zaterdag 18 december 2021

Goud: hoe, wat, waar?

Als gewone sterveling koop je best goud in de vorm van kleine gouden munten.

Bij fysiek goud is de referentie de middenprijs van een kilogram fijn goud.

Als die middenprijs 50.000 euro bedraagt, betaal je bij aankoop +/-50.700 euro (+1,4% premie) en krijg je bij verkoop +/-49.300 euro (-1,4% premie).

Zoals met alle zaken in de wereld van de consument ligt de prijs hoger als de aangekochte  hoeveelheid kleiner is.  Voor kleine gouden munten met een fijn goudgehalte van 5,8 gram bedraagt de premie momenteel +/-4%, hetgeen nog steeds weinig is.

Die kleine hoeveelheden maken het makkelijker om in noodgevallen te kunnen verhandelen.  In een crisissituatie kun je bijvoorbeeld met je bakker afspreken om (in functie van de dan geldende goudprijs) gedurende een maand of vijf maanden dagelijks een brood te krijgen in ruil voor een gouden Louis of Napoleon.  Doch die kleine hoeveelheden hebben nog een ander heel belangrijk voordeel.  Op het moment dat mensen beseffen dat hun fiat geld niks meer waard zal men in paniek richting goud vluchten.  Gewone mensen zullen zich dan zeker geen kilogrammen kunnen permitteren doch een munt van een paar grammen zal voor de meesten nog wel lukken.  Op dat moment zullen de premies op die kleine munten geweldig oplopen en dan kan iemand, die veel van die ondingen bezit, bijvoorbeeld een kilogram gouden muntjes kunnen verkopen en met de opbrengst onmiddellijk anderhalve kilo of meer in staven te kopen.  Vijftig procent meer goud voor dezelfde prijs!

De premies op die kleine munten kunnen op ieder moment wijzigen.  's Morgens betaal je op een Louis 3,5% en op een Napoleon 5% premie en in de namiddag kan dat andersom zijn.  Kies altijd voor de munt met de laagste premie of vertaald: Koop zoveel mogelijk goud met zo weinig mogelijk geld!

Die kleine muntjes hebben nog een groot voordeel, ze kunnen onmogelijk nagemaakt worden.  Een Belgische Louis weegt bruto 6,45 gram en als je bijvoorbeeld 100 Belgische Louis koopt, moeten die exact 645 gram wegen terwijl de munten exact dezelfde grootte en dikte moeten hebben.  Hoe hoger de goudprijs, hoe aantrekkelijker het wordt voor malafide personen om staven of grote munten na te maken.  Het soortelijk gewicht van goud bedraagt 19,32 dat van wolfraam 19,30.  Een kilogram goud kost 58.000 dollar, een kilogram wolfraam kost 100 dollar.  Daar moet geen tekening bij gemaakt worden.

www.goldforex.be   blijft voor mij de referentie voor een goed overzicht van de gangbare munten en de premies met alle belangrijke informatie over  gewicht, afmetingen enzovoort.

Speel wat met de informatie die op die website te vinden is en je wordt al snel een echte kenner!

Goud: het eeuwige echte geld!

De jongste weken word ik opnieuw overstelpt met vragen over goud. Na decennialange anti-goudpropaganda is het feit, dat mensen niet meer goed weten hoe met goud om te gaan, wellicht een normaal gegeven. De meest gestelde vragen zijn: Waarom stijgt de goudprijs niet sterker?  Hoe koop ik het best goud?  Hoe komt het dat die goudprijs niet stijgt als die centrale banken zoveel geld in het systeem blijven pompen?  De beurzen stijgen, obligatieprijzen zitten in de stratosfeer, vastgoed blijft stijgen en dat goud blijft maar ter plaatse trappelen?


Goud is de koortsthermometer van het financieel systeem en al gedurende zesduizend jaar een symbool van rijkdom en macht.  Daarom stellen de makers van het waardeloze geld, dat gedekt wordt door schulden die nooit terugbetaald kunnen worden, alles in het werk om de massa weg te houden van deze voor hen levensgevaarlijke materie.  Immers, bij een forse uitbraak van de goudprijs zullen heel veel twijfelaars mee op de trein springen en een kettingreactie veroorzaken met een totaal verlies van vertrouwen in het huidige monetaire systeem tot gevolg.  Dat is trouwens ook de reden waarom periodes van hyperinflatie altijd traag op gang komen doch op een gegeven moment op korte termijn tot hallucinante waardeverliezen leiden.  Het feit dat we vandaag met een inflatie van 7% geconfronteerd worden terwijl de rente nog steeds op een absurde nul procent staat, begint duidelijk veel mensen nerveus te maken.   Het spelletje van de Westerse en Japanse centrale bankiers kan enkel standhouden zolang meer dan 95% van de mensen het spel blijft meespelen.  Het breekpunt ligt wellicht eerder op twee à drie procent doch ik houd eraan om altijd een stevige veiligheidsmarge te nemen.  We gaan dus uit van de overdreven veronderstelling dat het bedrog enkel stand kan houden als meer dan 95% dat bedrog als een normale zaak beschouwen en geloven dat het in hun eigen belang is dat ze dat bedrieglijke spel blijven meespelen.

Er bestaat maar één manier om goud te kopen en dat is fysiek al de rest is Spielerei.
Toch is slecht één procent van de wereldgoudhandel fysiek;
99% is virtueel via futures, opties, termijncontracten, goudrekeningen enzovoort.

De goudmarkt wordt beheerst door de zogenaamde bullion banks die de goudhandel al decennialang controleren en manipuleren.  Deze bullion banks houden de goudprijs kunstmatig laag door vele malen meer virtueel goud te verkopen dan ze fysiek goud als reserve aanhouden.  Momenteel wordt geschat dat deze bullion banks iedere kilogram goud, die ze effectief in hun koffers hebben zitten, meer dan zeshonderd keer verkocht hebben.  Er lopen dus zeshonderd gelukkigen rond die geloven dat ze recht hebben op die ene kilogram en dat ze die gaan krijgen als ze erom vragen.  Dat zoiets problematisch wordt op het moment van de waarheid hoeft verder geen betoog.

Dan komen we bij de kern van de zaak:
Die bullion banks zijn commerciële ondernemingen die geld willen verdienen en iedereen weet dat je grote risico's loopt als je veel meer goederen (goud) gaat verkopen dan je bezit.  Een hefboom van zeshonderd is per definitie dodelijk en dus rijst de vraag waarom die goudhandelaars zulke oncontroleerbare risico's nemen?  Waarom doet een commerciële privé onderneming zaken die neerkomen op financiële zelfmoord?

Het enigma is echter veel kleiner dan op het eerste zicht lijkt.  De grote poppenspelers, die gans het marionettentheater beheren, hebben er via hun politieke vrienden voor gezorgd dat er wetten werden gemaakt die bepalen dat de bullion banks hun contracten mogen afwikkelen in waardeloze cash als er op een bepaald moment meer goud wordt opgevraagd dan er in hun reserves zit.  Zo eenvoudig is dat.  Zij lopen geen enkel risico en kunnen zodoende zoveel  virtueel goud verkopen als ze willen omdat ze bij afwikkelingsproblemen af mogen rekenen met waardeloze meestal digitale vodjes papier.

Gelet op de enorme hoeveelheden liquiditeiten die de centrale bankiers de jongste decennia in het systeem pompten zou de goudprijs vandaag veel hoger dan 5.000 dollar per ounce troy (31,10 gram) moeten staan doch hij blijft nu al bijna tien jaar hangen tussen pakweg 1.100 en 1.900 dollar per ounce, enkele uitschieters niet te na gesproken.  Hiervan wordt gretig gebruikgemaakt door onder andere Rusland en China die sedert het uitbreken van de financiële crisis hun conclusies getrokken hebben en die niet gebonden zijn aan de geheime deals van het Westen en Japan.  Hier ligt ook de reden waarom de ECB, de Federal Reserve, The Bank of England en de Bank of Japan geen kilogram goud bijkopen.  Zij creëren onwaarschijnlijke hoeveelheden vers fiat geld waarmee ze allerhande rommel opkopen doch waardevol goud staat niet op hun kooplijst omdat dit al hun pogingen om de goudprijs laag te houden teniet zou doen.

In de kern is het dus allemaal veel eenvoudiger dan het lijkt.  We bevinden ons vandaag op een belangrijk kantelpunt in de geschiedenis.  Toen Richard Nixon op 15 augustus 1971 het Bretton-Woods akkoord of de goud-dollarstandaard opblies, opende hij de deur voor politici om zoveel geld te creëren als ze nodig hadden om hun korte termijnproblemen op te lossen.  Dat zoiets tot een orgie van schulden zou leiden voorspelde mijn leraar economie in 1974 en zijn verhalen wekten mijn interesse voor de beurs en het goud.  Toen de VS in 1987 de grootste beurscrash uit de geschiedenis oplosten door massa's vers geld in het systeem te pompen eindigde het voorspel en begon de hoofdakte die op haar beurt eindigde bij het uitbreken van de crisis in 2008 waarna we aan de epiloog begonnen.

Na het uitbreken van de crisis in het najaar van 2008 werden wereldwijd wijze mensen opgetrommeld om uit te dokteren wat er verkeerd gelopen was.  Geloof het of geloof het niet doch alle verantwoordelijken voor de crisis (bankiers, regelgevers, wetgevers, overheden allerhande) hadden geen flauw benul wat er gebeurde toen de storm in 2008 losbarstte.  En toen kwamen de conclusies van die wijze mannen en vrouwen en die waren verbazend gelijklopend!  De crisis was het gevolg van:
1. Te veel schulden;
2. Een rente die te laag was om het risico van die schulden te dekken;
3. Financiële instellingen die te groot geworden waren om failliet te laten gaan.

Dertien jaar later:
1. Nog veel meer schulden, iedere dag meer!
2. Rente op nul en in sommige gevallen zelfs onder nul!
3. Nog grotere financiële spelers die te groot geworden zijn om gered te worden!

Als je tot drie kunt tellen weet je hoe deze epiloog gaat eindigen.
Kamiel Spiessens zong het al een aantal jaren geleden:
"Het isj niet moeilijijijk, het isj gemakkelijijijk!"

Wordt straks vervolgd...

dinsdag 5 oktober 2021

De ontregeling/vernietiging van de Belgische elektriciteitsproductie!

Tot 2000 produceerde Electrabel nog meer elektriciteit dan België verbruikte en werd jaarlijks een flinke portie elektriciteit uitgevoerd.  Vandaag moeten we noodgedwongen een groot deel van onze elektriciteit invoeren en zijn we in noodsituaties volledig afhankelijk van het buitenland.  Hoe is het mogelijk dat een land, dat decennialang de meest efficiënte elektriciteitsproducenten huisvestte en wereldwijd mee aan de top stond op het gebied van nucleaire elektriciteitsproductie en kennis, op 20 jaar tijd degradeerde naar de status van een paria die zijn eigen lot niet meer in handen heeft?

Op het moment dat onze onbekwame, wereldvreemde, corrupte politici op 31 januari 2003 de wet op de sluiting van de Belgische kerncentrales goedkeurden, was het voor de kenners duidelijk dat België in zware problemen ging komen als er niet binnen de twee jaar een duidelijk plan voor de vervanging van meer dan 60% van de Belgische elektriciteitsproductie op tafel gelegd zou worden.  Achttien jaar later wacht de Belgische burger nog steeds op dat cruciale, sluitende plan om onze elektriciteitsvoorziening te verzekeren.

Toen in 2005 Suez een bod op Electrabel lanceerde, kreeg die absurde sluitingswet een speciale betekenis want dat gaf Suez de gelegenheid om een slordige tien miljard euro korting in de wacht te slepen.  Werd een deel van die miljarden gebruikt om de medeplichtige Belgische politici te danken voor hun vrijgevigheid/verraad?  Guy Verhofstadt en Didier Reynders speelden een sleutelrol in dit perfide spel.  Guy Verhofstadt is ondertussen een welstellend man en Didier Reynders werd zowaar opgenomen in het Légion d'Honneur terwijl Pierre Wunsch, die van 2001 en 2008 gepositioneerd was bij Tractebel en Electrabel,  door Reynders beloond werd met de lucratieve en invloedrijke post van gouverneur van de Nationale Bank van België.  Dankzij mijn interventies in het dossier werd Suez, na lang aandringen, gedwongen om het zo te verwoorden:

"Bij onze berekeningen van de waarde van Electrabel werd er geen rekening gehouden met de mogelijke verlenging van de levensduur van de Belgische kerncentrales maar wel met de kosten voor de vervanging ervan".

Geen rekening houden met de mogelijke miljardenbonus maar wel met alle mogelijke extra kosten, het was een droomdeal voor Suez.  Vanaf dat moment was het voor Suez gegarandeerd altijd kassa.  Kerncentrales langer open?  Kassa!  Kerncentrales sluiten?  Suez zit op de eerste plaats om België tegen de gepaste vergoeding de nodige elektriciteit te leveren.  De toenmalige Bankcommissie, onze corrupte politici en de Belgische pers zwegen als vermoord en lieten het passeren.  Dit betekende voor Suez onmiddellijke een bonus van tien miljard euro.  Over de extra inkomsten op lange termijn kan enkel gespeculeerd worden doch dat men je weinig kan maken als je de sleutel in handen hebt om een land zonder stroom te zetten, heb je altijd wel een onwaarschijnlijk strategisch voordeel.

Belangrijk om weten is dat de nieuwbouwwaarde van de Belgische kerncentrales in 2005  16 miljard euro bedroeg en dat met een investering van 300 miljoen euro de levensduur van die performante en volledig afgeschreven centrales op een veilige manier met 20 jaar kon verlengen!  De extreem goedkope en meest milieuvriendelijke elektriciteit lag als het ware voor het oprapen.

Albert Frère, de belangrijkste Belgische aandeelhouder van Electrabel, droomde ervan om eindelijk aanvaard te worden in de comfortabele Parijse salons, dat is er nooit van gekomen.  De Belgische gemeenten waren ook onmiddellijk voorstander omdat de zittende politici dan de kans kregen om een berg geld te verprutsen om hun herverkiezing in 2006 te verzekeren.  Sommige steden en gemeentes waren zelfs zo slim om bijkomend hun belang in DEXIA op te drijven.  Dat bleek een paar jaar later niet zo'n verstandige beslissing.

En wat met de jaarlijkse gulle dividenden van de gemeentes die men jaarlijks zou moeten missen om de begroting op orde te houden?  Zoals ik in 2005 voorspelde en persoonlijk voor het Hof van Beroep te Brussel gepleit heb zouden onze politici dat zouden oplossen door de distributietarieven fors te verhogen.  De manier waarop deze voorspelling tijdens de voorbije 16 jaar uitgekomen is, overtreft echter mijn stoutste dromen.

De belangrijkste vragen die ik destijds stelde en genegeerd werden door de pers:

"Welk land verkoopt zijn monopolie-elektriciteitsproducent aan een buitenlandse holding?"

"Wat gaan daar op lange termijn de gevolgen van zijn?"

De antwoorden op die vragen werden in de loop der jaren geleverd en boezemen angst in voor de toekomst.  Terwijl Electrabel vroeger ieder jaar prachtige winsten genereerde, pakken belastingen betaalde in België en mooie dividenden uitkeerde aan de aandeelhouders werden sinds de overname al vlug alle winsten versluisd naar Parijs en werd Electrabel intussen chronisch verlieslatend.

De productie en distributie van elektriciteit is een complex gegeven waarbij zowel te weinig als teveel stroom op het net voor een black-out zullen zorgen.  Dit betekent dat je alle onbetrouwbare productie zoals zon en wind moet afdekken met andere productie in reserve.  Dat probleem is de oorzaak van de discussies over de nieuwe gascentrales.  De diepgaande studies over de problematiek werden reeds tien jaar geleden uitgevoerd en ik heb de eer en het genoegen gehad om die te kunnen inkijken.  Met een vreemd gevoel kan ik meegeven dat die studies duidelijk aangeven dat in het geval van een zware black-out op veel plaatsen tot meer dan drie dagen kan duren vooraleer mensen terug aangesloten worden op het net.  Een koudegolf in de winter met mist en geen wind en de toestand wordt penibel.  Ik word in Afrika wekelijks geconfronteerd met black-outs en ik kan verzekeren dat het geen pretje is want heel wat zaken waar je gewend aan bent geraakt, kun je moeilijk missen.  Centrale verwarming, kookplaten, warm water, communicatie, elektrische auto's... een groot stuk van ons leven is gekoppeld aan de beschikbaarheid van elektriciteit.  Hoe hebben we het in België zo ver laten komen?  Heeft zowat iedereen zich laten verleiden door het bedrieglijke groene waas voor de ogen?

Wordt vervolgd.....


maandag 3 mei 2021

De historische waarheid over het goud van de Nationale Bank! Schriftelijke vragen AV 7 - 8

 

Vraag 7

Betreffende volgende vermelding op pagina 146 van het jaarverslag van de Nationale Bank over het boekjaar 2020:

De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank.”

Inleiding:

De voorbije jaren heb ik via mijn schriftelijke vragen op de algemene vergadering duidelijk de geschiedenis van het goud van de Bank geschetst alsook de manipulatie van de gebruikte terminologie om het goud van de Bank om te toveren in het goud van de Staat.

Het goud is altijd van de Nationale Bank geweest, dat wordt duidelijk aangetoond door de jaarverslagen zodat daarover geen discussie kan bestaan.  Het probleem is uiteraard dat de politiek benoemde directie van de Nationale Bank 82,58% of 1.076 ton van ons goud verkocht heeft aan bodemprijzen om hun politieke bazen te helpen bij het produceren van geflatteerde schuldstatistieken en frauduleuze begrotingen.  Bij deze goudroof werd uitgegaan van de foutieve stelling dat het goud van de Staat was.  Nadat je 82,58% van het goud illegaal onteigend hebt, met als argument dat het goud van de Staat is, wordt het natuurlijk moeilijk om vervolgens toe te geven dat je die 1.076 ton goud per ongeluk verkocht hebt.

Tijdens de algemene vergaderingen van de voorbije zestien jaar heb ik herhaaldelijk duidelijk aangetoond dat tussen 1851 tot en met 1971 er geen enkele discussie de eigenaar van het goud bestond.  In ieder jaarverslag werd er consequent gesproken over het “Goud- en deviezenbezit van de Nationale Bank”.

In het jaarverslag over 1971 luidt het op pagina 53 na 121 jaar nog steeds:

“Goudvoorraad en netto deviezenpositie van de Nationale Bank van België”.

Tussen 1850 en 1971 wordt op geen enkel moment ergens verwezen naar de mogelijkheid dat het goud van de Staat zou zijn.

Nergens wordt de situatie helderder uitgelegd als in het jaarverslag over 1948.  Daar lezen we op pagina 76 het volgende:

“Beschikbare goudvoorraad fr. 27.333.965.142,07

Onbeschikbaar goudsaldo na herwaardering van de goudvoorraad (besluitwet nr 5 dd. 1 mei 1944).

Per 31 december zijn deze twee rubrieken samengebracht op een enkele rekening <<Goudvoorraad>>, tengevolge van de aanwending van de passiefrekening <<Schatkist: onbeschikbare rekening wegens herwaardering (besluitwet nr 5 van 1 mei 1944>> tot de gedeeltelijke delging van de schuld van de Staat tegenover de Bank.”

Vertaling voor de mensen die deze materie niet volledig beheersen:

Na de opwaardering van de goudprijs in 1944 wordt de daardoor gecreëerde (fictieve) meerwaarde op een onbeschikbare reserverekening geplaatst.  Na de grote operatie om de oorlogs-onevenwichten weg te zuiveren blijft de Belgische Staat met een zware openstaande schuld aan de Nationale Bank.  Om deze schuld gedeeltelijk weg te werken wordt de bewuste “onbeschikbare reserverekening” met een saldo van 10.493.184.885 frank overgeheveld naar de “Beschikbare Goudvoorraad” van de Nationale Bank.

Pas vanaf boekjaar 1972 begint men verwarring te zaaien over wie de werkelijke eigenaar van het goud is. Op pagina 62 van het jaarverslag over 1972 volgt er een subtiele verandering, het goud en deviezenbezit van de Nationale Bank verandert in:

“NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD- EN DEVIEZENRESERVES”

Op pagina 53 van het jaarverslag over 1971 staat er nog heel duidelijk: 

GOUDVOORRAAD EN NETTO DEVIEZENPOSITIE VD NATIONALE BANK VAN BELGIE. 

Zo gaat het altijd wanneer geschiedenis vervalst wordt.

Dat gaat niet brutaal, dat zou immers teveel opvallen.

Het gaat stapje voor stapje.

De jongste jaren, dit jaar op pagina 146  van het jaarverslag, luidt het als volgt:

“De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank”.

Alhoewel de meeste leden van de directie van de Bank de jongste 12 jaar moesten toegeven dat het goud wel degelijk van de Bank is werd dit nooit schriftelijk genotuleerd en werd er nadien telkens weer op een sublieme manier professioneel rond de pot gedraaid.

 

Gans deze inleiding toont op overtuigende wijze aan dat het goud sinds de oprichting in 1850 eigendom is van de Bank en haar aandeelhouders...

Dit betekent dat alle vonnissen en arresten van de Belgische rechtbanken over deze materie totaal naast de kwestie zijn en niet gebruikt kunnen worden om onderstaande vraag opnieuw te negeren.

 

 

Vraag:

 

Als de historische jaarverslagen van de Nationale Bank zwart op wit aantonen dat het goud altijd eigendom geweest is van de Bank en haar aandeelhouders...

 

a.

Hoe moeten we dan die toelichting op pagina 146 begrijpen?

De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank.” 

Indien de Regentenraad op die eenvoudige vraag geen coherent en geschiedkundig correct antwoord kan formuleren:

b.

Is de regentenraad dan akkoord dat mijn stelling, die ik sinds vele jaren verdedig, correct is?  Deze stelling luidt als volgt:

De Staat heeft 50% van de Bank in handen en zodoende is de Staat eigenaar van 50% van het goud- en de deviezenreserves van de Nationale Bank die beheerd worden door de Nationale Bank;

De privé aandeelhouders van de Nationale Bank van België hebben 50% van de aandelen van de Bank in handen en zijn zodoende eigenaar van de resterende 50% van de goud- en deviezenreserves?

 

Vraag 8

 

Wat gaat de onafhankelijke Regentenraad van de Nationale Bank van België ondernemen om de foutieve interpretatie van de Belgische rechtbanken recht te zetten zodat de historische waarheid terug gerespecteerd wordt?

donderdag 29 april 2021

AV NBB 17 mei 2021 Inleidende opmerkingen en deel 1 schriftelijke vragen!

 Inleidende opmerkingen:

Dankzij de Covid-19 maatregelen was de Algemene Vergadering van de Bank vorig jaar een intern feestje voor de Directie maar hierdoor kregen de aandeelhouders ook voor het eerst een schriftelijk antwoord op de schriftelijke vragen. Uiteraard draaide dit uit op een voorzichtig rond te pot draaien en het zich verschuilen achter juridische uitspraken waarvan, aan de hand van de jaarverslagen van de Bank, duidelijk aangetoond kan worden dat ze kant noch wal raken. Om de lastige vragen te ontwijken werd volgende frase ingelast op pagina 1 van de antwoorden:

"Evenmin bevat deze bundel antwoorden op vragen en deelvragen die geen betrekking hebben op een van de agendapunten, die op geen enkele manier verband houden met de verrichtingen van het boekjaar 2019, die hypothetisch zijn of betrekking hebben op fictieve transacties, die van geschiedkundige aard zijn en op als vraag verpakte ongegronde aantijgingen, verwijten en beschuldigingen."

Hierbij passen enkele bedenkingen:

1. Al 20 jaar lang weigert de Directie pertinent te antwoorden op bijzonder relevante vragen, die soms betrekking hebben op honderden miljoenen en soms zelfs miljarden euro's, die in strijd met de statuten en via dubieuze constructies overgeheveld werden naar de schatkist. De weigering om te antwoorden werd vervolgens gecamoufleerd door de weigering om de gang van zaken tijdens de algemene vergadering correct te notuleren;

2. Omwille van het voorgaande zijn sommige hypothetische vragen of vragen die betrekking hebben op eenvoudige fictieve transacties de enige manier om de fouten uit het verleden bloot te leggen. Dit vloeit voort uit de weigering in het verleden om de antwoorden schriftelijk te notuleren en de weigering om bepaalde ter zake doende uitspraken tijdens de algemene vergaderingen te notuleren en dit soms na langdurig aandringen van de aanwezige aandeelhouders;

3. Enkel de geschiedenis van de Bank en de jaarverslagen uit het verleden kunnen duidelijkheid verschaffen over enkele belangrijke en cruciale twistpunten. De privé aandeelhouders van de Bank zijn de jongste vier decennia op een onwaarschijnlijke manier bedrogen, bestolen en zonder enige compensatie onteigend van het grootste deel van hun eigendom. Dit gebeurde via een lange reeks op maat geschreven wetten en manipulaties die regelrecht indruisen tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarin heel duidelijk opgenomen is dat eigenaars nooit uit hun rechten kunnen ontzet worden zonder een passende compensatie;

4. Vragen kunnen en mogen ten alle tijden aantijgingen, verwijten en beschuldigingen bevatten. Een helder en duidelijk antwoord kan die zaken weerleggen of bevestigen.

Mijn vragen zijn helder en klaar, ze worden ondersteund door teksten uit de jaarverslagen van de Bank uit het verleden en leggen de vinger op de zware fouten die de jongste decennia werden gemaakt. Wijlen eregouverneur Verplaetse heeft mij persoonlijk verteld dat hij bij de toenmalige regeringen herhaaldelijk aangedrongen heeft om eerst de privé aandeelhouders uit te kopen vooraleer het gros van het goud van de Nationale Bank van België te liquideren en het via een valuta-truuk op een "onbeschikbare reserverekening" te parkeren. Het feit dat de miljarden op die onbeschikbare reserverekening achteraf via nieuwe onteigeningswetten door politici misbruikt werden om fictieve begrotingen in evenwicht te kunnen presenteren lag eregouverneur Verplaetse zwaar op het hart.

Ik vraag daarom uitdrukkelijk dat mijn vragen één voor één worden beantwoord en de antwoorden duidelijk genummerd worden. Ik dien mijn vragen ruimschoots op tijd in zodat er geen sprake kan zijn van tijdsdruk of andere drogredenen.

Zoals eerder reeds aangegeven per mail maak ik bij deze nogmaals duidelijk dat ik de notulen van de algemene vergadering van maandag 17 mei persoonlijk wens te ondertekenen. Vorig jaar heeft de Directie bewezen dat de notulen op de dag van de algemene vergadering ondertekend kunnen worden. Het is dus duidelijk dat zulks op een Covid19 veilige manier kan gebeuren in de week van 17 mei 2021.

Vraag 1

a. Door wie worden de schriftelijke vragen van de privé aandeelhouders van de Nationale Bank van België beantwoord?

b. Worden die vragen en antwoorden besproken op de voltallige Regentenraad?


Vraag 2

Bij de Nationale Bank van België zijn 2 partijen, die ieder 50% van de aandelen bezitten, in het spel:

1. De privé aandeelhouders die 100% van het kapitaal aangebracht hebben;

2. De Belgische Staat, die nooit één cent geïnvesteerd heeft in de Bank.

Inclusief voordelen van alle aard ontvingen deze partijen over het boekjaar 2020 van de NBB het volgende:

De privé aandeelhouders bruto 21.154.000 euro

De Belgische Staat netto 412.488.550 euro.

Als we zuiver naar de winstverdeling kijken, levert dit volgende bedragen op:

De privé aandeelhouders bruto 21.154.000 euro (7%)

De Belgische Staat netto 288.209.550 euro (93%).

a. Hoe verantwoordt de onafhankelijke Regentenraad dit?

b. Welke onafhankelijke bestuurder vindt dit normaal?

c. Is het mogelijk dat er in de onafhankelijke Regentenraad niemand rekening houdt met de belangen en de rechten van de privé aandeelhouders?

Vraag 3

Het meest duidelijke voorbeeld, van hoe de privé aandeelhouders van de Nationale Bank mishandeld worden, wordt geleverd door het jaarlijks terugkerende verhaal van de 24,4 miljoen euro. Die 24,4 miljoen euro is een boete die de Nationale Bank jaarlijks aan de Belgische Staat betaalt omdat de Belgische Staat het vertikte om een schuld aan de Bank terug te betalen.

Ja, ik weet het! Zelfs een insider moet hoger staande paragraaf een paar keer lezen... en dan begrijpt hij het nog niet omdat het te absurd is voor het menselijke verstand. Ik heb het verhaal de voorbije jaren reeds talloze malen uit de doeken gedaan in mijn schriftelijke vragen doch vandaag houd ik het bij een beknopte uiteenzetting:

Sinds 1948 had de Belgische Staat een openstaande schuld van 842.837.984 euro bij de Nationale Bank en die moest omwille van de invoering van de euro in 1991 terugbetaald worden. Doch onze politici vertikten het om die schuld in 1991 terug te betalen en besloten om het schandaal nog wat groter te maken met een geheim akkoord waarbij de onafhankelijke Nationale Bank akkoord ging met het betalen van een jaarlijkse boete van 24,4 miljoen euro.

Sinds 2011 hebben zowat alle onafhankelijke directeurs en gouverneurs van de Nationale Bank tijdens de algemene vergadering uitdrukkelijk toegegeven dat die 24,4 miljoen euro niet meer verschuldigd is en dat de Belgische regering die geheime overeenkomst moest schrappen. Ook de ECB vond dat het schandaal beëindigd moest worden en onze politici dienden een wetvoorstel in om het ongedaan te maken doch het spel blijft vrolijk voortduren. De arrogantie, het signaal van “ons kan toch niks gebeuren”, de onafhankelijkheid van de Regenten... het druipt er met de tankwagens af.

a. Wanneer gaat de onafhankelijke Regentenraad een einde maken aan dit belachelijke spel?

b. Beseft de onafhankelijke Regentenraad dat ze via de winstverdeling deze onzin onmiddellijk kan beëindigen?

c. Is het nog altijd de regel dat de regering, enige tijd voor de winstverdeling wordt bepaald, laat weten hoeveel er verwacht wordt van de Bank?

d. Voert de onafhankelijke Regentenraad dat bevel dan onafhankelijk en zonder verzet uit?


Vraag 4

Ondertussen betaalde de onafhankelijke Regentenraad dankzij die jaarlijks niet verschuldigde 24,4 miljoen euro (zie vraag 3) sinds 2010 in totaal onterecht 268,4 miljoen euro aan de Belgische Staat.

Vraag: Welke stappen gaat de onafhankelijke Regentenraad, in het kader van de wetgeving op deugdelijk bestuur, zetten om dat aanzienlijke bedrag terug te vorderen?


Vraag 5

Om de absurditeit van die jaarlijkse onterechte betaling van 24,4 miljoen euro nog beter te kaderen:

De privé aandeelhouders van de Bank ontvangen dit jaar een nettodividend van 14,8 miljoen euro!

Dit is 39% minder dan het cadeautje van 24,4 miljoen euro (bovenop de 288 miljoen die in de huidige tijden naar de reserves horen te gaan) dat de onafhankelijke Regentenraad jaarlijks onterecht aan de Belgische Staat schenkt!

Vraag: Nettodividend voor de privé aandeelhouders 14,8 miljoen euro

versus een niet verschuldigd toetje van 24,4 miljoen euro voor de Staat:

Hoe verantwoordt de onafhankelijke Regentenraad dit in het kader van de gelijke behandeling van aandeelhouders en de wetgeving op het deugdelijk bestuur?