donderdag 14 mei 2020

Schriftelijke vragen 25 - 26 - 27 + belangrijke opmerking!

Vraag 25

Na 37 jaar monetair wanbeleid belandde de wereld in 2008 in een crisis van teveel schulden en een rente die te laag was om het risico van die schulden te dekken.  In plaats van de problemen aan te pakken, verkozen de centrale banken wereldwijd om die crisis te verergeren door nog veel meer schulden en nog lagere rentes te creëren.  Sindsdien herhaalde ik op alle algemene vergaderingen van de Nationale Bank en op tientallen internationale conferenties dat je een natte kelder niet droog krijgt door er water in te pompen en dat je gevaarlijke gokkers niet afschrikt met gratis krediet.

En zo zijn we vandaag in de volgende fase van de financiële crisis beland, de fase waarbij de truuk met het gratis geld niet meer zal werken.  In Duitsland heeft het Grondwettelijk Hof eindelijk te moed gehad om te zeggen dat de waanzin moet stoppen.  De monetaire financiering, die sinds 2012 in het leven geroepen werd, is in strijd met het Verdrag van Maastricht en zodoende illegaal.  Dat de Regentenraad met zulke experimenten akkoord gaat terwijl er nog privé aandeelhouders in het spel zijn, is een schandaal buiten categorie.

Zijn er regenten die ooit geloofd hebben dat dit bedrog kans op slagen had?

Zijn er regenten die geloven dat je ongestraft aan zulke dwaze spelletjes kunt deelnemen zonder ooit ter verantwoording geroepen te worden?



Vraag 26

Op het moment dat ik deze vragen uitschrijf noteert de goudprijs, uitgedrukt in euro, op het hoogste niveau ooit of zo'n 350% boven het niveau waarop de Regentenraad 1.076 ton of meer dan 80% van onze goudvoorraad liquideerde tegen bodemprijzen om de Belgische regering toe te laten om kunstmatig de staatsschuld te verlagen. Dit jaar gaan we wellicht het vorige recordniveau van die staatsschuld, in percentage tov het BBP, verbreken.  Dat bij deze frauduleuze operatie de statuten van de Bank verkracht werden en allerlei illegale wetten werden gestemd om een onteigening zonder compensatie van de privé aandeelhouders mogelijk te maken, zullen we voor het gemak maar even achterwege laten.

Hoe voelt het om lid te zijn van een orgaan, dat wellicht de grootste misdaad ooit tegen het Belgische volk op z'n geweten heeft?


Vraag 27

Hoe zal de procedure verlopen voor het ondertekenen van de notulen en het eventueel laten opnemen van opmerkingen?

Gelieve bij deze te noteren dat ik de notulen wens te ondertekenen.


Belangrijke opmerking!
Gelieve op te nemen in de notulen van de vergadering!

Dit jaar wordt er voor het eerst in de geschiedenis een algemene vergadering van de Nationale Bank gehouden zonder aandeelhouders, voor oneerlijke bestuurders zou dat een droom zijn die in vervulling gaat.  De voorbije 17 jaar hebben de privé aandeelhouders jaar na jaar tevergeefs gevraagd dat de antwoorden op de gestelde vragen zouden opgenomen worden in de notulen van de vergadering om te verhinderen dat de antwoorden jaarlijks zouden aangepast worden aan de richting van de wind.  De vraag om de antwoorden te notuleren is al die jaren om overduidelijke redenen geweigerd.  Nu er een virtuele vergadering wordt gehouden, zullen er eindelijk schriftelijke antwoorden op de schriftelijke vragen moeten gegeven worden.  Ik hoop bij deze dat dit op een ernstige manier zal gebeuren en dat de Regentenraad zich niet gaat verstoppen achter kinderachtige excuses...

Voor het eerst sinds dit conflict publiek werd in 2002 zijn de privé aandeelhouders zich op een doordachte manier aan het organiseren.  Sinds 2002 heeft de Regentenraad consequent geweigerd om met de privé aandeelhouders, die 50% van het kapitaal van de vennootschap in handen hebben, te overleggen.  Een raad van bestuur die weigert te praten met de aandeelhouders die 100% van het kapitaal van de vennootschap ingebracht hebben... dat moet een wereldrecord zijn.  Misschien is de tijd gekomen om, in samenspraak met de privé aandeelhouders, een fatsoenlijke en faire oplossing uit te werken om dit conflict op te lossen op een manier waarbij niemand gezichtsverlies lijdt.  Een oplossing die de Belgische Staat niks kost en een einde maakt aan een drama dat nooit had mogen bestaan.

maandag 11 mei 2020

AV Nationale Bank schriftelijke vragen 20 tot 24


Vraag 20

Vorig jaar bepaalde de directie de waarde van de participatie van de Bank in de Bank voor Internationale Betalingen voorzichtig op ongeveer 5.400 euro per aandeel Nationale Bank.

Gelet op de positieve resultaten van de BIB vorig jaar:

Hoeveel is de geschatte huidige waarde van de participatie van de Bank in de BIB per aandeel Nationale Bank?




Vraag 21

Het goud van de Bank;

De participaties in de ECB, IMF…;

De gebouwen;

De reserves;

Eventuele andere activa die toekomen aan alle aandeelhouders van de Bank.


Kan de directie een correct beeld geven van de waarde van de deze activa per aandeel Nationale Bank?



Vraag 22

Opnieuw stel ik vast dat het eerste dividend, het belangrijkste dividend voor de privé aandeelhouders van de NBB, nog steeds op hetzelfde niveau staat als in 1851.  Op het moment dat de Nationale Bank van België werd opgericht bestond er geen inflatie en stond het begrip inflatie gelijk met monetaire ketterij, dit zou zo blijven tot 1914.  Na de Eerste Wereldoorlog werd inflatie ingevoerd om de schulden van de oorlog weg te inflateren.  Sindsdien werd alles in en rond de NBB, inclusief de verloning van de directieleden, aangepast aan de evolutie van de inflatie behalve het eerste dividend voor de aandeelhouders.  In 1850 stond 1,5 euro gelijk aan twee maandlonen van een gemiddelde arbeider, vandaag is anderhalve euro

In 1850 werd de verloning van de gouverneur van de Bank bepaald op 458,6 euro per jaar, het eerste (gegarandeerde) dividend op 1,5 euro per jaar. Vandaag strijkt de gouverneur een slordige 500.000 euro per jaar op terwijl de aandeelhouders nog steeds 1,5 euro per aandeel krijgen. 

a.    Wanneer gaat dit eerste dividend aangepast worden aan de evolutie van de koopkracht?

b.    Indien de onafhankelijke directeurs van mening zijn dat het eerste dividend voor de privé aandeelhouders behouden moet blijven op het niveau van 1851: Zou het dan niet wenselijk zijn dat de vergoedingen die de onafhankelijke directeurs van de Bank ontvangen eveneens naar het niveau van 1851 gebracht worden zodat de onafhankelijke directeurs en de privé aandeelhouders op dezelfde voet behandeld worden?


Vraag 23

Toen de beruchte 3%-regel ingevoerd werd en er geen inflatie bestond, was die 3%-regel verdedigbaar.  De opbrengst van 3% op de activa volstond ruimschoots om de belangen van de Bank en haar aandeelhouders te verdedigen.  Voor de mensen die de geschiedenis van de NBB niet zo goed kennen: de 3%-regel bepaalde dat alle opbrengsten van de rentedragende activa, die boven de drie procent lagen automatisch toekwamen aan de Staat.  Je kunt je voorstellen wat dit betekende toen de intresten 14% en meer bedroegen. Toen vanaf 1914 het inflatiebeest werd losgelaten om de stijgende staatsschulden weg te inflateren, werd die 3%-regel deel van het sluipende onteigeningsproces zonder compensatie.  Ieder jaar dat de inflatie hoger lag dan 3% werden de aandeelhouders van de Bank in feite bestolen.  Voor de Staat was het echter een kassa-kassa regeling.  Doch toen wijlen Luc Coene in 2008/2009 in de gaten kreeg dat we richting extreem lage rentes afstevenden werd in een recordtempo de 3%-regel afsgeschaft en een systeem van winstverdeling op poten gezet die de gepolitiseerde eigenbelangers van de Regentenraad de mogelijkheid gaf om de winst totaal willekeurig te verdelen en er voor te zorgen dat de Staat ieder jaar toch een onevenredig deel van de winst zou blijven incasseren.  Immers, had de 3%-regel nog in voege geweest zou de Belgische Staat de voorbije jaren nog enkel het gewone dividend ontvangen omdat de opbrengsten van de rentedragende activa onder de 3% lagen.  Een mooier voorbeeld van oplichting en machtsmisbruik kun je je moeilijk inbeelden.


Bij de jongste grote onteigening zonder compensatie in 2009 heeft men alles in het werk gesteld om het dividend van de aandeelhouders zo laag mogelijk te houden en de jaarlijkse schenking aan de Staat te maximaliseren. Nadat de aandeelhouders jarenlang beroofd werden door de onrechtvaardige 3%-regel werden nogmaals gepluimd op het moment dat de rente onder die drie procent zou duiken.  Ondertussen krijgen de aandeelhouders nog steeds geen vergoeding voor het “gratis” gebruik van het onroerend goed van de Bank.

Vraag:

Wanneer gaat men voor de berekening van de opbrengsten van de activa, die toebehoren aan de aandeelhouders,  rekening houden met een faire vergoeding voor het gebruik van het vastgoed van de Bank zodat hierdoor het tweede dividend substantieel verhoogd kan worden?





Vraag 24
De voorbije acht jaar stelde ik tijdens de algemene vergadering gerichte vragen over de vertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Bank.  Ieder jaar gaf de directie toe dat vrouwen ondervertegenwoordigd waren op de hoogste niveaus doch dat daar verandering in zou komen. 

Na de absurde en onbegrijpelijke politieke benoeming van Steven Vanackere tot directeur bij de Nationale Bank beseften de hoge Heren van de NBB dat ze al jaren de wetgeving in verband met de vertegenwoordiging van vrouwen niet respecteerden.  Voor halfgoden, die zich niet aan regels gebonden voelen, is dit uiteraard een onaangenaam ontwaken en zoals steeds werd er razendsnel een nieuwe wet gemaakt om de illegale situatie op het corrupte-Regentenraad-niveau alsnog een legaal tintje te geven.

Op 28 juli 2011 ondertekende koning Albert II een wet die bepaalt dat een derde van de leden van een beursgenoteerde vennootschap van een ander geslacht moet zijn dan de overige twee derde.  Tot nader order betekent dit dat één op drie leden van de raad van bestuur een vrouw moet zijn.

Bij de beursgenoteerde Nationale Bank is de Regentenraad wat de raad van bestuur is in andere beursgenoteerde vennootschappen.  Met één vrouw op zestien leden vertegenwoordigde die ene vrouw vorig jaar slechts zes procent van de leden van de raad van bestuur.

Als het over de plundering van de reserves en de systematische discriminatie van de privé aandeelhouders gaat verschuilt de directie zich al twintig jaar achter: “Het is de wet, wij respecteren de wet”.  Als het een eenvoudige wet betreft, om discriminatie van vrouwen tegen te gaan, blijkt de wet blijkbaar niet meer zo belangrijk.

Doch, zoals ik reeds sinds 2014 blijf herhalen, het probleem situeert zich niet alleen op het directieniveau, over gans de lijn is de vertegenwoordiging van dames in de hoogste regionen van de Bank onwaarschijnlijk laag.  Begin vorig jaar was de situatie als volgt:

Directie: nul vrouwen op zes is nul procent;

Regentenraad:  1 vrouw op 16 =  6%;

College van censoren: 2 dames op 10 =  20%;

Departement chefs: 1 vrouw op 11 =  9%;

Autonome diensten: 1 vrouw op 12 =  8%;

Algemene diensten:  2 vrouwen op 23 = 9%;

Dienstchefs:  6 dames op 26 =  23%;

Eerste 70 senior staffleden: 4 dames op 70 = 6%.

De ondervertegenwoordiging van het vrouwelijke geslacht op de hoogste echelons blijkt zodoende niet enkel een probleem binnen de directie van de Bank maar een systematische, historisch gegroeide discriminatie.

Vragen:

Hoe past dit beschamende verhaal in het epistel over deugdelijk bestuur in het jaarverslag?

Hoe is het vandaag gesteld met de vertegenwoordiging van vrouwen in de top honderd van de Bank?

zondag 10 mei 2020

AV Nationale Bank Schriftelijke vragen 13 tot 19

Vraag 13

Onder impuls van de monetaire zelfmoordprogramma’s van de ECB koopt de Nationale Bank massa’s waardeloze obligaties om liquiditeiten in het systeem te pompen en de waarde van die activa kunstmatig op te drijven. Nu is de Bank blijkaar ook van plan om aandelen te gaan kopen.

Waarom wordt er met dat gratis geld geen fysiek goud gekocht?

Is er een reden waarom de goudprijs niet zou mogen stijgen?


Vraag 14

Dankzij de eindeloze reeks onteigeningen zonder compensatie, het machtsmisbruik en de politieke willekeur is het aandeel van de Nationale Bank van België wellicht het goedkoopste aandeel in de wereld.  Momenteel noteert een NBB aandeel tegen minder dan 5% van de intrinsieke waarde.

Staat het aandeel van de NBB op de lijst van koopwaardige aandelen?

Of is er, net als bij fysiek goud, een reden waarom de koers van de NBB niet mag stijgen?



Vraag 15

Wereldwijd lopen de spanningen vandaag snel op en het is duidelijk dat op middellange termijn een groot aantal landen niet meer aan z’n verplichtingen zal kunnen voldoen.

Gaat de Nationale Bank eindelijk het weinige goud dat ons nog rest repatriëren zodat we ons geen zorgen meer moeten maken over wat er met dat goud zou kunnen mislopen?


Vraag 16

De gouverneur van de Bank ontvangt naast zijn verloning bij de NBB eveneens een vergoeding als bestuurder bij de BIB.

Hoeveel ontving gouverneur Wunsch vorig jaar voor de uitoefening van dit mandaat?

Moeten op dit inkomen, betaald door een supranationale instelling belastingen betaald worden?


Vraag 17

Naast hun verloning als directeur ontvangen de directieleden van de Bank ook onkostenvergoedingen.

  1. Zijn deze onkostenvergoedingen forfaitair of worden zij vergoed in functie van de door de betrokken directeurs bewezen uitgaven?
  2. Hoeveel betaalde de Bank vorig jaar als onkostenvergoedingen voor de directieleden?



Vraag 18

In de loop van de komende jaren zullen gebouwen aan de Berlaimontlaan verkocht worden:

  1. Over welke gebouwen gaat het?
  2. Wat is de totale grondoppervlakte waarop deze gebouwen staan?
  3. Werd er een raming gemaakt worden over de mogelijke verkoopopbrengst?
  4. Is er al een tijdschema vastgelegd voor deze verkopen?



Vraag 19

Het voorbije jaar stegen de reserves opnieuw met 932 euro per aandeel.

De voorbije elf jaar stegen die reserves met 9.562 euro per aandeel.

Buiten de realiteit van willekeur, machtsmisbruik en schending van het eigendomsrecht door de overheid en haar marionetten bij de Bank:

Kan de directie andere elementen aanhalen waardoor de koers van het aandeel minder dan een vierde bedraagt van de waardestijging door de toevoeging aan de reserves tijdens de voorbije elf jaar en minder dan 5% van de werkelijke intrinsieke waarde?

zaterdag 9 mei 2020

Vragen 11 en 12, voor wie van de waarheid houdt!


Vraag 11

De voorbije jaren heb ik via mijn schriftelijke vragen op de algemene vergadering duidelijk de geschiedenis van het goud van de Bank geschetst alsook de manipulatie van de gebruikte terminologie om het goud van de Bank om te toveren in het goud van de Staat.

Het goud is altijd van de Nationale Bank geweest, dat wordt duidelijk aangetoond door de jaarverslagen zodat daarover geen discussie kan bestaan.  Het probleem is uiteraard dat de politiek benoemde directie van de Nationale Bank 82,58% of 1.076 ton van ons goud verkocht heeft aan bodemprijzen om hun politieke bazen te helpen bij het produceren van geflatteerde schuldstatistieken en frauduleuze begrotingen.  Bij deze goudroof werd uitgegaan van de foutieve stelling dat het goud van de Staat was.  Nadat je 82,58% van het goud illegaal onteigend hebt, met als argument dat het goud van de Staat is, wordt het natuurlijk moeilijk om vervolgens toe te geven dat je die 1.076 ton goud per ongeluk verkocht hebt.

Tijdens de algemene vergaderingen van de voorbije vijftien jaar heb ik herhaaldelijk duidelijk aangetoond dat tussen 1851 tot en met 1971 er geen enkele discussie de eigenaar van het goud bestond.  In ieder jaarverslag werd er consequent gesproken over het “Goud- en deviezenbezit van de Nationale Bank”.

In het jaarverslag over 1971 luidt het op pagina 53 na 120 jaar nog steeds:

“Goudvoorraad en netto deviezenpositie van de Nationale Bank van België”.

Tussen 1850 en 1971 wordt op geen enkel moment ergens verwezen naar de mogelijkheid dat het goud van de Staat zou zijn.


Nergens wordt de situatie helderder uitgelegd als in het jaarverslag over 1948.  Daar lezen we op pagina 76 het volgende:

“Beschikbare goudvoorraad fr. 27.333.965.142,07

Onbeschikbaar goudsaldo na herwaardering van de goudvoorraad (besluitwet nr 5 dd. 1 mei 1944).

Per 31 december zijn deze twee rubrieken samengebracht op een enkele rekening <<Goudvoorraad>>, tengevolge van de aanwending van de passiefrekening <<Schatkist: onbeschikbare rekening wegens herwaardering (besluitwet nr 5 van 1 mei 1944>> tot de gedeeltelijke delging van de schuld van de Staat tegenover de Bank.”

Vertaling voor de mensen die deze materie niet volledig beheersen:

Na de opwaardering van de goudprijs in 1944 wordt de daardoor gecreëerde (fictieve) meerwaarde op een onbeschikbare reserverekening geplaatst.  Na de grote operatie om de alle oorlogs-onevenwichten weg te zuiveren blijft de Belgische Staat met een zware openstaande schuld aan de Nationale Bank.  Om deze schuld gedeeltelijk weg te werken wordt de bewuste “onbeschikbare reserverekening” met een saldo van 10.493.184.885 frank overgeheveld naar de “Beschikbare Goudvoorraad” van de Nationale Bank.

Vraag:

Als de Staat in 1948 een deel van zijn schuld aan de Bank aflost door een onbeschikbare reserverekening van 10,93 miljard frank over te hevelen naar de Beschikbare Goudvoorraad van de Nationale Bank:

Is er dan één regent die niet begrijpt wie de eigenaar van het goud van de Nationale Bank is?




Vraag 12

Vanaf boekjaar 1972 begint men verwarring te zaaien over wie de werkelijke eigenaar van het goud is. Op pagina 62 van het jaarverslag over 1972 volgt er een subtiele verandering, het goud en deviezenbezit van de Nationale Bank verandert in:

“NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD- EN DEVIEZENRESERVES”

Op pagina 53 van het jaarverslag over 1971 staat er nog heel duidelijk: “GOUDVOORRAAD EN NETTO DEVIEZENPOSITIE VAN DE NATIONALE BANK VAN BELGIE”.


Zo gaat het altijd wanneer geschiedenis vervalst wordt.  Dat gaat niet brutaal, dat zou immers teveel opvallen.  Het gaat stapje voor stapje.


De jongste jaren, dit jaar op pagina 130  van het jaarverslag, luidt het als volgt:

“De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank”.

Alhoewel verschillende leden van de directie de jongste jaren toegaven dat het goud wel degelijk van de Bank is werd dit nooit schriftelijk toegegeven en werd er op een sublieme manier professioneel rond de pot gedraaid.

Vraag:

Moeten we de verwarringzaaiende versie van de jongste jaren (dit jaar op pagina 130 van het jaarverslag) lezen als:

Het goud en de deviezen zijn eigendom van de Bank en haar aandeelhouders;

De Belgische Staat bezit 50% van de aandelen van de NBB;

Zodoende is de Staat eigenaar van 50% van het goud en de deviezen;

Zodoende beheert de Nationale Bank de goudreserves van de Staat (50%);

De resterende 50% van die goudreserves zijn eigendom van de privé aandeelhouders?

vrijdag 8 mei 2020

Vraag 10, eentje om in te kaderen!


Vraag 10



Dankzij het Corona verhaal kunnen we dit jaar in alle sereniteit een aantal complexe verhalen uitklaren.  Hetgeen nu volgt is een duidelijk voorbeeld van hetgeen al jaren scheefloopt doch nooit rechtgetrokken wordt omdat men zich hult in een geheimzinnig stilzwijgen en vooral omdat men weigert om op belangrijke vragen te antwoorden. Als er na lang aandringen uiteindelijk soms toch een vaag antwoord kwam, werd toch geweigerd om dat antwoord te notuleren zodat de onduidelijkheid bleef en de Regentenraad voor zichzelf de mogelijkheid creëerde om dat antwoord elk jaar aan te passen in functie van de windrichting.  Een lange maar gedetailleerde inleiding met alle nodige en nuttige informatie over de essentie van de zaak met op het eind een aantal korte vragen die een duidelijk antwoord verdienen:



Het verhaal van de jaarlijkse absurde jaarlijkse betaling van 24,4 miljoen euro aan de Staat, omdat de Staat haar verplichtingen tegenover de Bank niet nakwam, gaat ieders verstand te boven.  De directie gaat al jaren akkoord dat deze betaling ongepast is doch blijft ze wel slaafs uitvoeren.



Nu blijkt uit de informatie op de website van de ECB dat de ECB op 4 oktober 2012 een brief ontving van de gouverneur van de Nationale Bank, in naam van minister van Financiën Steven Vanackere, met de vraag of de ECB akkoord ging met het schrappen van die betaling van 24,4 miljoen euro omdat dit niet meer gepast was na de wetswijziging omtrent de winstverdeling in 2009.  Het verhaal is helder en klaar de opmerkingen van de ECB spreken voor zich.  Ziehier de brief van de ECB aan de Nationale Bank van België dd. 29 oktober 2012:



Inleiding en rechtsgrondslag

Op 4 oktober 2012 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Gouverneur van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (NBB), zulks in naam van de Belgische Minister van Financiën om een advies inzake een ontwerp van wet tot intrekking van een regel inzake de winstverdeling tussen de NBB en de Belgische Staat en tot wijziging van de Wet van 28 juli 1948 betreffende de sanering van de balans van de NBB (hierna het ‘wetsontwerp’). De adviesbevoegdheid van de ECB is gebaseerd op artikel 127, lid 4 en artikel 282, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het derde streepje van artikel 2, lid 1 van Beschikking 98/415/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de raadpleging van de Europese Centrale Bank door de nationale autoriteiten over ontwerpen van wettelijke bepalingen1, aangezien het voorstel de NBB betreft. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.

 

Doel van het Voorstel

Het wetsontwerp beoogt de schrapping met ingang van 1 januari 2012 van het derde lid van artikel 3, onder b) van de wet van 29 juli 1948 inzake de sanering van de balans van de NBB, welke bepaling een stand-alone verplichting voor de NBB behelst om de Belgische Staat jaarlijks een bedrag van 986 miljoen Belgische frank (24,4 miljoen EUR) te betalen.  Deze in 1991 ingevoerde verplichting beoogde de neutralisering van meeruitgaven voor de Belgische Staat welke uitgaven voortvloeien uit de eenmalige omzetting van de geconsolideerde vordering van de NBB op de Belgische Staat in vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten, welke vordering 34 miljard Belgische frank beloopt. Op basis van de toen geldende distributieregels diende de Belgische Staat de netto-financiële opbrengsten te ontvangen die 3% van het verschil tussen het gemiddelde bedrag van de rentegevende activa van de NBB en haar op jaarbasis berekende vergoede passiva te boven gingen. Rekening houdend met een aanpassing van 0,1% op deze 3% (vanwege de gedeeltelijke compensatie voor de instandhouding van de bankbiljetten omloop), leidde de toepassing van de voornoemde ‘3%-regel’ op de 34 miljard Belgische franks die overeenkomen met het totaalbedrag van de vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten tot een opname in de balans van de NBB van het bedrag 24,4 miljoen EUR2. Vervolgens werd bij artikel 2 van de Wet van 3 april 2009 tot wijziging van de financiële bepalingen van de Wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (hierna de ‘Organieke Statuten van de NBB’) de 3%-regel ingetrokken. Artikel 3 voerde in artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB een nieuwe winstverdelingsregel in, volgens welke regel de jaarlijkse winsten van de NBB als volgt worden toegedeeld: a) van het overschot van de jaarlijkse NBB-winsten na toekenning aan de aandeelhouders van een eerste dividend van 6% het kapitaal van de NBB, wordt een door het Directiecomité voorgesteld en door haar Regentenraad vastgesteld bedrag onafhankelijk toegekend aan het reservefonds of aan de beschikbare reserves; b) vervolgens wordt van de resterende winst aan de aandeelhouders een tweede door de Regentenraad vastgesteld dividend toegekend van minimaal 50% van de netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen van het reservefonds en de beschikbare reserves; en c) tenslotte wordt het saldo toegekend aan de Staat. De artikelen 2 en 3 van die wet traden op 1 januari 2009 in werking. De ECB werd inzake deze nieuwe winstverdelingsregel geraadpleegd en stelde Advies CON/2009/4 vast.



2. Algemene opmerkingen 

Elke overdracht van middelen van een nationale centrale bank aan een lidstaat, hetzij in de vorm van een winstverdelingsregeling of een equivalent daarvan, dient de dienaangaande door het Verdrag opgelegde beperkingen te respecteren, met name het beginsel van onafhankelijkheid van de centrale bank krachtens artikel 130 van het Verdrag, en het in artikel 123, lid 1 vastgelegde verbod op monetaire financiering.



 3. Specifieke opmerkingen

Het ontwerp van wet trekt de stand-alone verplichting voor de NBB om de Belgische Staat jaarlijks een vast bedrag van 24,4 miljoen EUR te betalen, in. De ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag. Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB. Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd. Zulks zou wederom de algemene financiële onafhankelijkheid van de NBB versterken, omdat de discretionaire bevoegdheid van de NBB niet langer wordt beperkt door de vereisten rekening te houden met vaste jaarlijkse betalingen aan de Belgische Staat.  



 Dit Advies wordt op de website van de ECB gepubliceerd. 

 Gedaan te Frankfurt am Main, 29 oktober 2012.



Uit dit document van de ECB blijkt duidelijk dat de Nationale Bank de ECB voorgelogen heeft.  Volgende passage strookt namelijk niet met de waarheid:

“De ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag.”



Iedereen weet namelijk dat die 24,4 miljoen euro niet rechtstreeks naar de Staat zou gaan en dat daarvan in de huidige context de helft naar de reserves behoort te gaan.



Verder is de ECB duidelijk dat de betaling van die 24,4 miljoen euro niet strookt met de nieuwe wetgeving:

“Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB.”



Doch de ECB kan de absurde situatie toch laten passeren omdat de ECB begrepen heeft dat die onnozelheid ondertussen werd beëindigd op 1 januari 2012:

“Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd.”



Dit document van de ECB toont aan:

  1. Dat de Nationale Bank en minister Vanackere de ECB al dan niet bewust valse informatie toegespeeld hebben;
  2. Dat de ECB in de mening verkeert dat die betaling van die 24,4 miljoen euro op 1 januari 2012 werd stopgezet!





Aangezien de toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere momenteel directeur van de Nationale Bank is kan hij misschien deze onwelriekende zaak toelichten:



Waarom verschafte directeur Vanackere de ECB verkeerde informatie door te stellen dat die betaling van 24,4 miljoen euro sowieso in de Schatkist zou gestort worden via de winstverdeling?



Verschafte directeur Vanackere in zijn hoedanigheid als minister van Financiën die verkeerde informatie omdat hij de ingewikkelde zaak zelf niet helemaal begreep?



Waarom liet U de ECB in de waan dat die betaling vanaf 1 januari 2012 zou stopgezet worden?



Hoe is het mogelijk dat de betaling van die 24,4 miljoen euro, volgens de informatie van de ECB stopgezet op 1 januari 2012, in 2020 nog steeds uitgevoerd werd?