dinsdag 7 augustus 2012

Onze frank in grammen goud!

Hoe de waardeloze euro tegenover de waardeloze Amerikaanse dollar gaat fluctueren, is onmogelijk te voorspellen.
Het is wellicht veiliger om in grammen te rekenen:

1850: één frank = 0,29 gram goud

1913: één frank = 0,29 gram goud

1926: één frank = 0,041822 gram goud (devaluatie van 85,57%)

1958: één frank = 0,0177734 gram goud (devaluatie van 57,50%)

1972: één frank = 0,0182639 gram goud (wet van 3 juli 1972 opwaardering van 2,75%)

2012: één frank = 0,0005899409 gram goud (devaluatie van 77,70%)

De opwaardering van de frank door de wet van 3 juli 1972 was uiteraard om te lachen, de keizers van papier konden nog eventjes de schijn hoog houden.

Duitse exit uit de euro?

Duitse exit uit de euro?

http://moneytalk.knack.be/economie/geld-en-beurs/beursnieuws/duitse-exit-uit-eurozone-kan-euro-onder-1-16-dollar-doen-dalen/article-4000159519308.htm

Dit is de conclusie die ik voor mezelf getrokken heb na het congres in Berlijn vorig jaar in november.

Het zal wellicht de enige manier zijn om te vermijden dat Duitsland zelf mee in de bodemloze Latijnse putten gezogen wordt.

maandag 6 augustus 2012

Waarde en koers, een wereld van verschil!

Tijdens ons feestje gisteren kwam uiteraard de lage koers van het NBB aandeel ter sprake.
De zaak is heel eenvoudig: een NBB aandeel is veel meer waard dan tienduizend euro per aandeel.
Tijdens de voorbije tien jaar steeg de nettoboekwaarde van aan NBB aandeel met ongeveer 4.000 euro per aandeel.
Hetgeen er in de 151 jaar voor 2002 opgebouwd werd, krijgt ge er nog eens gratis en voor niks boven op.
De koers wordt gemaakt door experts als Iglo. De winst zal uiteindelijk gerealiseerd worden door beleggers die 2.250 euro betalen voor iets dat meer dan tienduizend euro per aandeel waard is. Iedereen weet dit of zou dit moeten weten en toch staat die koers daar maar te gapen.
Hoe is dit mogelijk?
Eerst en vooral is dit uiteraard te wijten aan de sfeer van totale willekeur en de reeks onteigeningen zonder compensatie waarvan de argeloze kleine NBB beleggers de jongste decennia het slachtoffer waren.
Voeg de angst, dat deze willekeur zal blijven voortduren, samen met de intelligentie van de belegger, voor wie het evangelie van de koers belangrijker is dan de werkelijke waarde, en je komt uit bij die extreem lage koers die we vandaag op de beurs zien.

donderdag 2 augustus 2012

De poorten van de monetaire hel staan open!

In het voorgaande artikel maakt de auteur enkele denkfouten.
Als hij het heeft over de stijging van het welvaartspeil dan kijkt hij uiteraard enkel naar de Belgische situatie waarbij België dankzij Congo één van de rijkste landen ter wereld werd en hierdoor lid werd van de groep van de tien rijkste landen op aarde.
Als je rekening houdt met het welvaartspeil van alle mensen op deze planeet dan is de prestatie van de mensheid over de jongste duizend jaar wellicht niet zo denderend.
Het Gedenkboek ASLK 1865-1965 werd gepubliceerd in 1965, op een moment dat er nog enige discipline bestond op monetair vlak.
De eerste barsten in het Bretton Woods-stelsel verschenen reeds in 1961 doch de poorten van de monetaire hel werden pas op 15 augustus 1971 opengezet door president Nixon.
Nixon had echter geen keuze, het falen van de FED liet hem geen enkele ruimte.
Waartoe dit geleid heeft, zal in de komende decennia duidelijk worden.
Het resultaat van vijftig jaar monetair wanbeleid en het liquideren van de onafhankelijke centrale bankiers zal in de komende jaren cash afgerekend worden.

Goud-deflatie-monetair wanbeleid

Uit het gedenkboek van de ASLK 1865-1965 wil ik jullie volgende passage niet onthouden:
In ons land viel het indexcijfer van de groothandelsprijzen (basis 1914 = 100) van 851 in 1929 terug op 473 in 1934, terwijl dit van de kleinhandelsprijzen daalden van 874 tot 666.
De ontvangsten van de Staat verminderden van 13,8 miljard frank tot 9,9 miljard frank, terwijl de uitgaven zich op circa 12 miljard frank handhaafden.
Men stond dus voor een bestendig deficit van 2 miljard frank.
De monetaire spanning groeide zienderogen. Het verstikte financiële, munt- en bankstelsel stortte in elkaar en de crisis die daaruit volgde, was echt dramatisch.
De Belgische Bank van de Arbeid sloot op 28 maar 1934 haar loketten.
De Middenkredietkas van de Boerenbond moest haar moeilijke financiële positie op 3 december 1934 bekendmaken.
De autofabriek Minerva stopte alle activiteiten.
De achteruitgang van de Belgische productie was zo groot dat de productie van de steenkolenmijnen pas in 1936 het peil van 1929 bereikten, terwijl de staalnijverheid eerst in 1950-1951 haar achterstand kon goedmaken.
De uitvoer, die in 1929 ongeveer 32 miljard frank bedroeg, was in 1934 op 13,8 miljard frank teruggevallen. De uitvoer had het peil van voor de crisis nog niet weergevonden wanneer de Tweede Wereldoorlog voor de deur stond.
De invoer daalde gedurende dezelfde periode van 35,6 miljard frank tot 14 miljard. Tussen 1929 en 1934 lag het aantal faillissementen driemaal hoger dan normaal, terwijl het aantal van de gedeeltelijke werklozen vijftien maal en dat van de volledig werklozen tachtig maal groter was. Verzwakt door de enorme kapitaalvlucht onderging de Belgische frank in maart 1935 een nieuwe devaluatie van 28 procent.
Het jaar daarop gingen Frankrijk, Zwitserland en Nederland met hun munt dezelfde richting uit.

De officiële prijs van een kilogram goud, die in 1914 nog 3.444.44 frank bedroeg, steeg tot 23.899,32 frank in 1935 en tot 33.193,50 frank na de devaluatie van 1935.
Met de Tweede Wereldoorlog zou hij opnieuw de hoogte ingaan en wel tot 49.318,07 frank in 1944 en vijf jaar later was hij 56.263,85 frank geworden.
Wanneer wij schrijven over een stijging van de officiële goudprijs moet daaronder verstaan worden dat het geld aan koopkracht verloren had. Nu eens vlugger, dan weer trager, heeft dit verschijnsel zich door de eeuwen heen voorgedaan.
Ten tijde van Karel de Grote kocht men voor één kilogram goud een hele wereld!

Zijn wij armer geworden omdat dit nu niet meer mogelijk is?
Verre van daar: alle stormen, rampen, oorlogen en devaluaties ten spijt is het algemeen welvaartspeil, sinds de tijd van de grote Keizer van het Westen, geweldig gestegen.
Het zou beslist nog hoger geweest zijn indien de mensheid al die troebelen niet had gekend en het geld, het spaargeld vooral, zijn waarde behouden had.
 
Maar ja, de mensen zijn geen engelen en zij moeten voor hun fouten en dwaasheden betalen.
In de wereld van het geld gebeurt dit met devaluaties.
Intussen maakt men zijn beklag over onze arme munt die steeds meer en meer aan waarde inboet. Hoe kunnen de oorlogen bekostigd worden, tenzij door de mensheid armer te maken?

(Uit Gedenkboek ASLK 1865-1965 pagina 194/196)