vrijdag 22 maart 2019

De woordvoerder van de Nationale Bank

Woensdagavond werd ik na de presentatie van Steven Vanackere in Kasterlee verbaal aangevallen toen ik mijn vraag aan het stellen was.  Mijn vraag zou welgeteld één minuut en vijfenveertig seconden in beslaggenomen hebben doch na vijftien seconden begon men mij te onderbreken en toen ik gewoon wilde doorgaan met het afronden van mijn vraag werd de vragenronde abrupt afgebroken door Geert Sciot, de nieuwe woordvoerder van de Bank.  In de negentien jaar, dat ik tegen de corruptie en het wanbeleid van de Nationale Bank strijd, heb ik al van alles meegemaakt doch dit was een totaal nieuwe ervaring.  Een duidelijker bewijs, dat de vraag die ik wilde stellen bijzonder gevoelige materie betreft, kan er moeilijk geleverd worden.  In mijn volgende post zal ik mijn vraag integraal weergeven, het schrijven dat ik vandaag aan de heer Sciot richtte, vindt U hieronder:

Mijnheer Sciot,



Hierbij zou ik U willen danken voor Uw ongepaste tussenkomst woensdagavond te Kasterlee.  Het feit dat U daar aanwezig was en vooral de manier waarop U tussenkwam toont aan hoe gevoelig de materie van het negeren van de wettelijke verplichting, inzake de vertegenwoordiging van vrouwen in raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven, ligt bij de Nationale Bank en de politici die willens nillens hun voeten veegden aan de wetten die ze zelf gecreëerd hebben.


Dit betekent echter niet dat ik gelukkig ben met de stunt die U in de Stille Kempen uithaalde en daarom geef ik U graag de kans om U hiervoor gemeend te verontschuldigen zodat we in de toekomst op een waardige manier met mekaar in de clinch kunnen gaan.



Uit Uw ongepaste tussenkomst heb ik wel geleerd dat er op de algemene vergadering van maandag 20 mei voor het eerst in de geschiedenis duidelijk zal geantwoord worden op de vragen die de aandeelhouders stellen en dat die antwoorden eveneens genotuleerd worden zodat een gegeven antwoord in de toekomst niet willekeurig aangepast kan worden aan de omstandigheden zoals dat in het verleden dikwijls het geval was.  Of had ik dat verkeerd begrepen?



Wat bedoelde U trouwens met die opmerking dat ik graag eet en drink?  De meeste mensen eten en drinken toch graag?  Daarbij was U wellicht uit het oog verloren dat ik als aandeelhouder van de Bank dat eten en drinken in feite zelf betaal.  Was het de bedoeling om mij daar in het publiek even belachelijk te maken?  Behoort dat tot de nieuwe strategie die U bij de Nationale Bank uitstippelt?

Met beleefde groeten,

Erik Geenen.

dinsdag 26 februari 2019

Corruptie in België: Hoe het werkt!

Het is niet altijd makkelijk om uit te leggen hoe tot op heden al die rechtszaken tegen de Nationale Bank, die zo klaar en duidelijk waren dat ze nooit verloren konden worden, toch op een nederlaag uitdraaiden.  Enkele dagen geleden vond ik onderstaand verhelderend artikel in het boek "Hemel en aarde in de Wetstraat" uit 1997 van de hand van wijlen topjournalist Frans Verleyen en opgeluisterd met prachtige foto's van fotograaf Filip Claus. (Studio Lannoo 1997 ISBN 90 209 3190 3)

ATOMA (pagina 43)

Op 20 december 1991 werden tijdens een huiszoeking negen notaboekjes van Leo Delcroix in beslag genomen door het Hoog Comité van Toezicht.  Ze zijn in stilte gefotokopieerd en na een ietwat barse ingreep "van hogerhand" op 5 februari 1992 aan de eigenaar terugbezorgd.
De inhoud van dit Atoma-schriftjes van de gewezen CVP-partijsecretaris, gewezen defensieminister en huidige senator doet niet onder voor wat de PS van Guy Spitaels en Philippe Busquin heeft uitgespookt.  Wat hij in zijn inmiddels door de pers moeizaam ontcijferde codetaal neerkrabbelde, blijft nog altijd een politieke en zelfs juridische schande.  Drie dagen na de huiszoeking werd Delcroix trouwens door de Senaat gecoöpteerd.  Sedertdien is hij voor het gerecht parlementair quasi onschendbaar.

In ons land houden hogere partijbedienden zoals hij zich, buiten elke wet en zelfs grondwet om, bezig met pure staatsmacht.  Discreet weten ze geschillen tussen overheid n ondernemingen te regelen die de belastingbetaler zeer duur te staan komen.  Ze kennen verdachte en geldverslindende contracten aan zakenvrienden toe.  Het doen benoemen en naderhand rustig frequenteren van zowel kleine als hooggeplaatste magistraten is voor die onderaannemers van het democratische gezag iets normaals, ook tijdens de afwikkeling van troebele rechtszaken.  Ze stropen de industrie af op zoek naar geld, in dit geval voor de CVP.  Ze manipuleren ambtenaren of ministeriële kabinetsleden om, bijvoorbeeld, grondbestemmingsplannen te laten wijzigen.

Die tientallen door elkaar lopende intriges doen spontaan denken aan een almachtige rentmeester in de feodale Middeleeuwen.  Maar dat oeuvre au noir is in dit geval ook bespikkeld met de schimmel van zeer moderne vzw's en parastataal bevriende machthebbertjes in fraai bemeubelde kantoren.  Al dat geritsel en geschuif is buitengewoon gecompliceerd.  Zelfs iemand met een paardengeheugen moet daar inderdaad opschrijfboekjes voor bijhouden.
Dat het slechts om onooglijke Atoma-cahiers gaat, voor elke schooljongen of gewone boekhouder in de handel verkrijgbaar, vertelt iets over de politieke psychologie van hun eigenaar.  hij beschouwt zijn occulte tussenkomsten als een triviale taak die nu eenmaal bij de dagelijkse routine hoort.  Anders zou hij zijn listigheden met wat meer ceremonie optekenen in een geheim en kostbaar register, een foliant met goud op snee.

Het aan het bewind zijnde regime - dat laatste woord klinkt te elegant - is aan het verdrinken in de slotgracht rond zijn eigen kasteel.  Het stikt in zijn eigen gas.  De toegelopen kiezers mogen echter geen reddingsactie ondernemen, ze worden met een snauw of een grap naar huis teruggestuurd.  Leo Delcroix deed de reportages over zijn clandestiene rol af met een kwinkslag: "Ik moet wel populair zijn dat ik vaker dan de paus in het vizier van de media loop.  Laat ze maar doen, ik kom er niet voor uit mijn kot."  Dat soort arrogantie zou geen nader onderzoek, parlementair of gerechtelijk in de weg mogen staan.
De socialistische corruptieaffaires die onze parlementaire orde ondermijnden, hadden het simplistische en brutale karakter van een hold-up.  Er werd een smak poen gevangen, men ging ermee rondzeulen in landen met een beschermd bankgeheim en verdeelde nadien de buit.  De schriftjes van de voormalige CVP-partijsecretaris legden in al hun nonchalance een dieper liggend kwaad bloot.  Zijn aanpak was geraffineerd, systematisch en chronisch.  Met zijn op papier gezette puntjes, pijltjes en afkortingen tekende hij als het ware een landkaart van de partijpolitieke ontaarding in België.  Die laat zien wat hij, als huurling van het politieke bedrijf, eigenlijk deed: mensen afhankelijk maken.
Daarmee leverde hij andermaal het bewijs dat weinigen in de Wetstraat nog iets om hun ideologie en beginselen geven.  Leo Delcroix opereert onder de vlag van de christen-democratie, andere schuinmarcheerders onder die van het socialisme.  Dat zijn voor onze beschaving, die het zo al moeilijk genoeg heeft, zowat de laatste naar rechtvaardigheid verwijzende symbolen die ze zich nog kan herinneren.  Wie ze publiekelijk versjachert, in ruil voor geld en invloed, begaat een tergend maatschappelijk misdrijf.  De knoeiboel die nu al jarenlang aan het licht blijft komen en waarmee de bevolking geen raad meer weet, kost de natie ook economisch zelfvertrouwen, welstand en sociale veiligheid.

In Atoma-land bij de Noordzee wordt de vis duur betaald.

woensdag 30 januari 2019

Geschiedenisvervalsing, een subtiel spel!

Soms moet je de geschiedenis goed kennen om waarheid en leugen van mekaar te onderscheiden. Gedurende 121 jaar worden in de jaarverslagen van de Nationale Bank duidelijk de "goud- en deviezenreserves van de Nationale Bank van België" weergegeven en benoemd.

Vanaf 1972 begint men langzaam maar zeker de terminologie te veranderen om de jongste jaren te verzeilen in een dubbelzinnige omschrijving die doet vermoeden dat het goud van de Bank... van de Staat is.

Op pagina 21 van het jaarverslag van de Nationale Bank van België over 1948 staat een gedetailleerde tabel van het 
“Goud· en deviezenbezit van de Nationale Bank (millioenen franken)” 
Op pagina 76 van hetzelfde jaarverslag wordt het helemaal interessant, men schrijft: 
“Hierna volgt de vergelijking met de cijfers van vorig jaar 31 December 1948 25 December 1947 
Beschikbare goudvoorraad fr. 27.333.965.142,07 
Onbeschikbaar goudsaldo na herwaardering van de goudvoorraad (besluitwet n r 5 dd. 1 Mei 1944) . 
Per 31 December 1948 zijn deze twee rubrieken samengebracht op een enkele rekening « Goudvoorraad », tengevolge van de aanwending van de passiefrekening « Schatkist : onbeschikbare rekening wegens herwaardering (besluitwet n' 5 van 1 Mei 1944) », tot de gedeeltelijke delging van de schuld van de Staat tegenover de Bank (zie commentaar volgende rubriek).” 

Na de herwaardering van de goudvoorraad VAN DE BANK in 1944 was er een onbeschikbare reserverekening ontstaan waarop zich de fictieve “meerwaarde” van 10.493.184.844,77 frank bevond. Eind 1948 wordt die onbeschikbare reserverekening bij de goudvoorraad van de Bank gevoegd tot de gedeeltelijke aflossing van de Schuld van de Staat aan de Bank. 

Boekjaar 1965, jaarverslag pagina 165 
"Goudvoorraad van de Nationale Bank" 

Op pagina 53 van het jaarverslag over 1971 vinden we volgende klaar en duidelijke tabel terug: 
Tabel 9. 
GOUDVOORRAAD EN NETTO DEVIEZENPOSITIE VAN DE NATIONALE BANK VAN BELGIE (1) 
In de loop van de maanden september tot december zijn de goud- en deviezenreserves van de Bank verminderd, hoewel deze laatste niet meer op de valutamarkt tussenbeide kwam, behalve in guldens. De goudvoorraad nam af met fr. 2 miljard, in hoofdzaak ten gevolge van de aflossing van in goud uitgedrukte schatkistcertificaten en van cessies aan De Nederlandsche Bank ingevolge het monetaire Benelux-akkoord.


Op pagina 62 van het jaarverslag over 1972 begint de geschiedenisvervalsing: Tabel 12. NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD- EN DEVIEZENRESERVES Gedurende 121 jaar, van 1850 tot en met 1971, werden de goudvoorraad en de deviezenreserves van de Nationale Bank van België weergegeven, vanaf 1972 wordt het een beetje onduidelijker. 

Goudvoorraad en deviezenreserves van de Nationale Bank 
versus 
NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD EN DEVIEZENRESERVES 

Het lijkt een onooglijk belachelijk verschil doch het vormt de aanzet tot de plundering van de goudreserves van de Bank. Gedurende meer dan 120 jaar was het met “goudvoorraad en deviezenreserves van de NBB” heel duidelijk van wie die activa waren. Doch een dubbele punt tussen Nationale Bank en goud verandert alles. 

Want met: NATIONALE BANK: GOUD EN DEVIEZENRESERVES 
is het ineens niet meer klaar en duidelijk van wie die reserves zijn.  Gelet op de voorgeschiedenis van 121 jaar is het duidelijk dat die reserves van de Bank zijn doch die zekerheid gaat men doen verdampen tot zelfs de best ingewijden gaan geloven dat die reserves van de Belgische Staat zijn.

Dankzij de 120 jaarverslagen voor 1972 is het echt wel duidelijk wie de eigenaar van die reserves is en en moeten we niet meer twijfelen. Enkel onbetrouwbare huurlingen van politieke goudrovers zullen genoeg heldenmoed aan de dag leggen om te durven verklaren dat het goud van de NBB van de Staat is. Tot 1927 zijn die reserves trouwens voor 100% eigendom van de privé aandeelhouders. Toen kregen de Belgische politici schrik dat die privé aandeelhouders vroeg of laat de Nationale Bank zouden vereffenen en de reserves zouden verdelen en lieten ze een wet stemmen waarbij de Staat bij vereffening van de Bank recht zou hebben op 3/5 van de reserves. 

De jongste jaren lezen we in het jaarverslag van de Bank volgende dubieuze passage onder de titel 
"Activa en passiva luidende in goud en deviezen": 
"De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank." 

Zo zijn we geëvolueerd van: 
Goud- en deviezenreserves van de Nationale Bank 
(gedurende 120 jaar tot en met 1971) 
naar: 
Nationale Bank van België: Goud en deviezenreserves (vanaf 1972) 
tot recentelijk:
"De officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat, die in de balans zijn opgenomen, worden aangehouden en beheerd door de Bank". 

Na achttien jaar strijd en ontelbare uren studie heb ik pas enkele weken geleden begrepen hoe de misleiding en het bedrog werkelijk in mekaar steken. Soms is de waarheid zo klaar en duidelijk dat je ze door de eenvoud niet kunt bevatten. Wel, dat is nu verholpen, de mistgordijnen zijn opgetrokken zodat we, tijdens de algemene vergadering van maandag 20 mei 2019, haarfijn kunnen blootleggen hoe de vork juist aan de steel zit! Dat wordt een spektakel dat je niet mag missen. Pierre Wunsch, ex-kabinetschef van Didier Reynders en de nieuwe gouverneur van de Bank, gaat onvergetelijke momenten beleven.

maandag 21 januari 2019

Mijn brief aan de Regentenraad dd. 21 januari 2019

Dames en heren regenten,

Ik verwijs naar mijn schrijven dd. 8 oktober 2018 en het antwoord van gouverneur Smets dd. 22 november 2018.

Het antwoord van de gouverneur is zonder meer beledigend en totaal naast de kwestie.

Ondertussen vond ik op de website van de ECB onderstaand epistel waarin gesteld wordt dat de betaling van de bewuste 24,4 miljoen euro zonder voorwerp is geworden door de wet van 3 april 2009 en bijgevolg niet meer betaald zal worden vanaf 2012.  Exact de stelling die ik sedert 2010 verdedig:



Het advies van de ECB hieromtrent spreekt boekdelen:



De geschiedenis van de jongste vijftig jaar toont duidelijk aan dat de Regentenraad van de Nationale Bank geen boodschap heeft aan de wetgeving en de geest van de regels rond deugdelijk bestuur.


Deugdelijk bestuur betekent onder andere dat de bestuurders:
  1. De activa en reserves van de vennootschap beheren als een goed huisvader en ze niet verkwanselen;
  2. Er zorg voor dragen dat alle aandeelhouders van de vennootschap gelijk behandeld worden;
  3. De statuten van de vennootschap stipt naleven;
  4. De regelgeving in verband met de aanwezigheid van vrouwen in de Raad van Bestuur respecteren.

Uiteraard zijn er nog een heleboel andere zaken die onder de norm deugdelijk bestuur vallen doch hierboven werden de belangrijkste opgesomd.

Als je de recente geschiedenis van de Bank overloopt blijkt dat de Regentenraad zich niet geroepen voelt om die regels te volgen.  Het verhaal van de jaarlijkse absurde betaling van 24,4 miljoen euro aan de Staat omdat de Staat haar verplichtingen tov de Bank niet nakwam gaat ieders verstand te boven.

Daarom herhaal ik mijn vragen:

Wat heeft de Regentenraad sedert 2009 gedaan om deze jaarlijkse diefstal stop te zetten?

Welke stappen heeft de Regentenraad ondernomen om de onterecht betaalde sommen sedert 2009 terug te vorderen van de Staat?

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat de Regentenraad klakkeloos deze onterechte overdracht van eigen vermogen van de Bank blijft verdedigen?

Is dat wetsvoorstel tot schrapping van die decadente “compensatiebetaling”, waarnaar gouverneur Smets in zijn brief van 22 november verwijst, ondertussen door het parlement of is dat door de val van de regering opnieuw dode letter gebleven?

Hoe komt het dat een uiterst bekwame vrouw als Mevrouw Mia De Schamphelaere opzijgezet werd om een politieke krokodil als Steven Vanackere als vervanger van directeur De Wachter te benoemen?

In vergelijking tot de vele miljarden die de Regentenraad de jongste twintig jaar onterecht en zonder enig protest overhevelde naar de Schatkist lijkt die 24,4 miljoen euro voor de leden van de Regentenraad wellicht een peulschil.  Daarom wil ik bij deze nogmaals vermelden dat de privé aandeelhouders van de Bank vorig jaar een netto-dividend ontvingen van een kleine 18 miljoen euro, 25% minder dan het peulschil van 24,4 miljoen dat de Regentenraad achteloos jaarlijks aan de Staat schenkt.  Ik reken er dan ook op dat de Regentenraad dit jaar het dividend fors verhoogt om het geleden leed van de privé aandeelhouders te verzachten.

In maart ontmoet ik ECB president Draghi in Parijs en ik zal hem schriftelijk verzoeken om een persoonlijk onderhoud om deze kwesties te bespreken.

Verder bevestig ik dat ik een juridische procedure voorbereid om de juridische aansprakelijkheid van de Regentenraad te testen in verband met het naleven van de regels rond deugdelijk bestuur.


   Met beleefde groeten,


                                                                                 Erik Geenen.

zaterdag 19 januari 2019

Nadat ik in september 2011 mijn ontslag gaf als bestuurslid te Beerse en als lid van het AB wordt het heel stil. Op verschillende evenementen van de N-VA blijf ik voorzichtig mijn beklag maken over het breken van de NBB belofte.

Op 28 september spreekt Bart De Wever een bomvolle zaal toe in Hoogstraten. Tijdens de vragenronde stel ik een vraag over de NBB en Bart De Wever antwoordt mij als volgt: "Met je groene pet wist ik al van in het begin dat er een vraag over de Nationale Bank ging komen doch dit is een zeer delicaat dossier en ik stel voor dat we daar binnenkort eens onder vier ogen over spreken". Meer had ik uiteraard niet nodig zodat ik niet verder aandrong op een antwoord op mijn vraag doch ik merk wel op dat Bart De Wever mij tijdens de receptie mijdt als de pest. Toen ik na een maand nog niks vernomen had over een eventueel gesprek onder vier ogen schrijf ik een korte herinneringsmail doch ik hoor niks meer van Bart De Wever. Voor mij is het op dat moment duidelijk dat De Wever mij in Hoogstraten met een loze belofte het zwijgen heeft opgelegd.

Op maandag 3 oktober 2011 treedt Kris Van Dijck op te Vosselaar, op vrijdag 14 oktober houden Jan Jambon en Zuhal Demir een sofagesprek te Westmalle, op vrijdag 18 mei is er in Arendonk een debat tussen Rik Van Cauwelaert en Ben Weyts. Ik woon elk van die evenementen bij en stel daarbij vragen over het N-VA standpunt betreffende de NBB.

Ondertussen had ik op 20 februari 2012 nogmaals in een korte mail aan Jan Jambon gevraagd naar het juiste N-VA standpunt over het NBB dossier en tevens herinner ik in die mail aan de belofte van Bart De Wever in Hoogstraten. U had het al geraden, ook op die mail geen enkele reactie.

Op dinsdag 13 maart houdt de N-VA een grote bijeenkomst te Ranst ter voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Tijdens één van de sessies stel ik in het publiek aan Jan Jambon de vraag of hij zijn mails nog leest. Tijdens een korte break na die sessie kwam Jan Jambon mij beloven dat ik 's anderendaags een schriftelijk antwoord zou krijgen op mijn duidelijke vragen. Ook dit bleek een leugentje om bestwil te zijn om zeker te zijn dat ik tijdens de happening geen vervelende vragen zou stellen want tot op heden heb ik die beloofde mail van Jan Jambon niet ontvangen.

Op zaterdag 21 april 2012 verschijnt Jan Jambon opgemerkt in beeld op de VFB happening doch Jan Jambon zal er op een meesterlijke manier in slagen om mij te ontlopen, met mijn gestalte en die groene pet op mijn hoofd zal dat wellicht niet zo moeilijk geweest zijn. Op zondag 22 april 2012 schrijf ik een korte mail waarin ik het o.a. volgende zeg: "Voor alle duidelijkheid wil ik er nog even op wijzen dat dit spelletje (het niet beantwoorden van mijn mails nvdr) ondertussen bezig is sedert 23 februari 2011. De manier waarop je me gisteren op de VFB happening ontweek was zonder meer een puike prestatie". Op dinsdag 29 mei 2012 vindt de algemene vergadering van de Nationale Bank plaats en naar aanleiding daarvan had ik een reeks schriftelijke vragen gesteld. Mijn eerste schriftelijke vraag handelt over de compensaties die N-VA gekregen heeft voor het laten passeren van die benoemingen in februari 2011. Die schriftelijke vragen algemene vergadering 2012 zullen later een cruciale rol spelen in dit verhaal.

Daarna wordt het heel stil tot ik begin 2013 vaststel dat ik geen uitnodiging ontving voor het betalen van mijn lidgeld. Op 9 januari 2013 schrijf ik dan zelf maar mijn lidgeld over.

Op zaterdag 23 maart nodigt Jan Jambon mij uit voor een etentje in Schoten, het sneeuwt hevig en het kader oogt idyllisch. We genoten van een heerlijke lunch met alles erop en eraan en we praten over koetjes en kalfjes. Nationale Bank, verkiezingen 2014, problemen met onbekwame verkozenen en tal van andere zaken kwamen aan bod. Tijdens het dessert vertel ik Jan Jambon dat ik mijn lidkaart 2013 nog niet ontvangen heb en ik vraag Jan of de N-VA mij misschien geschrapt heeft. Jan Jambon verzekert mij dat dit uitgesloten is en dat hij maandag 25 maart zal uitzoeken wat er misgelopen is. Ik zal er nooit meer iets van horen. Na enkele weken stuur ik een korte herinneringsmail die uiteraard ook onbeantwoord bleef.

Op dat moment had ik uiteraard begrepen dat N-VA mij effectief geschrapt had zonder echter de duidelijke bepalingen in de statuten hieromtrent gevolgd te hebben. Daar sta je dan, je mails of andere berichten worden niet beantwoord, je wordt volledig genegeerd in de hoop dat je het wel zult opgeven. Aangezien ik op 9 januari 2013 mijn lidgeld betaald had, was de situatie echter niet uitzichtloos en als trouw lid besluit ik om mijn lidgeld voor 2014 al te storten. Dit gaat als volgt in zijn werk:

op 19 juni 2013 schrijf ik mijn lidgeld over met volgende mededeling: lidgeld 2014 lid 8380 Erik Geenen;

op 20 juni stort N-VA dit lidgeld terug met als mededeling: terugstorting lidgeld zie eerdere communicatie;

op 2 juli 2013 stort ik dit lidgeld terug met mededeling: lidgeld 2014 lid 8380 Erik Geenen;

op 5 juli wordt dit lidgeld teruggestort met mededeling: terugstorting lidgeld N-VA conform vorige berichtgeving;

op 6 juli stort ik opnieuw met als mededeling: lidgeld 2014 lid 8380 vorige berichtgeving dewelke?

op 9 juli ontvang ik mijn geld terug: terugstorting lidgeld N-VA conform vorige berichtgeving.

Op woensdag 10 juli zend ik volgende mail naar Jan Jambon: 
Beste Jan, 
De tijd raast voorbij, ondertussen is het weeral meer dan drie maanden geleden sinds we mekaar zagen. Even heel kort: Zoals ik je verteld heb, had ik eind maart mijn lidkaart voor 2013 nog niet ontvangen en dat is nog steeds het geval. Als kattebelletje heb ik al enkele keren mijn bijdrage voor 2014 gestort en die wordt telkens bijzonder snel teruggestort met de vermelding "Terugstorting lidgeld N-VA conform vorige berichtgeving". Aangezien ik geen bericht ontvangen heb, begrijp ik niet goed waar dit over gaat. Gelukkig werd mijn lidgeld voor 2013 niet teruggestort of ik zou mij nog zorgen beginnen maken. Als ik me niet vergis, was er geen parlementslid van de N-VA aanwezig op de jongste algemene vergadering van de Nationale Bank. Dit is op zijn minst betreurenswaardig want er viel daar opnieuw heel wat te leren. Bij deze wens ik je een deugddoende, welverdiende vakantie en een mooie zomer toe. 
Met vriendelijke groeten, Erik Geenen.

En toen............. kwam de kat op de koord.