Blijkbaar is er een desinformatiecampagne aan de gang om mensen te ontmoedigen zich in te schrijven voor deelname aan de algemene vergadering van maandag 20 mei.
Verlies niet uit het oog dat de Nationale Bank al jarenlang alles in het werk stelt om zo weinig mogelijk aandeelhouders op de algemene vergadering te krijgen. Financiële tussenpersonen worden aangespoord om hun cliënten te ontmoedigen zich in te schrijven. Media en banken krijgen duidelijke instructies het NBB dossier niet te bespreken, de aandelen ondanks de enorme onderwaardering niet in de picture te plaatsen en cliënten te ontmoedigen de aandelen te kopen. Je kunt het je soms niet voorstellen tot wat de hoge heren in staat zijn om het dossier uit de belangstelling te houden.
Momenteel word ik overspoeld door mails van mensen die me melden dat hun financiële tussenpersoon hen meedeelde dat je enkel de algemene vergadering van de Bank kunt bijwonen als je aandelen op naam staan.
Dit is manifest onwaar!!!!
Aandeelhouders, die hun aandelen op rekening hebben staan bij een bank of broker, moeten hun financiële tussenpersoon de opdracht geven om het nodige te doen met het oog op het deelnemen aan de algemene vergadering van de Nationale Bank.
De tussenpersoon in kwestie moet dan de Bank verwittigen van je komst en verklaren dat je aandeelhouder van de NBB bent.
De uiterste datum voor aanmelding is 14 mei!
Het is uiteraard niet verstandig om te wachten tot het allerlaatste moment, donderdag 9 mei lijkt mij om veiligheidsredenen de ultieme datum om het nodige te doen.
Indien U zich al aangemeld heeft:
Vergeet dan begin volgende week niet te controleren of U correct bent aangemeld!
zaterdag 4 mei 2019
donderdag 2 mei 2019
Vraag 5 deugdelijk bestuur en gelijke behandeling aandeelhouders
Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke
vragen Erik Geenen.
Vraag 5 betreffende deugdelijk bestuur
De jongste twintig jaar heeft de
directie van de Bank onterecht meer dan tien miljard euro in de Schatkist
gestort. In vergelijking met de vele
miljarden die de Regentenraad de jongste twintig jaar zonder enig protest
overhevelde naar de Schatkist lijkt de jaarlijkse schenking van 24,4 miljoen
euro voor de leden van de Regentenraad wellicht een peulschil. Daarom wil ik bij deze nogmaals vermelden dat
de privé aandeelhouders van de Bank dit jaar een netto-dividend-aalmoes ontvangen
van een kleine 19,4 miljoen euro, 20% minder dan het peulschil van 24,4 miljoen
dat de Regentenraad bewust en tegen beter weten in jaarlijks aan de Staat
schenkt.
De regels van deugdelijk bestuur
houden in dat er van een raad van bestuur verwacht wordt dat zij de
vennootschap beheren als een goed huisvader, het eigen vermogen verdedigen en
alle aandeelhouders gelijk behandelen.
Daarom volgende vragen:
Als je de enorme bedragen, die
de jongste twintig jaar onterecht overgeheveld werden naar de Staat (50% van de
aandelen), vergelijkt met het aalmoes waarmee de privé aandeelhouders (50% van
de aandelen) bedacht werden:
Hoe is het dan in godsnaam
mogelijk dat men jaar na jaar doorgaat met het betalen van 24,4 miljoen euro,
waarvan iedereen weet dat het sinds 2009 totaal ongepast is terwijl ik ieder
jaar blijf herhalen dat dat toetje van 24,4 miljoen hoger ligt dan het totale
netto dividend dat naar de privé aandeelhouders gaat?
Wat heeft de Regentenraad sedert
2009 gedaan om deze jaarlijkse diefstal stop te zetten?
Welke stappen heeft de
Regentenraad ondernomen om de onterecht betaalde sommen sedert 2009 terug te
vorderen van de Staat?
Als we rekening houden met het
akkoord van de ECB en de informatie die de Bank overmaakte aan de ECB werd de betaling
stopgezet op 1 januari 2012. Dit
betekent dat de Bank, nadat ze de ECB op de hoogte had gebracht dat de praktijk
stopgezet was, toch nog onterecht zevenmaal 24,4 miljoen of 170,8 miljoen aan
de Schatkist schonk.
Welke stappen gaat de
Regentenraad in 2019 ondernemen om die 170,8 miljoen terug te vorderen?
Indien de Staat weigert om die
170,8 miljoen euro terug te betalen;
Aangezien de Regentenraad er
prat op gaat dat de winstverdeling uitsluitend haar bevoegdheid is waarbij geen
enkele andere partij een vinger in de pap te brokken heeft en dit ook door de
ECB zo geïnterpreteerd wordt:
Gaat de Regentenraad dan als
drukkingsmiddel, buiten het normale dividend, geen extra betalingen meer doen
aan de Schatkist zodat voor eens en voor altijd blijkt dat dat statement wel
degelijk klopt?
In hoeverre strookt dit dwaze
verhaal met de regels rond deugdelijk bestuur, het beheer van het eigen
vermogen van de vennootschap en de gelijke behandeling van de aandeelhouders?
woensdag 1 mei 2019
Vraag 4 Liegen tegen de ECB zwart op wit!
Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke
vragen Erik Geenen.
Vraag 4 de onterechte jaarlijkse betaling van 24,4
miljoen euro aan de Staat
Het verhaal van de absurde jaarlijkse betaling van 24,4 miljoen euro aan de Staat omdat de Staat
haar verplichtingen tegenover de Bank niet nakwam gaat ieders verstand te
boven. De directie gaat al jaren akkoord
dat deze betaling ongepast is doch blijft ze wel slaafs uitvoeren.
Nu blijkt uit de informatie op
de website van de ECB dat de ECB op 4 oktober 2012 een brief ontving van de
gouverneur van de Nationale Bank, in naam van minister van Financiën Steven
Vanackere, met de vraag of de ECB akkoord ging met het schrappen van die
betaling van 24,4 miljoen euro omdat dit niet meer gepast was na de
wetswijziging omtrent de winstverdeling in 2009. Het verhaal is helder en klaar de opmerkingen
van de ECB spreken voor zich. Brief van
de ECB aan de Nationale Bank van België dd. 29 oktober 2012:
Inleiding
en rechtsgrondslag
Op
4 oktober 2012 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de
Gouverneur van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (NBB),
zulks in naam van de Belgische Minister van Financiën om een advies inzake een
ontwerp van wet tot intrekking van een regel inzake de winstverdeling tussen de
NBB en de Belgische Staat en tot wijziging van de Wet van 28 juli 1948
betreffende de sanering van de balans van de NBB (hierna het ‘wetsontwerp’). De
adviesbevoegdheid van de ECB is gebaseerd op artikel 127, lid 4 en artikel 282,
lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het derde
streepje van artikel 2, lid 1 van Beschikking 98/415/EG van de Raad van 29 juni
1998 betreffende de raadpleging van de Europese Centrale Bank door de nationale
autoriteiten over ontwerpen van wettelijke bepalingen1, aangezien het voorstel
de NBB betreft. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het
Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit
advies goedgekeurd.
1. Doel van het Voorstel Het wetsontwerp
beoogt de schrapping met ingang van 1 januari 2012 van het derde lid van
artikel 3, onder b) van de wet van 29 juli 1948 inzake de sanering van de
balans van de NBB, welke bepaling een stand-alone verplichting voor de NBB
behelst om de Belgische Staat jaarlijks een bedrag van 986 miljoen Belgische
frank (24,4 miljoen EUR) te betalen.
Deze in 1991 ingevoerde verplichting beoogde de neutralisering van
meeruitgaven voor de Belgische Staat welke uitgaven voortvloeien uit de
eenmalige omzetting van de geconsolideerde vordering van de NBB op de Belgische
Staat in vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten, welke
vordering 34 miljard Belgische frank beloopt. Op basis van de toen geldende
distributieregels diende de Belgische Staat de netto-financiële opbrengsten te
ontvangen die 3% van het verschil tussen het gemiddelde bedrag van de
rentegevende activa van de NBB en haar op jaarbasis berekende vergoede passiva
te boven gingen. Rekening houdend met een aanpassing van 0,1% op deze 3%
(vanwege de gedeeltelijke compensatie voor de instandhouding van de
bankbiljetten omloop), leidde de toepassing van de
voornoemde ‘3%-regel’ op de 34 miljard Belgische franks die overeenkomen met
het totaalbedrag van de vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten
tot een opname in de balans van de NBB van het bedrag 24,4 miljoen EUR2.
Vervolgens werd bij artikel 2 van de Wet van 3 april 2009 tot wijziging van de
financiële bepalingen van de Wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het
organiek statuut van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique
(hierna de ‘Organieke Statuten van de NBB’) de 3%-regel ingetrokken. Artikel 3
voerde in artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB een nieuwe
winstverdelingsregel in, volgens welke regel de jaarlijkse winsten van de NBB
als volgt worden toegedeeld: a) van het overschot van de jaarlijkse NBB-winsten
na toekenning aan de aandeelhouders van een eerste dividend van 6% het kapitaal
van de NBB, wordt een door het Directiecomité voorgesteld en door haar
Regentenraad vastgesteld bedrag onafhankelijk toegekend aan het reservefonds of
aan de beschikbare reserves; b) vervolgens wordt van de resterende winst aan de
aandeelhouders een tweede door de Regentenraad vastgesteld dividend toegekend
van minimaal 50% van de netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen
van het reservefonds en de beschikbare reserves; en c) tenslotte wordt het
saldo toegekend aan de Staat. De artikelen 2 en 3 van die wet traden op 1
januari 2009 in werking. De ECB werd inzake deze nieuwe winstverdelingsregel
geraadpleegd en stelde Advies CON/2009/4 vast.
2.
Algemene opmerkingen
Elke
overdracht van middelen van een nationale centrale bank aan een lidstaat,
hetzij in de vorm van een winstverdelingsregeling of een equivalent daarvan,
dient de dienaangaande door het Verdrag opgelegde beperkingen te respecteren,
met name het beginsel van onafhankelijkheid van de centrale bank krachtens
artikel 130 van het Verdrag, en het in artikel 123, lid 1 vastgelegde verbod op
monetaire financiering.
3. Specifieke opmerkingen
Het
ontwerp van wet trekt de stand-alone verplichting voor de NBB om de Belgische
Staat jaarlijks een vast bedrag van 24,4 miljoen EUR te betalen, in. De ECB
begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone
bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost
werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend
op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de
NBB uit te keren bedrag. Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met
de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van
de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling
teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke
Statuten van de NBB. Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de
NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van
artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB,
werd beëindigd. Zulks zou wederom de algemene financiële onafhankelijkheid van
de NBB versterken, omdat de discretionaire bevoegdheid van de NBB niet langer
wordt beperkt door de vereisten rekening te houden met vaste jaarlijkse
betalingen aan de Belgische Staat.
Dit Advies wordt op de website van de ECB
gepubliceerd.
Gedaan te Frankfurt am Main, 29 oktober 2012.
Uit dit document van de ECB
blijkt duidelijk dat de Nationale Bank de ECB voorgelogen heeft. Volgende passage strookt namelijk niet met de
waarheid:
“De
ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit
stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een
kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in
mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de
Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag.”
Verder is de ECB duidelijk dat de
betaling van die 24,4 miljoen euro niet strookt met de nieuwe wetgeving:
“Aangezien
deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels
van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het
risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu
uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB.”
Doch de ECB kan de absurde
situatie toch laten passeren omdat de ECB begrepen heeft dat die onnozelheid
ondertussen werd beëindigd op 1 januari 2012:
“Daarenboven
begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van
Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de
Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd.”
Dit document van de ECB toont
aan:
- Dat de Nationale Bank en minister Vanackere de ECB bewust valse informatie toegespeeld hebben;
- Dat de ECB in de mening verkeert dat die betaling van die 24,4 miljoen euro op 1 januari 2012 werd stopgezet!
Aangezien de toenmalige minister
van Financiën Steven Vanackere momenteel directeur van de Nationale Bank is kan
hij misschien deze onwelriekende zaak toelichten:
Waarom loog U tegen de ECB dat
die betaling van 24,4 miljoen euro sowieso in de Schatkist zou gestort worden
via de winstverdeling?
Waarom liet U de ECB in de waan
dat die betaling vanaf 1 januari 2012 zou stopgezet worden?
Hoe is het in godsnaam mogelijk
dat die betaling, volgens de informatie van de ECB stopgezet op 1 januari 2012,
in 2019 nog steeds betaald werd?
Vraag 3 betreffende de benoeming van Steven Vanackere
Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke
vragen Erik Geenen.
Vraag
3 Waarom Steven Vanackere in plaats van Mia De
Schamphelaere?
Uit
verschillende bronnen vernam ik dat mevrouw Mia De Schamphelaere tot vier dagen
voor de benoeming van Steven Vanackere voorbestemd was om directeur van de Bank
te worden.
Hoe
komt het dat een bekwame vrouw als Mia De Schamphelaere (eerste auditeur bij
het Rekenhof en censor van de Nationale Bank sedert 2013) in laatste instantie opzijgeschoven
werd om een politieke krokodil als Steven Vanackere in haar plaats te benoemen?
Heeft
de directie van de Bank op enige manier geprotesteerd tegen deze gang van zaken of de betrokken politici gewezen op de wet van 28 juli 2011 en de vragen die ik
de voorbije jaren stelde op de algemene vergadering over de ondervertegenwoordiging
van vrouwen aan de top van de Bank?
Is
deze historie een zoveelste bewijs van het feit dat de directie van de Bank
geen enkele macht heeft en enkel uit te voeren heeft wat de regering haar
opdraagt?
Toen
koning Albert II op 28 juli 2011 de wet betreffende de vertegenwoordiging van
vrouwen in raden van bestuur bekrachtigde was Steven Vanackere vicepremier in
de regering Leterme II:
Hoe
past het aanvaarden van zijn benoeming als directeur van de Nationale Bank in
het ethische plaatje van directeur Vanackere?
Vond
directeur Vanackere het gepast om een benoeming te aanvaarden die flagrant
ingaat tegen een wet die uitgevaardigd werd door een regering waarvan hijzelf
lid was?
Vindt
directeur Vanackere dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet uitgezonderd
hijzelf?
Vraag 2 betreffende de vertegenwoording van vrouwen bij de Nationale Bank
Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke
vragen Erik Geenen.
Vraag 2 Betreffende
de vertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de NBB:
De voorbije
jaren stelde ik tijdens de algemene vergadering gerichte vragen over de
vertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Bank. Ieder jaar gaf de directie toe dat vrouwen
ondervertegenwoordigd waren op de hoogste niveaus doch dat daar verandering in
zou komen. Groot was dan ook mijn
verbazing toen eind vorig jaar de heer Steven Vanackere benoemd werd als nieuwe
directeur van de NBB waardoor er nu geen vrouwen meer zetelen in de directie.
Doch het
probleem situeert zich niet alleen op het directieniveau, over gans de lijn is
de vertegenwoordiging van dames in de hoogste regionen van de Bank
onwaarschijnlijk laag. Laat ons even
overlopen:
Directie: nul
vrouwen op zes is nul procent;
Regentenraad: 1 vrouw op 16 = 6%;
College van
censoren: 2 dames op 10 = 20%;
Departement
chefs: 1 vrouw op 11 = 9%;
Autonome
diensten: 1 vrouw op 12 = 8%;
Algemene
diensten: 2 vrouwen op 23 = 9%;
Dienstchefs: 6 dames op 26 = 23%;
Eerste 70 senior
staffleden: 4 dames op 70 = 6%.
De
ondervertegenwoordiging van het vrouwelijke geslacht op de hoogste echelons blijkt
zodoende niet enkel een probleem binnen de directie van de Bank maar een systematische,
historisch gegroeide discriminatie.
Op 28 juli 2011
ondertekende koning Albert II een wet die bepaalt dat een derde van de leden
van een beursgenoteerde vennootschap van een ander geslacht moet zijn dan de
overige twee derde. Tot nader order
betekent dit dat één op drie leden van de raad van bestuur een vrouw moet zijn.
Bij de
beursgenoteerde Nationale Bank is de Regentenraad wat de raad van bestuur is in
andere beursgenoteerde vennootschappen.
Met één vrouw op zestien leden vertegenwoordigt die ene vrouw slechts
zes procent van de leden van de raad van bestuur.
Als het over de
plundering van de reserves en de systematische discriminatie van de privé
aandeelhouders gaat verschuilt de directie zich al twintig jaar achter: “Het is
de wet, wij respecteren de wet”. Als het
een eenvoudige wet betreft, om discriminatie van vrouwen tegen te gaan blijkt
de wet blijkbaar niet meer zo belangrijk.
Vragen:
Is de
wet voor de directie van de Nationale Bank enkel belangrijk als het in hun
kraam of in die van hun opdrachtgevers past?
Hoe
past dit beschamende verhaal in het epistel over deugdelijk bestuur in het
jaarverslag op pagina 193 en volgende?
Waarom
blijkt het moeilijk voor politici om zich te schikken naar de wetten die ze opleggen aan de rest van de bevolking?
Abonneren op:
Posts (Atom)