In De Standaard verscheen zaterdag een artikel waarin Bernanke werd geëerd als "de god van het geld".
God is de Schepper, hij creëert waardevolle dingen.
Bernanke is geen god, hij is een terminator want hij vernietigt de waarde van het geld.
Omdat Bernanke, Draghi & co het papiergeld waardeloos aan het maken zijn, verhoogt de prijs van activa die een echte waarde hebben.
Op termijn zal blijken dat die zaken waardevast zijn en dat, aangezien het geld in waarde vermindert, de prijzen voor die waardevolle zaken fors zullen stijgen.
Het gaat hier echter niet over winst maken of verdienen, de kwestie is om te zorgen dat je niet verliest wat je hebt.
In Duitsland zijn ze het nog niet helemaal vergeten:
Op 30 november 1913 was één goudmark gelijk aan één papieren mark,
Op 30 november 1923 was één goudmark gelijk aan duizend miljard papieren marken!
(één goudmark was gelijk aan 0,35842 gram goud)
Bankiers en politici werken sedert de Eerste Wereldoorlog hand in hand om kunstmatige groei te creëren met schulden.
Dat heeft een tijdje goed gemarcheerd doch binnenkort zullen we voor die decadente politiek de rekening gepresenteerd krijgen.
Sinds 1913 verloor onze munt ongeveer 99,97% van z'n waarde, Bernanke & co zijn nu bezig om de resterende 0,03% weg te vegen zodat ze met een propere lei kunnen herbeginnen.
Weinig mensen beseffen het doch de waarheid is dat papiergeld geen waarde heeft.
De waarde van papiergeld is gebaseerd op het vertrouwen in de kunde van de "onafhankelijke" centrale bankiers.
Omdat iedereen gelooft dat dit papiergeld waarde heeft, kun je er van alles mee kopen.
Op het moment dat mensen aan de waarde van dat papiergeld beginnen te twijfelen, zul je ondervinden wat het echt waard is.
maandag 17 september 2012
Even naar de dokter!
Een supporter stuurde mij een affiche van het Kempisch Geneeskundig Syndicaat door met daarop vermeld de tarieven voor een bezoek aan de dokter vanaf 1 april 1928.
Doktersbezoek in de praktijk: 8 frank; huisbezoek door de dokter: 10 frank; dringende avond- en zondagvoormiddag visites: dubbel tarief; dringende nacht- en zondagnamiddag visites: driedubbel tarief; tanden trekken zonder verdoving: 10 frank; tanden trekken met verdoving: 15 frank.
Als U naar de dokter of tandarts gaat, zult U merken dat deze tarieven vandaag niet meer geldig zijn. Voor de aandeelhouders van de NBB is het eerste dividend van 60 frank, dat in 1928 betaald werd, vandaag nog steeds gelijk aan 60 frank.
Bij het instuderen van deze tarieven moet U rekening houden met het feit dat die bepaald werden na de geweldige devaluatie van de frank medio de jaren 1920.
Doktersbezoek in de praktijk: 8 frank; huisbezoek door de dokter: 10 frank; dringende avond- en zondagvoormiddag visites: dubbel tarief; dringende nacht- en zondagnamiddag visites: driedubbel tarief; tanden trekken zonder verdoving: 10 frank; tanden trekken met verdoving: 15 frank.
Als U naar de dokter of tandarts gaat, zult U merken dat deze tarieven vandaag niet meer geldig zijn. Voor de aandeelhouders van de NBB is het eerste dividend van 60 frank, dat in 1928 betaald werd, vandaag nog steeds gelijk aan 60 frank.
Bij het instuderen van deze tarieven moet U rekening houden met het feit dat die bepaald werden na de geweldige devaluatie van de frank medio de jaren 1920.
vrijdag 14 september 2012
Au revoir onafhankelijkheid NBB!
Emile Francqui, vice gouverneur van de Generale Maatschappij, werd vanaf 20 mei 1926 minister zonder portefeuille, zorgde ervoor dat de wet van 26 februari 1926 nooit operationeel werd in de statuten van de Bank. Hij trok het dossier met betrekking tot de verlenging van het emissieprivilege naar zich toe en werkt een eigen voorstel met twee krachtlijnen uit. Ten eerste wilde hij de commerciële functies van de NBB beknotten, zodat haar takenpakket werd gereduceerd tot dat van een louter emissie- en herdisconto-instituut. Ten tweede wou hij haar beleidsorganen zodanig hervormen dat de financiële wereld blijvend greep kreeg op de besluitvorming van de Bank!!!!!!!!!!
(De Bank, de frank en de euro pagina 117)
Commentaar: hetgeen ik al jaren verkondig, wordt hier zwart op wit bevestigd door onze vrienden van de NBB.
In 1926 breken politiek en banken hand in hand het pantser van de onafhankelijkheid van de Nationale Bank van België. En dan moet iedereen goed beseffen dat Emile Francqui op 20 mei 1926 niet toevallig benoemd werd tot minister zonder portefeuille in de regering van nationale eenheid Jaspar. Emile Francqui had in zijn hoedanigheid als vice gouverneur van de Generale Maatschappij, die op dat moment een koninkrijk binnen het koninkrijk België was, bewust en gericht de plannen van minister van Financiën Janssen en gouverneur Hautain van de NBB succesvol gesaboteerd.
De sabotage van Francqui leidde op 19 mei 1926 tot de val van de regering Poullet-Vandervelde. Welgeteld één dag later gaat de regering van nationale eenheid onder leiding van Henri Jaspar van start. Als minister zonder portefeuille zal Emile Francqui de natte droom van de Belgische banken waarmaken door korte metten te maken met de onafhankelijkheid van de NBB. Gouverneur Hautain houdt nog even stand doch wordt op 27 september 1926 uit zijn ambt ontheven en vervangen door de gewillige soldaat Louis Franck.
Het zaad voor de huidige crisis wordt op dat moment in de geschiedenis ingezaaid.
Minder dan tien jaar later zullen de grote Belgische banken in grote moeilijkheden verzeilen en zullen hun politieke vrienden hen met de centen van de Belgische belastingbetaler ter hulp snellen.
Waar hebben we dat nog gehoord?
Commentaar: hetgeen ik al jaren verkondig, wordt hier zwart op wit bevestigd door onze vrienden van de NBB.
In 1926 breken politiek en banken hand in hand het pantser van de onafhankelijkheid van de Nationale Bank van België. En dan moet iedereen goed beseffen dat Emile Francqui op 20 mei 1926 niet toevallig benoemd werd tot minister zonder portefeuille in de regering van nationale eenheid Jaspar. Emile Francqui had in zijn hoedanigheid als vice gouverneur van de Generale Maatschappij, die op dat moment een koninkrijk binnen het koninkrijk België was, bewust en gericht de plannen van minister van Financiën Janssen en gouverneur Hautain van de NBB succesvol gesaboteerd.
De sabotage van Francqui leidde op 19 mei 1926 tot de val van de regering Poullet-Vandervelde. Welgeteld één dag later gaat de regering van nationale eenheid onder leiding van Henri Jaspar van start. Als minister zonder portefeuille zal Emile Francqui de natte droom van de Belgische banken waarmaken door korte metten te maken met de onafhankelijkheid van de NBB. Gouverneur Hautain houdt nog even stand doch wordt op 27 september 1926 uit zijn ambt ontheven en vervangen door de gewillige soldaat Louis Franck.
Het zaad voor de huidige crisis wordt op dat moment in de geschiedenis ingezaaid.
Minder dan tien jaar later zullen de grote Belgische banken in grote moeilijkheden verzeilen en zullen hun politieke vrienden hen met de centen van de Belgische belastingbetaler ter hulp snellen.
Waar hebben we dat nog gehoord?
1925-1926 deel 4
Eindelijk het beloofde vervolg van het verhaal over één van de belangrijkste periodes uit de geschiedenis van de NBB.
Het vorige hoofdstuk publiceerde ik op 30 april 2012.
Niet alleen over het monetairebeleid waren de grootbanken en de NBB het grondig oneens.
Ook op bedrijfeconomisch gebied laaiden de spanningen soms hoog op.
In het eerste decennium van de twintigste eeuw begaven de discontokantoren van de Bank zich steeds meer op het domein van de kredietverlening op de middellange en lange termijn.
Deze overtreding van de organieke wet zorgde voor heel wat ergernis in financiële kringen.
Om het probleem structureel op te lossen, stelde de Bank tijdens de Eerste Wereldoorlo voor om de NMKN op te richten.
Deze dochteronderneming van de NBB zou uit haar portefeuille de kredieten overnemen die niet aan de wettelijke voorwaarden voldeden.
Deels als beloning voor haar moedige houding tijdens de Duitse bezetting kreeg de Bank haar zin: de NMKN werd bij wet van 16 maart 1919 opgericht.
Hoewel de NMKN de eerste jaren van haar bestaan volledig werd opgeslorpt door het wederopbouwprogramma van de regering, reageerden de banken er verontrust.
Was de kredietverlening op halflange en lange termijn niet bij uitstek hun werkterrein?
Medio jaren 1920 nam de wrevel tussen de financiële wereld en de NBB verder toe.
Albert-Edouard Janssen kreeg op een belangrijk ogenblik de portefeuille van Financiën toevertrouwd. Het emissieprivilege van de Bank was immers aan hernieuwing toe, wat gewoonlijk gepaard ging met een aantal wijzigingen in het wettelijke kader.
Met een minister uit eigen rangen moest het monetaire-beleidsinstrumentarium, waarover de Bank beschikte, aanzienlijk kunnen worden uitgebreid.
Van die plannen zou uiteindelijk weinig te merken vallen in de wet van 26 februari 1926 omdat Janssen de steun van de financiële wereld nodig had voor de geplande wisselkoersstabilisatie. Niettemin had de perceptie, dat de NBB bij de eerstvolgende gelegenheid de autonomie van de financiële wereld zou beknotten, een stevige impuls gekregen.
(De Bank, de frank en de euro pagina 117)
Het vorige hoofdstuk publiceerde ik op 30 april 2012.
Niet alleen over het monetairebeleid waren de grootbanken en de NBB het grondig oneens.
Ook op bedrijfeconomisch gebied laaiden de spanningen soms hoog op.
In het eerste decennium van de twintigste eeuw begaven de discontokantoren van de Bank zich steeds meer op het domein van de kredietverlening op de middellange en lange termijn.
Deze overtreding van de organieke wet zorgde voor heel wat ergernis in financiële kringen.
Om het probleem structureel op te lossen, stelde de Bank tijdens de Eerste Wereldoorlo voor om de NMKN op te richten.
Deze dochteronderneming van de NBB zou uit haar portefeuille de kredieten overnemen die niet aan de wettelijke voorwaarden voldeden.
Deels als beloning voor haar moedige houding tijdens de Duitse bezetting kreeg de Bank haar zin: de NMKN werd bij wet van 16 maart 1919 opgericht.
Hoewel de NMKN de eerste jaren van haar bestaan volledig werd opgeslorpt door het wederopbouwprogramma van de regering, reageerden de banken er verontrust.
Was de kredietverlening op halflange en lange termijn niet bij uitstek hun werkterrein?
Medio jaren 1920 nam de wrevel tussen de financiële wereld en de NBB verder toe.
Albert-Edouard Janssen kreeg op een belangrijk ogenblik de portefeuille van Financiën toevertrouwd. Het emissieprivilege van de Bank was immers aan hernieuwing toe, wat gewoonlijk gepaard ging met een aantal wijzigingen in het wettelijke kader.
Met een minister uit eigen rangen moest het monetaire-beleidsinstrumentarium, waarover de Bank beschikte, aanzienlijk kunnen worden uitgebreid.
Van die plannen zou uiteindelijk weinig te merken vallen in de wet van 26 februari 1926 omdat Janssen de steun van de financiële wereld nodig had voor de geplande wisselkoersstabilisatie. Niettemin had de perceptie, dat de NBB bij de eerstvolgende gelegenheid de autonomie van de financiële wereld zou beknotten, een stevige impuls gekregen.
(De Bank, de frank en de euro pagina 117)
Louis Franck gouverneur van 1926 tot 1937
Na de liquidatie van Frenand Hautain aanvaardde Louis Franck het aanbod van de regering van nationale unie Jaspar om gouverneur Hautain op te volgen, ofschoon hij voordien geen noemenswaardige rol had gespeeld in de financiële wereld.
Hij had zich in Antwerpen als advocaat gespecialiseerd in het zeevaartrecht.
Op dat terrein verwierf hij internationale faam.
Sinds 1906 had hij als liberaal volksvertegenwoordiger zitting in de Kamer.
De Antwerpse parlementair ontpopte er zich als een van de pioniers van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd.
Als gevolg van zijn voortdurende anti-Duitse houding werd hij in maart 1918 naar Duitsland gedeporteerd doch nog voor de wapenstilstand kwam hij reeds vrij.
Van 1918 tot 1924 was hij minister van Koloniën.
Hij verbleef herhaaldelijk in Congo en spande zich in voor een betere organisatie van de kolonie.
Als gouverneur van de NBB bewerkstelligde hij in oktober 1926, samen met Francqui, de succesvolle stabilisatie van de frank. (nvdr Let op: op 27 september werd de ervaren onafhankelijke gouverneur Hautain geliquideerd en enkele dagen later realiseert nieuwkomer Franck de succesvolle stabilisatie van de frank! Lees: Franck voerde blindelings de dictaten van zijn opdrachtgevers uit.)
De overheidsschuld werd geconsolideerd en er werd een nieuwe rekeneenheid gecreëerd, namelijk de belga.
Paralel met de sanering werd ook de Bank grondig hervormd: er werd een regentenraad gevormd die over ruime bevoegdheden beschikte. (nvdr Waartoe dat geleid heeft, weten we ondertussen: De Regentenraad fungeert als schaamlapje om de politieke dictaten een legitiem karakter te geven.)
Tot 1937 mochten ook particuliere bankiers deel uitmaken van die raad.
Toen het Verenigd Koninkrijk in 1931 woordbreuk pleegde en uit de goudstandaard stapte, betekende dat een zware klap voor de NBB die op haar pondenbezit zware verliezen leidde. (nvdr De NBB leerde toen voor het eerst het verschil kennen tussen papieren beloftebonnen van politici, beter gekend als papiergeld, en echt geld, ook gekend als goud.)
Daarna volgde de depreciatie van de dollar.
Na een verbeten deflatiebeleid in 1932-1934 devalueerde de frank met 28% in 1935.
Franck onderging de gebeurtenissen. (nvdr De arme man zal wellicht geen flauw benul gehad hebben van hetgeen hem overkwam en zodoende kon hij weinig anders dan de gebeurtenissen ondergaan.)
In 1937 werd voor het ambt van gouverneur van de NBB voor het eerst een leeftijdsgrens van zevenenzestig jaar ingevoerd.
Franck overleed tijdens de oudejaarsnacht van 1937 op negenzestigjarige leeftijd.
(De Bank, de frank en de euro pagina 280)
Hij had zich in Antwerpen als advocaat gespecialiseerd in het zeevaartrecht.
Op dat terrein verwierf hij internationale faam.
Sinds 1906 had hij als liberaal volksvertegenwoordiger zitting in de Kamer.
De Antwerpse parlementair ontpopte er zich als een van de pioniers van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd.
Als gevolg van zijn voortdurende anti-Duitse houding werd hij in maart 1918 naar Duitsland gedeporteerd doch nog voor de wapenstilstand kwam hij reeds vrij.
Van 1918 tot 1924 was hij minister van Koloniën.
Hij verbleef herhaaldelijk in Congo en spande zich in voor een betere organisatie van de kolonie.
Als gouverneur van de NBB bewerkstelligde hij in oktober 1926, samen met Francqui, de succesvolle stabilisatie van de frank. (nvdr Let op: op 27 september werd de ervaren onafhankelijke gouverneur Hautain geliquideerd en enkele dagen later realiseert nieuwkomer Franck de succesvolle stabilisatie van de frank! Lees: Franck voerde blindelings de dictaten van zijn opdrachtgevers uit.)
De overheidsschuld werd geconsolideerd en er werd een nieuwe rekeneenheid gecreëerd, namelijk de belga.
Paralel met de sanering werd ook de Bank grondig hervormd: er werd een regentenraad gevormd die over ruime bevoegdheden beschikte. (nvdr Waartoe dat geleid heeft, weten we ondertussen: De Regentenraad fungeert als schaamlapje om de politieke dictaten een legitiem karakter te geven.)
Tot 1937 mochten ook particuliere bankiers deel uitmaken van die raad.
Toen het Verenigd Koninkrijk in 1931 woordbreuk pleegde en uit de goudstandaard stapte, betekende dat een zware klap voor de NBB die op haar pondenbezit zware verliezen leidde. (nvdr De NBB leerde toen voor het eerst het verschil kennen tussen papieren beloftebonnen van politici, beter gekend als papiergeld, en echt geld, ook gekend als goud.)
Daarna volgde de depreciatie van de dollar.
Na een verbeten deflatiebeleid in 1932-1934 devalueerde de frank met 28% in 1935.
Franck onderging de gebeurtenissen. (nvdr De arme man zal wellicht geen flauw benul gehad hebben van hetgeen hem overkwam en zodoende kon hij weinig anders dan de gebeurtenissen ondergaan.)
In 1937 werd voor het ambt van gouverneur van de NBB voor het eerst een leeftijdsgrens van zevenenzestig jaar ingevoerd.
Franck overleed tijdens de oudejaarsnacht van 1937 op negenzestigjarige leeftijd.
(De Bank, de frank en de euro pagina 280)
Abonneren op:
Posts (Atom)