zaterdag 4 mei 2019

Desinformatiecampagne Algemene Vergadering Nationale Bank!!!!

Blijkbaar is er een desinformatiecampagne aan de gang om mensen te ontmoedigen zich in te schrijven voor deelname aan de algemene vergadering van maandag 20 mei.

Verlies niet uit het oog dat de Nationale Bank al jarenlang alles in het werk stelt om zo weinig mogelijk aandeelhouders op de algemene vergadering te krijgen.  Financiële tussenpersonen worden aangespoord om hun cliënten te ontmoedigen zich in te schrijven.  Media en banken krijgen duidelijke instructies het NBB dossier niet te bespreken, de aandelen ondanks de enorme onderwaardering niet in de picture te plaatsen en cliënten te ontmoedigen de aandelen te kopen.  Je kunt het je soms niet voorstellen tot wat de hoge heren in staat zijn om het dossier uit de belangstelling te houden.

Momenteel word ik overspoeld door mails van mensen die me melden dat hun financiële tussenpersoon hen meedeelde dat je enkel de algemene vergadering van de Bank kunt bijwonen als je aandelen op naam staan.

Dit is manifest onwaar!!!!

Aandeelhouders, die hun aandelen op rekening hebben staan bij een bank of broker, moeten hun financiële tussenpersoon de opdracht geven om het nodige te doen met het oog op het deelnemen aan de algemene vergadering van de Nationale Bank.

De tussenpersoon in kwestie moet dan de Bank verwittigen van je komst en verklaren dat je aandeelhouder van de NBB bent.

De uiterste datum voor aanmelding is 14 mei!

Het is uiteraard niet verstandig om te wachten tot het allerlaatste moment, donderdag 9 mei lijkt mij om veiligheidsredenen de ultieme datum om het nodige te doen.

Indien U zich al aangemeld heeft:
Vergeet dan begin volgende week niet te controleren of U correct bent aangemeld!

donderdag 2 mei 2019

Vraag 5 deugdelijk bestuur en gelijke behandeling aandeelhouders


Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke vragen Erik Geenen.

Vraag 5  betreffende deugdelijk bestuur

De jongste twintig jaar heeft de directie van de Bank onterecht meer dan tien miljard euro in de Schatkist gestort.  In vergelijking met de vele miljarden die de Regentenraad de jongste twintig jaar zonder enig protest overhevelde naar de Schatkist lijkt de jaarlijkse schenking van 24,4 miljoen euro voor de leden van de Regentenraad wellicht een peulschil.  Daarom wil ik bij deze nogmaals vermelden dat de privé aandeelhouders van de Bank dit jaar een netto-dividend-aalmoes ontvangen van een kleine 19,4 miljoen euro, 20% minder dan het peulschil van 24,4 miljoen dat de Regentenraad bewust en tegen beter weten in jaarlijks aan de Staat schenkt.

De regels van deugdelijk bestuur houden in dat er van een raad van bestuur verwacht wordt dat zij de vennootschap beheren als een goed huisvader, het eigen vermogen verdedigen en alle aandeelhouders gelijk behandelen.

Daarom volgende vragen:

Als je de enorme bedragen, die de jongste twintig jaar onterecht overgeheveld werden naar de Staat (50% van de aandelen), vergelijkt met het aalmoes waarmee de privé aandeelhouders (50% van de aandelen) bedacht werden:

Hoe is het dan in godsnaam mogelijk dat men jaar na jaar doorgaat met het betalen van 24,4 miljoen euro, waarvan iedereen weet dat het sinds 2009 totaal ongepast is terwijl ik ieder jaar blijf herhalen dat dat toetje van 24,4 miljoen hoger ligt dan het totale netto dividend dat naar de privé aandeelhouders gaat?

Wat heeft de Regentenraad sedert 2009 gedaan om deze jaarlijkse diefstal stop te zetten?

Welke stappen heeft de Regentenraad ondernomen om de onterecht betaalde sommen sedert 2009 terug te vorderen van de Staat?

Als we rekening houden met het akkoord van de ECB en de informatie die de Bank overmaakte aan de ECB werd de betaling stopgezet op 1 januari 2012.  Dit betekent dat de Bank, nadat ze de ECB op de hoogte had gebracht dat de praktijk stopgezet was, toch nog onterecht zevenmaal 24,4 miljoen of 170,8 miljoen aan de Schatkist schonk.

Welke stappen gaat de Regentenraad in 2019 ondernemen om die 170,8 miljoen terug te vorderen?

Indien de Staat weigert om die 170,8 miljoen euro terug te betalen;

Aangezien de Regentenraad er prat op gaat dat de winstverdeling uitsluitend haar bevoegdheid is waarbij geen enkele andere partij een vinger in de pap te brokken heeft en dit ook door de ECB zo geïnterpreteerd wordt:

Gaat de Regentenraad dan als drukkingsmiddel, buiten het normale dividend, geen extra betalingen meer doen aan de Schatkist zodat voor eens en voor altijd blijkt dat dat statement wel degelijk klopt?

In hoeverre strookt dit dwaze verhaal met de regels rond deugdelijk bestuur, het beheer van het eigen vermogen van de vennootschap en de gelijke behandeling van de aandeelhouders?

woensdag 1 mei 2019

Vraag 4 Liegen tegen de ECB zwart op wit!


Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke vragen Erik Geenen.





Vraag 4  de onterechte jaarlijkse betaling van 24,4 miljoen euro aan de Staat



Het verhaal van de absurde jaarlijkse betaling van 24,4 miljoen euro aan de Staat omdat de Staat haar verplichtingen tegenover de Bank niet nakwam gaat ieders verstand te boven.  De directie gaat al jaren akkoord dat deze betaling ongepast is doch blijft ze wel slaafs uitvoeren.

Nu blijkt uit de informatie op de website van de ECB dat de ECB op 4 oktober 2012 een brief ontving van de gouverneur van de Nationale Bank, in naam van minister van Financiën Steven Vanackere, met de vraag of de ECB akkoord ging met het schrappen van die betaling van 24,4 miljoen euro omdat dit niet meer gepast was na de wetswijziging omtrent de winstverdeling in 2009.  Het verhaal is helder en klaar de opmerkingen van de ECB spreken voor zich.  Brief van de ECB aan de Nationale Bank van België dd. 29 oktober 2012:

Inleiding en rechtsgrondslag

Op 4 oktober 2012 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Gouverneur van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (NBB), zulks in naam van de Belgische Minister van Financiën om een advies inzake een ontwerp van wet tot intrekking van een regel inzake de winstverdeling tussen de NBB en de Belgische Staat en tot wijziging van de Wet van 28 juli 1948 betreffende de sanering van de balans van de NBB (hierna het ‘wetsontwerp’). De adviesbevoegdheid van de ECB is gebaseerd op artikel 127, lid 4 en artikel 282, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het derde streepje van artikel 2, lid 1 van Beschikking 98/415/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de raadpleging van de Europese Centrale Bank door de nationale autoriteiten over ontwerpen van wettelijke bepalingen1, aangezien het voorstel de NBB betreft. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.  

 1. Doel van het Voorstel Het wetsontwerp beoogt de schrapping met ingang van 1 januari 2012 van het derde lid van artikel 3, onder b) van de wet van 29 juli 1948 inzake de sanering van de balans van de NBB, welke bepaling een stand-alone verplichting voor de NBB behelst om de Belgische Staat jaarlijks een bedrag van 986 miljoen Belgische frank (24,4 miljoen EUR) te betalen.  Deze in 1991 ingevoerde verplichting beoogde de neutralisering van meeruitgaven voor de Belgische Staat welke uitgaven voortvloeien uit de eenmalige omzetting van de geconsolideerde vordering van de NBB op de Belgische Staat in vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten, welke vordering 34 miljard Belgische frank beloopt. Op basis van de toen geldende distributieregels diende de Belgische Staat de netto-financiële opbrengsten te ontvangen die 3% van het verschil tussen het gemiddelde bedrag van de rentegevende activa van de NBB en haar op jaarbasis berekende vergoede passiva te boven gingen. Rekening houdend met een aanpassing van 0,1% op deze 3% (vanwege de gedeeltelijke compensatie voor de instandhouding van de bankbiljetten omloop), leidde de toepassing van de voornoemde ‘3%-regel’ op de 34 miljard Belgische franks die overeenkomen met het totaalbedrag van de vrij verhandelbare tegen marktvoorwaarden rentende effecten tot een opname in de balans van de NBB van het bedrag 24,4 miljoen EUR2. Vervolgens werd bij artikel 2 van de Wet van 3 april 2009 tot wijziging van de financiële bepalingen van de Wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique (hierna de ‘Organieke Statuten van de NBB’) de 3%-regel ingetrokken. Artikel 3 voerde in artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB een nieuwe winstverdelingsregel in, volgens welke regel de jaarlijkse winsten van de NBB als volgt worden toegedeeld: a) van het overschot van de jaarlijkse NBB-winsten na toekenning aan de aandeelhouders van een eerste dividend van 6% het kapitaal van de NBB, wordt een door het Directiecomité voorgesteld en door haar Regentenraad vastgesteld bedrag onafhankelijk toegekend aan het reservefonds of aan de beschikbare reserves; b) vervolgens wordt van de resterende winst aan de aandeelhouders een tweede door de Regentenraad vastgesteld dividend toegekend van minimaal 50% van de netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen van het reservefonds en de beschikbare reserves; en c) tenslotte wordt het saldo toegekend aan de Staat. De artikelen 2 en 3 van die wet traden op 1 januari 2009 in werking. De ECB werd inzake deze nieuwe winstverdelingsregel geraadpleegd en stelde Advies CON/2009/4 vast.

2. Algemene opmerkingen 

Elke overdracht van middelen van een nationale centrale bank aan een lidstaat, hetzij in de vorm van een winstverdelingsregeling of een equivalent daarvan, dient de dienaangaande door het Verdrag opgelegde beperkingen te respecteren, met name het beginsel van onafhankelijkheid van de centrale bank krachtens artikel 130 van het Verdrag, en het in artikel 123, lid 1 vastgelegde verbod op monetaire financiering.

 3. Specifieke opmerkingen

Het ontwerp van wet trekt de stand-alone verplichting voor de NBB om de Belgische Staat jaarlijks een vast bedrag van 24,4 miljoen EUR te betalen, in. De ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag. Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB. Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd. Zulks zou wederom de algemene financiële onafhankelijkheid van de NBB versterken, omdat de discretionaire bevoegdheid van de NBB niet langer wordt beperkt door de vereisten rekening te houden met vaste jaarlijkse betalingen aan de Belgische Staat.  

 Dit Advies wordt op de website van de ECB gepubliceerd. 

 Gedaan te Frankfurt am Main, 29 oktober 2012.



Uit dit document van de ECB blijkt duidelijk dat de Nationale Bank de ECB voorgelogen heeft.  Volgende passage strookt namelijk niet met de waarheid:

“De ECB begrijpt dat NBB sedert de intrekking van de 3%-regel in 2009 dit stand-alone bedrag is blijven betalen dat evenwel in haar jaarrekening als een kostenpost werd opgenomen, derhalve het bedrag van 24,4 miljoen EUR in mindering brengend op het totale aan de Staat conform artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB uit te keren bedrag.”

Verder is de ECB duidelijk dat de betaling van die 24,4 miljoen euro niet strookt met de nieuwe wetgeving:

“Aangezien deze verplichting formeel niet strookt met de (nieuwe) winstverdelingsregels van artikel 32 van de Organieke Statuten van de NBB doet intrekking ervan het risico van inconsistente winsttoedeling teniet. De winsten zullen nu uitsluitend onderworpen zijn aan de Organieke Statuten van de NBB.”

Doch de ECB kan de absurde situatie toch laten passeren omdat de ECB begrepen heeft dat die onnozelheid ondertussen werd beëindigd op 1 januari 2012:

“Daarenboven begrijpt de ECB dat de overeenkomst tussen de NBB en het Ministerie van Financiën met de details inzake de toepassing van artikel 3, onder b) van de Wet inzake de sanering van de balans van de NBB, werd beëindigd.”

Dit document van de ECB toont aan:

  1. Dat de Nationale Bank en minister Vanackere de ECB bewust valse informatie toegespeeld hebben;
  2. Dat de ECB in de mening verkeert dat die betaling van die 24,4 miljoen euro op 1 januari 2012 werd stopgezet!

Aangezien de toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere momenteel directeur van de Nationale Bank is kan hij misschien deze onwelriekende zaak toelichten:

Waarom loog U tegen de ECB dat die betaling van 24,4 miljoen euro sowieso in de Schatkist zou gestort worden via de winstverdeling?

Waarom liet U de ECB in de waan dat die betaling vanaf 1 januari 2012 zou stopgezet worden?

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat die betaling, volgens de informatie van de ECB stopgezet op 1 januari 2012, in 2019 nog steeds betaald werd?

Vraag 3 betreffende de benoeming van Steven Vanackere


Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke vragen Erik Geenen.





Vraag 3  Waarom Steven Vanackere in plaats van Mia De Schamphelaere?



Uit verschillende bronnen vernam ik dat mevrouw Mia De Schamphelaere tot vier dagen voor de benoeming van Steven Vanackere voorbestemd was om directeur van de Bank te worden. 



Hoe komt het dat een bekwame vrouw als Mia De Schamphelaere (eerste auditeur bij het Rekenhof en censor van de Nationale Bank sedert 2013) in laatste instantie opzijgeschoven werd om een politieke krokodil als Steven Vanackere in haar plaats te benoemen?



Heeft de directie van de Bank op enige manier geprotesteerd tegen deze gang van zaken of de betrokken politici gewezen op de wet van 28 juli 2011 en de vragen die ik de voorbije jaren stelde op de algemene vergadering over de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Bank?

Is deze historie een zoveelste bewijs van het feit dat de directie van de Bank geen enkele macht heeft en enkel uit te voeren heeft wat de regering haar opdraagt?

Toen koning Albert II op 28 juli 2011 de wet betreffende de vertegenwoordiging van vrouwen in raden van bestuur bekrachtigde was Steven Vanackere vicepremier in de regering Leterme II:

Hoe past het aanvaarden van zijn benoeming als directeur van de Nationale Bank in het ethische plaatje van directeur Vanackere? 

Vond directeur Vanackere het gepast om een benoeming te aanvaarden die flagrant ingaat tegen een wet die uitgevaardigd werd door een regering waarvan hijzelf lid was? 

Vindt directeur Vanackere dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet uitgezonderd hijzelf?

Vraag 2 betreffende de vertegenwoording van vrouwen bij de Nationale Bank


Algemene vergadering Nationale Bank schriftelijke vragen Erik Geenen.



Vraag 2    Betreffende de vertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de NBB:



De voorbije jaren stelde ik tijdens de algemene vergadering gerichte vragen over de vertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Bank.  Ieder jaar gaf de directie toe dat vrouwen ondervertegenwoordigd waren op de hoogste niveaus doch dat daar verandering in zou komen.  Groot was dan ook mijn verbazing toen eind vorig jaar de heer Steven Vanackere benoemd werd als nieuwe directeur van de NBB waardoor er nu geen vrouwen meer zetelen in de directie.



Doch het probleem situeert zich niet alleen op het directieniveau, over gans de lijn is de vertegenwoordiging van dames in de hoogste regionen van de Bank onwaarschijnlijk laag.  Laat ons even overlopen:



Directie: nul vrouwen op zes is nul procent;

Regentenraad:  1 vrouw op 16 =  6%;

College van censoren: 2 dames op 10 =  20%;

Departement chefs: 1 vrouw op 11 =  9%;

Autonome diensten: 1 vrouw op 12 =  8%;

Algemene diensten:  2 vrouwen op 23 = 9%;

Dienstchefs:  6 dames op 26 =  23%;

Eerste 70 senior staffleden: 4 dames op 70 = 6%.



De ondervertegenwoordiging van het vrouwelijke geslacht op de hoogste echelons blijkt zodoende niet enkel een probleem binnen de directie van de Bank maar een systematische, historisch gegroeide discriminatie.



Op 28 juli 2011 ondertekende koning Albert II een wet die bepaalt dat een derde van de leden van een beursgenoteerde vennootschap van een ander geslacht moet zijn dan de overige twee derde.  Tot nader order betekent dit dat één op drie leden van de raad van bestuur een vrouw moet zijn.



Bij de beursgenoteerde Nationale Bank is de Regentenraad wat de raad van bestuur is in andere beursgenoteerde vennootschappen.  Met één vrouw op zestien leden vertegenwoordigt die ene vrouw slechts zes procent van de leden van de raad van bestuur.



Als het over de plundering van de reserves en de systematische discriminatie van de privé aandeelhouders gaat verschuilt de directie zich al twintig jaar achter: “Het is de wet, wij respecteren de wet”.  Als het een eenvoudige wet betreft, om discriminatie van vrouwen tegen te gaan blijkt de wet blijkbaar niet meer zo belangrijk.





Vragen:

Is de wet voor de directie van de Nationale Bank enkel belangrijk als het in hun kraam of in die van hun opdrachtgevers past?

Hoe past dit beschamende verhaal in het epistel over deugdelijk bestuur in het jaarverslag op pagina 193 en volgende?

Waarom blijkt het moeilijk voor politici om zich te schikken naar de wetten die ze opleggen aan de rest van de bevolking?