vrijdag 14 september 2012

Fernand Hautain gouverneur van 1923 tot 1926

Fernand Hautain is een buitenbeentje in de galerij van de gouverneurs van de NBB.

Hij ging reeds op jonge leeftijd werken en combineerde zijn baan met avondonderwijs en zelfstudie.

Toen hij negentien was, werkte hij als bankbediende in het agentschap van de NBB in zijn geboortestad Nijvel.

Drie jaar later werd hij in dienst genomen als klerk in de hoofdzetel te Brussel.

In 1901 werd hij benoemd tot agent van de Bank in Philipville en onmiddellijk daarna te La Louvière.

In 1907 werd hij er beheerder van het discontokantoor dat onder zijn leiding floreerde.

Hautain stortte zich in de zakenwereld en werd beheerder van een hele reeks industriële vennootschappen.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werd de voormalige klerk tot directeur van de Bank benoemd.

Toen het mandaat van gouverneur Leon Van der Rest in 1923 ten einde liep, werd Hautain tot zijn opvolger aangeduid.

Hautain is de enige gouverneur geweest die zijn loopbaan onderaan de carrièreladder begon en uiteindelijk de absolute top bereikte.

Zijn gouverneurschap was kort maar turbulent. Het werd gekenmerkt door de inspanningen van de Belgische overheid om de monetaire crisis te boven te komen en de frank te stabiliseren.

Minister Janssen zou daar in 1926 niet in slagen, maar in datzelfde jaar zou de regering van nationale unie Jaspar meer succes boeken.

De verhouding tussen de architect van het saneringsplan, minister zonder portefeuille Francqui en gouverneur Hautain was slecht.

De onafhankelijke gouverneur wilde niet plooien voor de politieke druk en werd daarom op 27 september 1926 uit zijn ambt ontheven ten gevolge van een conflict met de regering.

Hautain keerde terug naar de zakenwereld. Hij bleef vice-voorzitter van de NMKN, de instelling voor langlopend nijverheidskrediet die hij in 1919 had helpen oprichten.

Hij overleed in 1942 op vierentachtigjarige leeftijd.


(onder meer uit De Bank, de frank en de euro pagina 179)


Het zaad van de huidige crisis in 1926!

Een tijdje geleden verhaalde ik reeds hoe de Belgische politici, hand en hand met de banken, in 1926 komaf moesten maken met de onafhankelijkheid van de NBB om de naoorlogse monetaire puinhoop zonder al te pijnlijke maatregelen op te kuisen.
Zoals we ook nu weer zullen ervaren, maken zachte heelmeesters echter stinkende wonden.
De fouten die men destijds opstapelde, hebben geleid tot de Grote Depressie die vervolgens uitmondde in de Tweede Wereldoorlog.
Het succes van de "briljante" muntsanering uit 1926 camoufleerde de werkelijke problemen en leek gedurende enkele jaren een wonderbaarlijke tussenkomst doch uiteindelijk liep de rekening, van de zogenaamde pijnloze oplossing, veel hoger op dan die van de korte pijn.
Om dat wonderbaarlijke medicijn voor die "pijnloze" oplossing toe te kunnen dienen moest men eerst de koppige onafhankelijke gouverneur Fernand Hautain liquideren en hem vervangen door een volgzame marionet die totaal geen verstand had van het reilen en zeilen van een centrale bank.
De opvolger van Fernand Hautain werd de liberale ex-minister van Koloniën, Louis Franck.

40 miljard dollar per maand!

De Federal Reserve Bank gaat iedere maand voor 40 miljard euro rommelhypotheken kopen tot de economie herstelt!
Deze boodschap, verpakt in geheimtaal, klinkt vertaald als volgt:

De Fed creëert vanaf heden iedere 40 miljard verse dollars (goed geld) om rommelhypotheken op te kopen. Hierdoor tovert de FED het goede geld om in slecht geld waardoor het probleem dat ze willen oplossen opnieuw groter wordt.
Slecht geld creëren om de economie op gang te helpen?
Misschien tijdens het weekend wat auto's in brand gaan steken om Ford Genk te redden?

Maandelijks veertig miljard dollar vers geld in het systeem pompen om de vrienden bankiers kunstmatig van hun waardeloze rommel af te helpen, zou wellicht een betere omschrijving zijn. Spijtig genoeg klinkt de waarheid niet zo goed als dat fabeltje over de economie.

L'Histoire se répète!

In Knack van 12 september 2012 zet Rik Van Cauwelaert op pagina 42-43 nog eens duidelijk op een rij wat er misgelopen is en wie in de fout ging bij onze geliefde banken.
Enkel en alleen dit artikel maakt het de moeite waard om Knack van deze week aan te schaffen. Hierna geef ik in het kort de inhoud van het artikel weer, gevolgd door enkele overpeinzingen.

Als gevolg van de Grote Depressie en de daaropvolgende bankencrisis ging in 1934 de socialistische Bank van de Arbeid failliet omwille van het feit dat de bank deposito's van klanten had aangewend om risicovolle investeringen te financieren.
Met het Koninklijk Besluit van 22 augustus 1934 legt de rooms-blauwe regering van Charles de Broqueville de scheiding van de deposito- en beleggingsactiviteiten op doch hierdoor kwamen de banken met een nijpend liquiditeitstekort te zitten.
De wet van 22 augustus 1934 was geïnspireerd door de Glass-Steagall Act, die in juni 1933 door de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt werd doorgedrukt om een einde te maken aan de vermenging van commercieel bankieren en de risicovollere investeringsactiviteiten.
President Clinton zou in 1999 de reeds zwaar uitgeholde Glass-Steagall Act volledig ongedaan maken.
Enkele maanden nadat de gemengde banken werden gesplitst, stond ook de financiële groep rond de Boerenbond op de rand van het faillissement.
1,6 miljard frank aan deposito's van plaatselijke kassen bleek op een onverantwoorde manier geïnvesteerd in aandelen allerhande, die met de helft in waarde waren verminderd.
Om een bankrun te voorkomen moest de regering opnieuw tussenbeide komen.
In totaal pompten de regeringen van Charles de Broqueville en diens opvolger Georges Theunis via de NMKN en het daartoe opgerichte Centraal Bureau voor de Kleine Spaarders, voorgezeten door Louis Franck, de gouverneur van de Nationale Bank, een voor die tijd kolossale drie miljard frank in de noodlijdende financiële instellingen.
De herinnering aan dat pijnlijke verleden vervaagde snel want geen 25 jaar later, in 1959, werd het KB van 1934 voor de eerste keer afgezwakt.
In 1993 maakte de rooms-rode regering Dehaene finaal een einde aan de opgelegde scheiding tussen spaar- en zakenbanken.
Het verschil tussen de ramp in de jaren dertig en vandaag is dat men tachtig jaar geleden nog heel voorzichtig was.
De risicovolle investeringen waren veelal beleggingen in aandelen van bedrijven waarvan er vele de crisis overleefden. Vandaag gaat het over het opzetten waanzinnige constructies en gebakken lucht ter waarde van honderdduizenden miljarden dollars.
De crisis van de jaren dertig zal op termijn dan ook een lachertje blijken te zijn tegenover de zondvloed waarmee we vandaag geconfronteerd worden.
De Grote Depressie mondde uit in een aantal niet zo prettige evenementen in de periode 1938-1945 waarbij de ware aard van de mens in al zijn schoonheid te bewonderen viel.
Aangezien onze grote leiders sedert 1929-1945 blijkbaar heel veel van hun verstand verloren hebben, doet dit het beste verhopen voor de toekomst.

woensdag 12 september 2012

Inflatie

Om met objectieve cijfers aan te tonen dat de privé aandeelhouders van de NBB reeds gedurende tientallen jaren onheus behandeld worden, concentreer ik mij nu al een hele tijd op het eerste dividend van 60 frank per aandeel uit 1850.
In mijn zoektocht naar correcte cijfers stootte ik vandaag op de maximum prijzen voor benzine en diesel op 15 november 1965.
Op die datum bedroeg de maximum prijs voor benzine 7,74 frank per liter en die van diesel 3,73 frank per liter.
Op 1 januari 1966 verhoogde de regering de belastingdruk op olieproducten van 69,3 naar 73% en steeg de maximumprijs voor benzine naar 8,77 frank per liter.
Op 30 augustus 1966 kostte een vat ruwe olie 2,97 dollar.
Over het boekjaar 1966 betaalde de NBB een nettodividend van 520 frank of 61,90 procent van de nettowinst die dat jaar 840 frank bedroeg.
De koers van een NBB aandeel haalde in 1966 een hoogste koers van 299,95 euro.
(Weekberichten Kredietbank dd. 3 september 1966 en memento der effecten 1968)