zaterdag 6 mei 2017

Vraag 7 algemene vergadering

Vraag 7

Over 2016 behaalde de Nationale Bank een nettowinst van 638 miljoen of 88 miljoen euro meer dan over het boekjaar 2015.

De winst werd als volgt verdeeld:
319,1 miljoen euro of 797 euro per aandeel naar de beschikbare reserves;
56,316 miljoen euro als dividend voor de aandeelhouders (50% privé, 50% Staat);
262,8 miljoen euro, het saldo, als geschenk voor de Staat.

De dividendpolitiek wordt al enkele decennia misbruikt om de koers van het aandeel kunstmatig laag te houden.  Dit jaar krijgen de privé aandeelhouders netto 19,71 miljoen euro toebedeeld terwijl er meer dan 300 miljoen euro uitgekeerd wordt aan de Staat.

Bij dit alles niet uit het oog verliezen dat de Staat nooit één cent geïnvesteerd heeft in de Nationale Bank, 100% van het kapitaal werd ingebracht door de privé aandeelhouders.  Het feit, dat de Staat zich in 1948 exact 50% van de aandelen toegeëigend heeft, verandert daar uiteraard niks aan.

Om het dividend zo laag mogelijk te houden, misbruikt de Regentenraad reeds vele jaren de reserves doch dat is uiteraard een mes dat aan twee kanten snijdt.  Immers, door zoveel mogelijk geld in de beschikbare reserves te pompen stijgt de intrinsieke waarde van het aandeel jaarlijks substantieel.  Laat ons even de evolutie over de voorbije zeven boekjaren op een rijtje zetten:
2016: toevoeging aan de beschikbare reserves 797 euro per aandeel;
2015: toevoeging aan de beschikbare reserves 687 euro per aandeel;
2014: toevoeging aan de beschikbare reserves 849 euro per aandeel;
2013: toevoeging aan de beschikbare reserves 592 euro per aandeel;
2012: toevoeging aan de beschikbare reserves 835 euro per aandeel;               2011: toevoeging aan de beschikbare reserves 562 euro per aandeel;               2010: toevoeging aan de beschikbare reserves 520 euro per aandeel.

Dit maakt dat over de voorbije zeven boekjaren de intrinsieke waarde van het NBB aandeel enkel door de aangroei van de beschikbare reserves steeg met 4.842 euro per aandeel!

De koers van het aandeel schommelt de jongste weken rond drieduizend euro of 38% beneden de 4.842 euro die de jongste zeven jaar toegevoegd werd aan de beschikbare reserves.  
A.   Hebben de leden van de Regentenraad een verklaring voor het feit dat de koers van de Nationale Bank, een bedrijf dat sedert haar oprichting in 1850 enorme winsten heeft gegenereerd en waarvan hierboven zwart op wit aangetoond werd dat de reserves enkel de voorbije zeven jaar met 4.842 euro per aandeel toenamen, op dergelijke absurd laag niveau’s blijft noteren?
B.   Zou het kunnen dat het extreem lage niveau van de koers te wijten is aan de orgie van willekeur, machtsmisbruik en de lange reeks van onteigeningen zonder compensatie waarvan de privé aandeelhouders van de Bank het slachtoffer zijn?
C.   Er zijn slechts 200.000 aandelen Nationale Bank in omloop en blijkbaar zijn er quasi geen beleggers te vinden die, ondanks de enorme onderwaardering, aandelen van de Bank willen of durven kopen. Is het mogelijk dat beleggers afgeschrikt worden door de manier waarop de privé aandeelhouders van de Bank behandeld worden en dat daardoor die koers zo extreem laag blijft noteren?
D.   Wat is de mening van de regenten Karel Van Eetvelt en Pieter Timmermans van deze gang van zaken?

E.   Zijn Unizo en het Verbond van Belgische ondernemingen, die door de regenten Van Eetvelt en Timmermans in de Regentenraad vertegenwoordigd worden, voorstander van onteigeningen zonder compensatie om de Belgische staatsschuld af te bouwen?

woensdag 3 mei 2017

Algemene Vergadering vraag 6


Op pagina 21 van het jaarverslag van de Nationale Bank van België over 1948 staat een gedetailleerde tabel van het

“Goud· en deviezenbezit van de Nationale Bank (millioenen franken)”

Op pagina 76 van hetzelfde jaarverslag over 1948 wordt het helemaal interessant:

“Hierna volgt de vergelijking met de cijfers van vorig jaar 
31 December 1948 25 December 1947
Beschikbare goudvoorraad  fr. 27.333.965.142,07

Onbeschikbaar goudsaldo na herwaardering van de goudvoorraad (besluitwet n r 5 dd. 1 Mei 1944) .
Per 31 December 1948 zijn deze twee rubrieken samengebracht op een enkele rekening « Goudvoorraad », tengevolge van de aanwending van de passiefrekening « Schatkist : onbeschikbare rekening wegens herwaardering (besluitwet n' 5 van 1 Mei 1944) », tot de gedeeltelijke delging van de schuld van de Staat tegenover de Bank (zie commentaar volgende rubriek).”

Na de herwaardering van de goudvoorraad VAN DE BANK in 1944 was er een onbeschikbare reserverekening ontstaan waarop zich de fictieve “meerwaarde” van 10.493.184.844,77 frank bevond.  Eind 1948 wordt die onbeschikbare reserverekening bij de goudvoorraad van de Bank gevoegd tot de gedeeltelijke aflossing van de Schuld van de Staat aan de Bank.

Op pagina 53 van het jaarverslag over 1971 vinden we volgende duidelijke tabel terug:

Tabel 9. GOUDVOORRAAD EN NETTO DEVIEZENPOSITIE VAN DE NATIONALE BANK VAN BELGIE (1)
In de loop van de maanden september tot december zijn de goud- en deviezenreserves van de Bank verminderd, hoewel deze laatste niet meer op de valutamarkt tussenbeide kwam, behalve in guldens. De goudvoorraad nam af met fr. 2 miljard, in hoofdzaak ten gevolge van de aflossing van in goud uitgedrukte schatkistcertificaten en van cessies aan De Nederlands che Bank ingevolge het monetaire Benelux-akkoord.

Op pagina 62 van het jaarverslag over 1972 begint de geschiedenisvervalsing:

Tabel 12. NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD- EN DEVIEZENRESERVES


Gedurende 121 jaar, van 1850 tot en met 1971, werd de goudvoorraad en de deviezenpositie van de Nationale Bank van België weergegeven, vanaf 1972 wordt het een beetje onduidelijker.

Goudvoorraad en deviezenreserves van de Nationale Bank (1971)
versus
NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD EN DEVIEZENRESERVES (1972)

Het lijkt een onooglijk belachelijk verschil doch het vormt de aanzet tot de plundering van de goudreserves van de Bank.

Gedurende meer dan 120 jaar was het met “goudvoorraad en deviezenreserves van de NBB” heel duidelijk van wie die activa waren.
Doch een dubbele punt tussen Nationale Bank en goud verandert alles.
Want met: NATIONALE BANK: GOUD EN DEVIEZENRESERVES
is het ineens niet meer duidelijk van wie die reserves zijn.

Zijn die reserves van de Bank of houdt de Bank die reserves aan voor de Belgische Staat?   Dankzij meer dan honderd jaarverslagen tot en met 1971 is het echt wel duidelijk van wie die reserves zijn en moeten we absoluut niet meer twijfelen.  Enkel onbetrouwbare huurlingen van politieke goudrovers zullen genoeg heldenmoed aan de dag leggen om te durven verklaren dat het goud van de NBB van de Staat is.

Tot 1927 zijn die reserves trouwens voor 100% eigendom van de privé aandeelhouders.  Toen kregen de Belgische politici schrik dat die privé aandeelhouders vroeg of laat de Nationale Bank zouden vereffenen en de reserves zouden verdelen en lieten ze een wet stemmen waarbij de Staat bij vereffening van de Bank recht zou hebben op 3/5 van de reserves.

A.    In het licht van de hierboven citaten uit de jaarverslagen van de Bank: Kan de Regentenraad voor eens en voor altijd duidelijkheid verschaffen over hetgeen er de voorbije dertig jaar is gebeurd?
B.     Als in 1948 een onbeschikbare reserverekening van 10,5 miljard frank bij de goudreserve van de Bank wordt gevoegd om een deel van de schuld van de Staat aan de Bank af te lossen:  Is er dan nog één regent die durft beweren dat hij twijfelt over wie eigenaar is van het goud van de Bank?
C.     Hoe het mogelijk is dat 82,7% van het goud van de Bank werd verkocht tegen bradeerprijzen?
D.    Hoe valt te verklaren dat er meer dan negen miljard euro van een onbeschikbare reserverekening, afkomstig van die goudverkopen, aan de Staat werd uitgekeerd zonder dat de privé aandeelhouders ook maar één cent ontvingen?

E.     Kunnen de antwoorden op deze eenvoudige vragen duidelijk genotuleerd worden zodat onzinnige discussies hierover in de toekomst vermeden kunnen worden?

Algemene Vergadering vraag 5


Op pagina 8 van het jaarverslag over 1948 van de Bank vinden we volgende belangrijke passage terug in verband met de belangrijke hervormingen die in 1948 werden doorgevoerd .  Ik citeer:

“De laatste hervorming voorziet weliswaar de deelneming van de Staat in het maatschappelijk kapitaal ten belope van 50 pCt en het recht dat hij zich toekent zelf, de directeurs te benoemen : zij versterkt aldus de invloed van de Staat op de Bank
Nochtans stelt zij terzelfder tijd bepaalde waarborgen tegen een misbruik van zijn stemrecht in de buitengewone vergaderingen en tegen de benoemingen van directeurs die niet hoofdzakelijk om hun technische bekwaamheid zouden geschieden.
Krachtens het nieuwe artikel 92, mag de Staat alleen, in zijn hoedanigheid van aandeelhouder, geen enkele wijziging van de statuten opdringen. Overeenkomstig het nieuwe artikel 91 is de Staat niet bij machte de algemene vergadering tot afzetting van een regent of een censor te dwingen. Krachtens artikel 48 is de voordracht der candidaten voor de functie van directeur uitsluitend voorbehouden aan de Regentenraad.”

Duidelijke taal die weinig uitleg behoeft!
A.    Kan de Regentenraad eens uitleggen op welke manier de regenten erop toegezien hebben dat de Staat zijn invloed en stemrecht bij de Bank niet misbruikt heeft de jongste jaren?
B.     Hoe vallen de garanties ter bescherming van de belangen van de privé aandeelhouders te rijmen met het bij wet afschaffen van alle elementaire rechten van de privé aandeelhouders in 1993, de eindeloze reeks onteigeningen zonder compensatie sedert 1988, het opdringen van statutenwijzigingen en de wetswijziging omtrent de winstverdeling in 2009?
C.     De jongste jaren werden er enkele totaal onbekwame politieke marionetten benoemd tot directeur bij de Nationale Bank.  In hoeverre heeft de Regentenraad erop toegezien dat de benoemde directeurs over de nodige technische bekwaamheid beschikten?

maandag 1 mei 2017

Algemene Vergadering vraag 4

Vraag 4
Op pagina 32 van het jaarverslag lezen we het volgende:
“Als tegenprestatie voor het aan de Bank verleende emissierecht heeft de Staat recht op het saldo van de winst van de Bank, na winstreservering en dividenduitkering.  Aldus worden de gevolgen van de volatiliteit van de inkomsten in de eerste plaats gedragen door de Staat”.

Laat ons even de evolutie van de winst, het netto-dividend voor de privé aandeelhouders en de gulle schenkingen aan de Staat sedert 2011 op een rij zetten.  In miljoenen euro:


2011
2012
2013
2014
2015
2016
Winst
899
1.337
947
680
550
638
Staat
646
972
677
282
250
291
Dividend
21,26
23,10
24,84
21,73
19,77
19.71
% Staat
71,85
72,70
71,49
41,47
45,45
45,61
% Kiesvee
2,36
1,73
2,62
3,19
3,59
3,09

Laat ons eerst en vooral opmerken dat het resultaat de jongste jaren fors daalde omdat de monetaire analfabeten van de ECB de rente op nul gezet hebben.  De forse daling van het resultaat sinds 2011/2013 is dus voornamelijk te wijten aan het dwaze rentebeleid van de ECB met de Staat als grote begunstigde.
De Belgische Staat ontving de jongste jaren een paar honderd miljoen minder van de Bank doch genoot van een veel groter voordeel door de kunstmatig lage rente.
De Bank van haar kant ontving veel minder rente en dat nadeel werd niet gecompenseerd zoals dat bij de Staat wel het geval was.
Om deze eenvoudige waarheid met naakte cijfers te staven:
Eind 2007 bedroeg de Belgische staatsschuld 281 miljard euro;
In 2007 betaalde de Belgische Staat 12,62 miljard euro rente;
Eind 2016 bedroeg de Belgische staatsschuld 454 miljard euro (+62%);
In 2016 betaalde de Belgische Staat 11,3 miljard euro rente;
Mocht de rente op het reeds te lage niveau van 2007 gebleven zijn zou de Belgische Staat vorig jaar 20,44 miljard rente betaald hebben.
Het voordeel van de dwaze rentepolitiek van de ECB bedraagt voor de Belgische Staat zodoende 9,14 miljard euro!

A.    Hoeveel bedraagt het voordeel voor de Belgische Staat die het gevolg is van de rentepolitiek van de ECB?
B.     Hoe groot is het nadeel dat de Nationale Bank ondervindt van de rentepolitiek van de ECB?
C.     Om de geleerde regenten een handje te helpen heb ik hierboven de evolutie van de staatsschuld en de rentelasten gedetailleerd weergegeven.  Gaat de Regentenraad akkoord met mijn berekening of berekenen zij het voordeel voor de Staat op een andere manier?
D.    Valt het de Regenten op dat het totale netto-dividend dat aan de privé aandeelhouders uitgekeerd wordt met uitzondering van 2013 ieder jaar lager ligt dan de schenking van 24,4 miljoen euro uit mijn vraag 1?

E.     Is het mogelijk om in de toekomst dergelijke kwetsende en misleidende slogans, zoals bij de aanvang van mijn vraag weergegeven, in het jaarverslag te vermijden?

Algemene Vergadering vraag 2 + 3

Vraag 2
Het is voor iedereen duidelijk dat een centrale bank geen gewoon bedrijf is.  Een centrale bank is een onderneming waar het Algemeen Belang automatisch voorrang heeft op winstmaximalisatie.  Om de geldhonger van de privé beleggers te beteugelen, bestaat het dividend van de Nationale Bank uit twee delen:
een eerste gegarandeerd dividend van zes procent op het kapitaal;
een tweede dividend dat als een soort van bonus uitgekeerd wordt indien goede resultaten dit toelaten.

Het grote probleem is dat men vergeten is dat eerste dividend van zes procent aan te passen aan de evolutie van de koopkracht sinds men het inflatietaboe vaarwel zei na de Eerste Wereldoorlog.  Daardoor bedraagt het eerste dividend bij de Nationale Bank vandaag nog steeds 1,5 euro of dezelfde zestig frank uit 1851 terwijl de vermindering van de koopkracht sinds 1914 meer dan 99,9 procent bedraagt.

Om de zaak in een juist perspectief te plaatsen:
In 1850 stond 60 frank gelijk met bijna twee maandlonen van een mijnwerker;
In 1851 bedroeg de jaarwedde van toenmalig NBB gouverneur de Haussy 18.500 frank!
Huidig gouverneur Jan Smets incasseerde vorig jaar 481.254 euro of 19,414 miljoen Belgische frank

Terwijl de wedde van de gouverneur steeg met een goede 105.000% steeg het eerste dividend voor de aandeelhouders van de Bank met 0%.  Indien het eerste dividend hetzelfde parcours zou hebben afgelegd als de wedde van de gouverneur zou het vandaag 1.576 euro per aandeel bedragen, duizendmaal meer dan de 1,5 euro die de aandeelhouders ontvangen.

Een burger, die vandaag beroep doet op een vakman, betaalt uiteraard ook meer dan 0,75 euro per maand.  Wellicht ligt 0,75 euro per minuut dichter bij de realiteit vandaag.

Dit jaar ontvangen de privé aandeelhouders van de Bank bruto 140,79 euro per aandeel of 98,55 euro netto.  Het totale bruto-dividend ligt zodoende meer dan 90% onder het koopkrachtniveau van het eerste dividend uit 1851.

Het probleem is dat we bij de Nationale Bank, na een geschiedenis van 167 jaar over enorme bedragen spreken.  Zo roofden de Belgische politici de voorbije twintig jaar meer dan tien miljard euro uit de reserves van de Nationale Bank.  Dit komt overeen met meer dan 50.000 euro per aandeel dat de Staat bezit.  Let op!  Hier spreken we enkel over het geld dat uit de reserves gestolen werd en laten we de enorme bedragen, die op allerlei andere manieren naar de Staat werden versluisd, buiten beschouwing.

"Privé aandeelhouders horen niet thuis in een centrale bank", wordt dikwijls gezegd.  Daar kan over gediscussieerd worden doch het is een onweerlegbaar feit dat privé aandeelhouders een zekere bescherming bieden tegen machtsgeile en geldhongerige politici.  Mochten de privé aandeelhouders van de Nationale Bank in 2002 niet in het verzet gegaan zijn tegen de onrechtmatige plunderingen van de reserves van de Bank zou er van die reserves vandaag wellicht nog weinig overblijven.
A.    Wanneer gaat men het eerste dividend aanpassen aan de evolutie van de koopkracht?
B.     Indien op deze rechtvaardige vraag geen fatsoenlijk antwoord kan geformuleerd worden: Is het mogelijk om de wedde van de directeurs van de Bank terug te brengen naar het niveau van 1851 (18.500 frank per jaar voor de gouverneur) zodat we, op het vlak van de verloning van de directie en de vergoeding voor het kapitaal, de lat gelijk kunnen leggen?


Vraag 3

Sedert 2009 incasseert de gouverneur van de Nationale Bank de vergoeding als bestuurder bij de Bank voor Internationale Betalingen zelf, voor 2009 ging deze betaling naar de Nationale Bank.  Hoeveel bedroeg deze verloning in 2016?  Is deze vergoeding vrijgesteld van belastingen in België?