingen, in totaal 607 miljoen euro op voor de Staat of bijna 51 miljoen euro (+9,10%) meer dan over 2018.



De privé aandeelhouders ontvangen als aalmoes een nettodividend van 17,16 miljoen euro of 2,23 miljoen (-11,5%) minder dan over 2018.



Het feit dat de Regentenraad opnieuw de niet verschuldigde 24,4 miljoen euro (jaarverslag pagina 135 punt 6.1) uitbetaalde aan de Schatkist is ronduit stuitend en toont aan dat we hier met een verzameling onfatsoenlijke hypocrieten te doen hebben die enkel en alleen uit zijn op de verdediging van hun eigenbelangen zonder oog te hebben voor de belangen van de samenleving in het algemeen en de privé aandeelhouders van de Bank in het bijzonder.



Hoe verantwoord de Regentenraad de uitbetaling van de niet verschuldigde, op niets gebaseerde 24,4 miljoen euro aan de Staat, op het moment dat ze het totale nettodividend voor de privé aandeelhouders van de Bank verlaagt naar 17,16 miljoen euro?





Vraag 2



Als je de eerste vraag grondig doorneemt en de geschiedenis en cijfers goed laat doordringen...  Hoe zou de Regentenraad dan zichzelf omschrijven:

  1. Als een verzameling goedmenende burgers/bestuurders die de belangen van alle stakeholders van de Bank op dezelfde manier verdedigt?
  2. Als een bende corrupte politieke marionetten, die geen enkel middel onverlet laten om aan te tonen dat zij boven de wet staan en door middel van machtsmisbruik alles in het werk stellen om de koers van het aandeel Nationale Bank op absurd lage niveau’s te houden?

vrijdag 31 januari 2020

Nationale Bank, een spel van grote getallen!

Soms is een verhaal zo absurd dat het ongeloofwaardig wordt en dat is zeker het geval voor de Nationale Bank story.  Een aandeel dat 37.000 euro waard is en op de beurs 2.360 euro noteert? Dat kan niet zeggen de mensen dan.

De jongste dertig jaar roofden onze politici illegaal meer dan 12 miljard euro of 30.000 euro per aandeel uit de reserves van de NBB.  Dertigduizend euro per aandeel gestolen?  Dan begrijp je dat we over grote getallen spreken in dit verhaal.  Uiteraard heeft men allerlei wetten gecreëerd om die rooftocht een legaal tintje te geven doch aangezien het hier over een regelrechte onteigening gaat, is het een flagrante schending van het eigendomsrecht en wordt de situatie illegaal omdat het eigendomsrecht ingeschreven staat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.  Dit verdrag bepaalt dat een eigenaar recht heeft op een passende schadevergoeding indien hij onteigend wordt.

Eens je beseft dat de Belgische politici meer dan 30.000 euro per aandeel uit de reserves gestolen hebben om hun begrotingen kunstmatig op te poetsen en de staatsschuld kunstmatig te verlagen wordt het duidelijk dat een beurskoers van 2.340 euro minstens vreemd is zeker als je weet dat de restwaarde vandaag +/-37.000 euro per aandeel bedraagt.

De lage beurskoers is een rechtstreeks gevolg van de orgie van machtsmisbruik, leugens en bedrog die al decennialang dagelijkse kost zijn bij de NBB en het feit dat het gros van de mensen gelooft dat dit eeuwig kan blijven duren.  Laat me hierover duidelijk zijn: Zoiets kan nooit blijven duren.  Als er zware fouten gemaakt worden, wetten overtreden worden, rechters gemanipuleerd worden... blijft dat nooit eeuwig duren.

Een groot probleem, dat nog steeds door zowat iedereen onderschat wordt, is het feit dat de gepleegde misdrijven zodanig verregaand zijn dat het volgens mij onmogelijk geworden is dat men het aandeel ooit nog van de beurs kan halen.  Zo is het goud altijd van de Bank geweest doch om 80% van dat goud te kunnen roven werd het fabeltje verspreid dat het goud van de Staat was.  Vervolgens werd de utopie van de meerwaarde op het goud bovengehaald terwijl men bij de verkoop van dat goud het argument gebruikte dat goud niks opbracht.  Dat laatste is correct, goud brengt niks op, het behoudt enkel zijn waarde in functie van de muntontwaarding van het fiat geld.  Als er geen opbrengst is dan is een meerwaarde natuurlijk moeilijk uit te leggen.  En als het goud van de Bank is, hetgeen nu na al die jaren eindelijk wordt toegegeven, dan is de meerwaarde uiteraard ook van de Bank en dan spreken we van een onteigening zonder compensatie als de Staat daar beslag op legt.

Volgens mij is een bod of een schrapping van de beurs omwille van dit verhaal dus onmogelijk en daarom pleit is sinds 2005 voor een oplossing door middel van de aanpassing van het eerste dividend aan de evolutie van de koopkracht.  Het dividend van de NBB bestaat namelijk uit twee delen:
1. een eerste dividend van 6% op het kapitaal;
2. een tweede dividend, een extraatje indien de resultaten het toelaten.

Dat eerste dividend van 6% op het kapitaal was bedoeld om de aandeelhouders een deftig rendement te bieden en duidelijk te maken dat de Nationale Bank niet bedoeld was om de aandeelhouders rijk te maken.  Dat werd ook duidelijk gesteld door minister Frère Orban die met het idee van de oprichting van de NBB op de proppen kwam.  Toen de NBB in 1850 opgericht werd stond inflatie echter gelijk met ketterij en dat zou zo blijven tot en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waardoor dat eerste dividend tussen 1850 en 1914 z'n waarde behield.  Toen men echter na de Eerste Wereldoorlog inflatie invoerde om het probleem van de hoge staatsschuld op te lossen (denk aan wat er vandaag gebeurt), vergat men het eerste dividend echter te indexeren waardoor dat eerste dividend uit 1850 vandaag nog steeds diezelfde 60 frank bedraagt.

Terwijl de wedde van de gouverneur tussen 1850 en vandaag steeg van 500 euro naar 500.000 euro per jaar en het loon van een goedbetaalde arbeider evolueerde van 12 euro naar 30.000 euro bleef het eerste dividend voor de aandeelhouders van de NBB vastgeroest op 1,5 euro.

Daarom pleit ik al jaren voor het aanpassen van dat eerste dividend aan de evolutie van de koopkracht en ik denk dat de evolutie van de wedde van de gouverneur hier een goede indicator is die heel goed de daling van de waarde van het geld weergeeft sedert 1914.  Dat betekent dat het eerste dividend met een factor duizend zou moeten stijgen tot 1.500 euro (gedeeld door drie!).  Dit laatste omdat we rekening moeten houden met het feit dat het aandeel in 1927 gesplitst werd in drie zodat het eerste dividend moet opgetrokken worden tot 500 euro per aandeel om de aandeelhouders te behandelen volgens het principe van onze Grondwet "Iedere Belg is gelijk voor de wet".

Uiteraard moet dan gegarandeerd worden dat het eerste dividend in de toekomst correct geïndexeerd zal worden en blijft de situatie voor het tweede dividend zoals het altijd geweest is.  Indien dit gebeurt wordt een Nationale Bank aandeel een gedroomde belegging voor verzekeraars en beleggers die op zoek zijn naar een deftig gegarandeerd rendement.  In de huidige situatie zou het totale bruto dividend stijgen tot 600 euro per aandeel en de beurskoers stijgen tot boven de 20.000 euro waardoor het volgens mij correct zou noteren in functie met de werkelijke onderliggende waarde rekening houdend met een normale discount omwille van het speciale karakter van de Bank.

Op deze manier kan het conflict opgelost worden op een manier dat de rechten van de aandeelhouders in ere hersteld worden en zonder dat een partij gezichtsverlies lijdt.  Ik ben altijd al voorstander geweest van het behoud van de privé aandeelhouders in het kapitaal van de Nationale Bank omdat zo'n instelling in België niet kan overleven omwille van de speciale gewoontes van onze politici die het niet te nauw nemen met termen als Algemeen Belang.

De huidige situatie is op termijn onhoudbaar en uiteindelijk schieten onze politici en hun marionetten bij de Nationale Bank zichzelf in de voet door hun houding want dankzij het kunstmatig laag houden van de koers kan zowat iedereen zichzelf zo'n aandeeltje veroorloven.  Terwijl een arbeider in 1850 nog 25 maandlonen moest opsparen om een NBB aandeel te kunnen kopen kan zowat iedereen zich vandaag zo'n aandeel veroorloven.  Twee weken geleden vierde ik de twintigste verjaardag van mijn strijd tegen het onrecht en het wanbeleid bij de Nationale Bank en vanaf 2004 begreep ik dat een paleisrevolutie enkel mogelijk zou zijn indien ik voldoende volk op de been zou krijgen om die algemene vergadering bij te wonen.  Na vele jaren als een goudrover en halve gare te zijn afgeschilderd beginnen steeds meer mensen te beseffen dat het tegendeel waar is en voor het eerst in al die jaren ervaar ik dat tal van jonge mensen zich engageren voor de langere termijn.  Tegen een cluster van macht, zoals dat rond de Nationale Bank geweven is (NBB-politiek-justitie-zwijgende media), kun je als kleine man niet veel ondernemen.  Doch mits het samenbrengen van voldoende kleine mannetjes en vrouwtjes kun je een immense aardverschuiving in gang zetten.  Vanaf het begin heb ik gezegd tegen ieder die het horen wilde dat dit een lange strijd zou worden en dat het onmogelijk te voorspellen was hoe lang het zou duren.  Daarom heb ik het ook altijd plezant proberen te houden en heb ik altijd gezegd dat volhouden de enige manier was om aan het eind van de rit te zegevieren.  Langzaam maar zeker komt de eindmeet in zicht en ik weet dat steeds meer mensen vandaag begrijpen dat goed bestuur niet vanzelf komt.  Daarom roep ik iedereen op om samen met mij te komen strijden voor de toekomst van ons nageslacht en geloof me, er is geen betere plaats om dat te doen dan bij de Nationale Bank van België want dat is het typevoorbeeld van wanbeleid, de plaats waar de slechte bestuurders hun beste vriendjes benoemd hebben om de reserves van ons land te plunderen.

In 1850 kostte een Nationale Bank aandeel 25 maandlonen van een mijnwerker;
Vandaag kost een aandeel het gemiddeld maandloon van een arbeider.
Een aandeel kost 2.360 euro en is er 37.000 waard.
Waar vind je een goedkoper inkomticket voor een spektakel waar je de machtigste mensen in Belgenland rechtstreeks het vuur aan de schenen kunt leggen?